‘Ik heb mijn hele leven als man geleefd’

Juani Santos was de eerste transgender van Cuba. Zonder de dochter van Raúl Castro zou hij het, met deze ‘perversie’ waarschijnlijk nog moeilijker hebben gehad. Dankzij haar konden Nederlandse artsen Juani opereren.

Als klein meisje wilde Juani Santos al nooit jurkjes aan. Hij scheurde ze in stukken als zijn moeder hem er toch een aantrok. Het liefst droeg hij stoere broeken, zodat hij er net zo uitzag als zijn broers. Juani (66) ritselt in een doos met oude foto’s en stalt ze stuk voor stuk uit op zijn met een bloemetjessprei bedekte bed. Hij wijst zichzelf aan, met moeite is daarin een meisje te herkennen.

„Zo lang ik me kan herinneren, weet ik dat ik geen meisje ben. Ik heb mijn hele leven als man geleefd.”

Wie de achtergrond van Juani niet kent, zou niet vermoeden dat hij als vrouw werd geboren. Juani – klein van stuk, een buikje over de riem van zijn broek – heeft in alle opzichten een mannelijk voorkomen. Een volle, grijzende baard, mannelijke trekken en een lage stem. Alleen als hij lacht kruipt er een glimp van vrouwelijkheid over zijn met rimpels doortrokken gezicht. En lachen doet Juani veel en vaak.

Juani is, naar eigen zeggen, de allereerste transgender van Cuba. Dus niet de eerste die een geslachtsveranderende operatie kreeg, maar wel iemand die ervoor uitkwam dat hij in een verkeerd lichaam was geboren en in mannenkleren rondliep. Pas in 2011 transformeerde Juani ook fysiek tot man. „Het duurde tot ver in de jaren zeventig voordat ik erachter kwam dat ik niet de enige was,” zegt Juani. „Dat ik begreep dat ik niet alleen was met deze gevoelens.”

Seksuele revolutie op Cuba

Juani’s geval staat niet op zichzelf. Op Cuba is een seksuele revolutie gaande. Sinds Mariela Castro als directeur van het staatsgeleide Nationale Centrum voor Seksuele Voorlichting (Cenesex) zich inzet voor homorechten, is de situatie voor deze groep aanzienlijk verbeterd. Met haar organisatie, die sinds de jaren zeventig bestaat en waar Castro vanaf 1990 aan is verbonden, plaveide ze de weg voor meer acceptatie van de LGBT-gemeenschap (lesbian, gay, bi, transgender) op het communistische eiland. In 2007 organiseerde Cenesex de eerste gay pride.

Haar naam verraadt het al. Castro, zelf geen lesbienne, is invloedrijk: behalve parlementslid is ze de dochter van president Raúl Castro – de broer van revolutieleider Fidel. Langzaam masseerde ze de Communistische Partij tot meer erkenning van seksuele rechten. Het hoogtepunt: sinds 2008 komen transgenders in aanmerking voor een volledig door de staat betaalde geslachtsveranderende operatie en bijbehorende hormoontherapie.

Foto Eliana Aponte

Juani Santos (rechts) met zijn broer Fernando.Juani is altijd als man over straat gegaan. Foto Eliana Aponte

Dat was vroeger ondenkbaar. Homoseksualiteit en transgenderisme waren een groot taboe op Cuba, en strafbaar bovendien. Discriminatie van mensen die openlijk voor hun geaardheid uitkwamen, was normaal onder het socialistische bewind van Fidel Castro, die homoseksualiteit bestempelde als „burgerlijke perversie”. In de jaren zestig en zeventig werden homoseksuelen zelfs naar heropvoedingskampen gestuurd.

‘Mijn broer verbrandde mijn kleren en wilde niet met mij worden gezien’

Juani werd volwassen in die repressieve jaren. „In 1970, ik was 21, zocht ik voor het eerst professionele hulp”, vertelt Juani in zijn kleine, golfplaten woning in Matanzas, een kuststad een klein uur rijden ten oosten van de Cubaanse hoofdstad Havana.„Ik wist dat er iets moest veranderen.”

De Cubaan staat op om koffie te maken, op het aanrecht staat een restje taart.

„Al op mijn negende werd ik verliefd op een meisje. Om indruk op haar te maken, ging ik kikkers vangen. Dat deden normaal alleen jongens.”

Omdat hij niet wist waar hij heen kon voor hulp schreef Juani de toenmalige minister van Volksgezondheid een brief. Maar op begrip kon hij niet rekenen. „Ik werd naar een ziekenhuis gestuurd waar ik onder behandeling kwam van een psychiater.” Juani vertelt het zonder een spoor van emotie. „Ze dachten dat ik gek was, dat ik een gespleten persoonlijkheid had. Ik kreeg shocktherapie.” Even lacht hij bitter. „In die tijd dachten ze werkelijk dat ik daarmee zou genezen.”

