‘Er is geen betere tijd om gewond te raken’

Harry Parker (32) verloor in Afghanistan beide benen. Toen moest hij iets doen met zijn leven wat hij niet gepland had. Hij schreef een boek over een soldaat die hetzelfde overkwam.

‘Het knalde door ons heen en jij boog mee, wentelde rond, zodat mijn ketting voor je wang hing en mijn metalen plaatje omhoog vloog tot naast je helm. Het enige wat je voelde was de flits, de doffe dreun, en dat je van het ene op het andere moment in de lucht hing.’

‘De mentale strijd die je moet voeren als je lichamelijk zo wordt aangetast, is immens’

Zo begint een hoofdstuk uit Anatomie van een soldaat, de debuutroman van de Britse schrijver Harry Parker (32). De verteller, een identiteitsplaatje dat om de nek hangt van de Britse kapitein Tom Barnes, beschrijft hoe zijn drager wordt opgeblazen. Barnes – ook wel bekend als BA5799 – bevindt zich in oorlogsgebied en verliest, kort nadat hij op een bom stapt, zijn beide benen. In de roman wordt dit heftige moment, maar ook de levensloop van Tom en twee jongens in dat gebied, tot in detail beschreven vanuit het standpunt van verschillende objecten, waaronder een laars, een bloedzak, een orthopedische botzaag, een spiegel, een schimmel en een prothetisch been.

Een bizar gegeven, maar voor Parker, die op zijn 23ste in dienst kwam van het Britse leger en in 2009 in Afghanistan zijn beide benen verloor na een explosie, bleek het goed te werken om zijn ervaringen zo op papier te zetten. „Via deze vertelstijl kon ik een zekere afstand behouden tot wat er was gebeurd. Tegelijkertijd was het een uitdaging: kan het intiem en persoonlijk zijn als de verteller een laars is, of een drone? Ik wilde in ieder geval niet het soort boek schrijven waarbij de lezer zou denken: die arme soldaat, wat vreselijk dat hem dit is overkomen.”

Het idee voor zijn roman kreeg Parker, die onder meer studeerde aan het Falmouth College of Art, in 2014 tijdens een korte cursus creatief schrijven. Hij bedacht dat zijn roman zo moest worden opgebouwd dat de hoofdstukken in willekeurige volgorde gelezen konden worden. „Hoe is het om te worden opgeblazen? Dat wilde ik overbrengen. Per hoofdstuk weet de lezer niet meteen waar en op welk moment in de tijd iets zich afspeelt. Net als een soldaat op het slagveld moet hij gedesoriënteerd raken.”

U besteedt in uw roman veel aandacht aan de operaties en het revalidatieproces van Tom. Hoe was dat voor uzelf?

„Dat is een proces waar ik nog steeds mee bezig ben. In de eerste zes weken onderging ik elf operaties. Mijn eerste been werd meteen geamputeerd, mijn tweede been raakte later geïnfecteerd door een schimmel. Dat moest uiteindelijk ook worden geamputeerd. Er volgden huidtransplantaties. Na een aantal maanden kreeg ik mijn eerste beenprothesen. Daar moest ik mee gaan oefenen, dat is niet eenvoudig. Je moet een nieuwe balans ontwikkelen, bovendien is er altijd wel iets wat knelt, soms ging de huid rond mijn stomp weer open, dan wordt de prothese aangepast. Je bent nooit klaar.”

In het boek beschrijft u hoe Tom voor het eerst thuiskomt en tegen zijn familie zegt: ‘Ik heb het gevoel dat ik ben uitgekozen voor een hoofdrol die ik nooit heb gewild en iedereen is komen kijken.’ Heeft u dat zo ervaren?

„Ja. Ik had het gevoel dat ik in een toneelstuk zat. Ik realiseerde me dat ik iets anders moest gaan doen met mijn leven, iets wat ik nooit gepland had.”

Toch beschrijft u, vanuit het perspectief van een bed hoe Tom, niet lang daarna, tegen zijn moeder zegt: ‘Ik zou niets veranderen aan wat er met me is gebeurd.’

„De mentale strijd die je moet voeren als je lichamelijk zo wordt aangetast, is immens. In het begin vond ik het vreselijk moeilijk mijn nieuwe lichaam te accepteren, maar ik vond het ook spannend hoe ik langzaam herstelde. Het klinkt afgezaagd, maar ik begon heel bewust te leven. Ik kan nog steeds opstaan en met tegenzin naar mijn beenprotheses kijken en denken: dat wordt weer pijnlijk en oncomfortabel. Maar dan doe ik ze aan, loop de deur uit en ben me ervan bewust dat de dag weer de moeite waard is.”