Juani woont samen met zijn broer Fernando (68). Uit noodzaak, ze verdienen beiden niet voldoende voor een eigen woning. Het eenvoudige huis heeft twee kamers, met allebei een bed. In Juani’s kamer, achterin, zit ook de keuken. In de voorkamer, waar Fernando slaapt, staat een tafel en een ouderwetse televisie. Er is weinig privacy, maar dat zijn de mannen, die allebei geen partner hebben, wel gewend. De wanden zijn bovendien zo dun, dat gesprekken van de buren letterlijk te horen zijn.

Foto Eliana Aponte

Juani is altijd als man over straat gegaan. Foto Eliana Aponte

Ik heb mijn broer vergeven

„Mijn zussen en broer Fernando accepteren me zoals ik ben,” zegt Juani. „Dat is al zo lang ik me kan herinneren. Maar mijn oudste broer was vroeger homofoob. Hij verbrandde mijn kleren en wilde niet met mij worden gezien.” Het was de grootste afwijzing uit zijn directe omgeving. „Hij heeft uiteindelijk spijt betuigd”, zegt Juani. „En ik heb hem vergeven.”

Aan de muur in Juani’s woning hangt een foto van hem samen met Mariela Castro. Juani praat honderduit over het goede werk van de presidentsdochter, door wier inspanningen zijn lichaam is getransformeerd tot de persoon die hij zich voelt. Castro erfde haar voorvechtersrol voor seksuele vrijheden van haar moeder, de revolutionair en feminist Vilma Espín. Hoewel critici Castro verwijten dat ze slechts op één thema de strijd met het autoritaire bewind van haar vader is aangegaan, heeft ze op dat vlak grote stappen gezet. Door de Cubaanse LGBT-gemeenschap wordt ze op handen gedragen.

En niet alleen door hen. Voor de geslachtsveranderende operaties die door de Cubaanse staat worden betaald, reist er jaarlijks een Nederlandse arts naar het socialistische eiland. Marlon Buncamper, verbonden aan het VUmc in Amsterdam, doet de operaties, samen met zijn opleider, de Belgische Stan Monstrey. „Wij hebben veel ervaring, zijn gespecialiseerd in deze operaties,” zegt Buncamper telefonisch. „Dat is de reden dat ze ons hebben gevraagd.”

Buncamper, geboren en getogen op Curaçao, spreekt lovend over Mariela Castro. „Het is een pracht van een vrouw. Een uithangbord voor Cuba. Als je bedenkt dat haar familie het land beheerst, is ze zeer down to earth,” zegt de arts.

„Ze heeft echt iets gedaan voor de transgenders op dit eiland. En natuurlijk, daar zit altijd een beetje propaganda in. Maar Mariela Castro is een zachtere versie van dit regime.”

De Nederlandse arts opereerde ook Juani. „Dat was de eerste vrouw-naar-manoperatie. Nadien hebben we er daar nog één van gedaan. Voor de rest zijn het allemaal mannen die we hebben geopereerd.” Juani ging twee keer bij Buncamper onder het mes. Eerst om onder meer een geslachtsdeel te reconstrueren uit zijn dijbeen, een jaar later zodat hij met zijn nieuwe lichaamsdeel ook een erectie kon krijgen.

Hij noemt hem Pancho

„Dat ik dat kan, is geweldig”, jubelt Juani, die daar sinds zijn operatie al flink gebruik van heeft gemaakt. „Ik noem hem Pancho”, zegt Juani ondeugend. Door zijn geslachtsreconstructie zegt hij zich nog meer man te voelen. „Het was het wachten op een operatie al die jaren meer dan waard.”

Juani is een succesverhaal voor de LGBT-gemeenschap op Cuba. Hij doorstond conflicten vanwege zijn geaardheid, in de familie en daarbuiten, hij zocht hulp en is nu wie hij wil zijn. Maar niet voor alle transgenders loopt het zo goed af. Ondanks de overwinningen van Mariela Castro is discriminatie nog dagelijkse praktijk. Het maakt Juani een goed voorbeeld om mee te pronken.

Door de inspanning van Cenesex, dat Juani sinds eind jaren zeventig begeleidde, kon hij in 1996 zijn naam wijzigen. „Dat maakte mijn leven een stuk makkelijker,” zegt hij.„Het was een eerste stap dichter bij mijn werkelijke identiteit.”

Met welke naam Juani werd geboren, wil hij niet hardop uitspreken. „Shht”, maant hij zijn broer Fernando, als die zijn mond open doet om het te zeggen. Juana Rosa, schrijft hij op een briefje. „Dat ben ik niet meer,” zegt hij vastberaden.

„Ik ben een heteroseksuele man en ik ben Juani. En dat blijf ik voor altijd.”