Komt dat ook terug in het boek?

„Tom rent op een gegeven moment op zijn prothesen door het park. Hij haalt zelfs een andere jogger in. Dan valt hij. Hij doet zichzelf pijn, zijn handen bloeden. Ik beschrijf dat dit het beste is wat hem kon overkomen. Hij is vrij met zijn lichaam en dus vrij om zichzelf weer pijn te doen. Die bewuste waardering maakt het leven waardevol.”

De manier waarop u de operaties beschrijft, is soms heel klinisch. Zo is er een passage waarin u, vanuit het perspectief van een orthopedische botzaag, beschrijft hoe het been van Tom eraf wordt gezaagd.

„Ik heb medische tijdschriften gelezen en veel YouTube-filmpjes bekeken om dat soort technische passages te schrijven. Ik vroeg me af: kan ik een hoofdstuk schrijven waar iemand van over zijn nek gaat? Ik wilde echt de gritty parts beschrijven.”

Werd u daar dan niet onpasselijk van?

„Nee, helemaal niet. Vanuit creatief oogpunt vond ik het zelfs spannend. Ik had alleen moeite met de passage waarin ik, vanuit het perspectief van het identiteitsplaatje, beschrijf hoe Tom wordt opgeblazen. Toen moest ik echt even van mijn computer weg.”

U heeft zelf in Irak en Afghanistan gediend, maar in uw boek is niet duidelijk waar de oorlog zich afspeelt.

„Ik wilde geen politiek verhaal schrijven over de oorlog in Irak of Afghanistan. Het moest een verhaal worden over een conflict, belicht van twee kanten. Daarom schrijf ik ook over de vriendschap van twee jongens die opgroeien in dat gebied en wat er gebeurt zodra een buitenlandse macht hun land bezet. Hoe reageren zij op ‘de ongelovige indringers’?”

Heeft u destijds in Afghanistan gesproken met de lokale bevolking?

„Af en toe hadden we wel een bijeenkomst met een lokaal stamhoofd. Maar, ondanks de uitleg die ik van tevoren had gekregen over de cultuur en de geschiedenis van het land, bleek het moeilijk om een gesprek te voeren. Zeker als je de taal niet beheerst. Wat ik over die twee jongens en hun families heb geschreven is uiteindelijk gebaseerd op een mengeling van wat ik heb meegemaakt in Irak en Afghanistan en een deel eigen fantasie.”

Hoe kijkt u, als voormalig soldaat in Irak en Afghanistan en slachtoffer van een bomexplosie, aan tegen de recente aanslagen in Brussel?

„Die aanslagen tonen aan hoezeer we wereldwijd deel uitmaken van hetzelfde conflict. In Syrië maken mensen dagelijks dit soort ellende mee en, hoe vreselijk het ook klinkt, dit soort aanslagen wordt nu ook voor ons in het Westen minder verrassend. We moeten leren er op een stoïcijnse manier mee om te gaan.”

Wat bedoelt u daarmee?

„Laat ik een voorbeeld uit Irak gebruiken. We stonden daar geregeld met een tank op een kruispunt. Dan kwamen er kinderen die stenen naar ons begonnen te gooien. Ze riepen hun grote broers, die gingen ook weer meedoen. De soldaten riepen om versterking. Dan kwam er een extra tank. Daarna verschenen de vaders met hun kalasjnikovs. Geweld werkt als een magneet.”

En dus?

„Als we onze vrije en open samenleving willen behouden, moeten we op een proportionele manier reageren op dit soort aanslagen. Uiteraard moet je de bewaking verhogen, politie en veiligheidstroepen moeten zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Maar die beveiliging moet niet ten koste gaan van de samenleving die we zo belangrijk vinden. Als je de waakzaamheid te veel opvoert, neem je uiteindelijk ieders vrijheid weg.”

Heeft u een advies voor mensen die meemaken wat u meemaakte?

„Het klinkt misschien een beetje raar, maar er is geen betere tijd om gewond te raken. De medische ondersteuning en de technologische mogelijkheden zijn dusdanig ontwikkeld dat je met een amputatie tegenwoordig een volwaardig leven kunt leiden. Vergeet alleen niet dat mensen die een bomaanslag hebben meegemaakt ook psychisch beschadigd zijn. En dat is niet zichtbaar aan de buitenkant.”

    • Rosan Hollak