‘Een beer achtervolgt ons. Maar jullie roepen: niet welkom’

Micheil saakasjvili, gouverneur van het door clans gerunde odessa Saakasjvili moet in Odessa schoon schip maken. Maar de Georgische ex-president wil meer. Hij wil heel Oekraïne saneren.

Op de Potjkomkintrappen in Odessa wordt een reusachtige Oekraïense vlag hooggehouden, twee jaar geleden op de Dag van de Grondwet (28 juni). Foto Yevgeny Volokin/Reuters

Odessa vindt zichzelf uniek. Maffia en corruptie gaan er hand in hand met literatuur en muziek. Iets als Odessa, met die rijkdom aan schoonheid én slechtheid, bestaat toch nergens?

Micheil Saakasjvili, ex-president van Georgië, is hier. Zijn charisma is intussen befaamd, zijn eigengereidheid ook. Saakasjvili is er negen maanden geleden gedropt door president Petro Porosjenko van Oekraïne, hopend dat hij in Odessa net zo rechtlijnig huis zou houden als in Georgië, waar hij tot 2013 president was. Odessa wordt namelijk nog steeds gerund door hetzelfde establishment als vroeger.

„Odessa was voorbestemd te worden geplunderd door de oligarch Igor Kolomojski uit Dnepropetrovsk, in ruil voor ogenschijnlijke stabiliteit. Daarmee moesten we afrekenen”, zegt Saakasjvili in een interview met NRC.

Als de privatisering weer in handen komt van de oligarchen is de staat in gevaar

Maar het enthousiasme in de stad is wel getemperd. Ja, Saakasjvili heeft één administratief centrum ingericht waar de burger alles kan doen zonder van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Ja, hij heeft een experiment opgezet om 50 procent van de douane-inkomsten ten goede te laten komen van de regiokas, waaruit nieuwe wegen kunnen worden betaald. Ja, hij heeft het wereldbekende ‘merk’ Odessa weer op de kaart gezet.

Odessa is voor Saakasjvili slechts een „trampoline”, zegt Misja Sjmoesjkovitsj, lokaal leider van de presidentiële partij Blok Petro Porosjenko. De helft van de tijd is de gouverneur inderdaad op tournee met zijn ‘team’. Vorig week bijvoorbeeld was Saakasjvili niet in Odessa maar in Zaporozje en Dnepropetrovsk. Hij voerde campagne voor vervroegde verkiezingen. Daarna ging hij naar Kiev, waar hij in het presidentiële paleis aan de Bankova een eigen kantoor heeft, een paar etages onder de gang van Porosjenko. Zonder dekking van de Bankova zal zijn missie van korte duur zijn. En een missie heeft hij.

In zijn gelambriseerde kamer steekt er meteen een wervelwind op als ik vraag of het ‘team-Saakasjvili’ niet te veel een gideonsbende is die zich loszingt van historisch gegroeide verhoudingen. Geen sprake van, zegt de man nadat hij me ’s avonds heeft begroet met een Hollands ‘goedenavond’, voorzien van de zachte g die Russisch sprekenden in het zuiden van de oude Sovjet-Unie eigen is.

„Odessa is altijd gerund door de lokale clans, die heel corrupt waren en soms zelfs crimineel”, zegt hij. Saakasjvili doelt op oliehandelaar Aleksandr Angert, ‘de Engel’, die gevangen heeft gezeten voor roofmoord, en op zijn kompaan en van wapenhandel verdachte Aleksandr Zjoekov, vader van kunstmecenas Dasja, die weer met Rem Koolhaas samenwerkt. „Maar met tuig kun je geen compromissen sluiten. We hebben een paar lokale mensen benoemd en verder outsiders. Outsiders werken beter, omdat ze geen connecties hebben met oude structuren.”

Je kunt een land van 45 miljoen mensen toch niet hervormen zonder de elite?

„Ik heb ervaring in Georgië. Onder mijn presidentschap verlosten we ons van de oude bureaucratie. Aan het eind was 80 procent van de ambtenaren onder de 30.”

Georgië telt 4 miljoen inwoners.

„In Oekraïne is het juist makkelijker. Als je in Georgië mensen ontsloeg, bleven ze ook obstructie plegen. Oekraïne is groot. Er zijn hier genoeg mensen om de oude bureaucraten te vervangen. Er zijn hier twee vormen van corruptie. Corruptie op het niveau van de staatsondernemingen. En corruptie en ambtelijk misbruik op laag niveau. Logisch als je ambtenaren een salaris van 100 tot 300 euro betaalt. Dat is geen salaris. Wij doen alsof we hun betalen en zij doen alsof ze voor ons werken. Maar ze werken niet. In Georgië hebben we geld van Europa gebruikt om de periode te overbruggen tussen het uitbetalen van hogere lonen aan ambtenaren en het incasseren van meer belasting. Dat moet in Oekraïne ook gebeuren. Want de oude bureaucratie is niet te hervormen.”

Jonge mensen hebben weinig ervaring om een systeem te ontmantelen?

„We hervormen de douane in de haven van Odessa. Met een vrouw van 26 [en getrouwd met een rijke zakenman uit Lviv – HS]. We moeten de sluizen openzetten voor jongeren onder de dertig en de deur niet weer openzetten voor nog meer Oost-Europese ex-ministers [de nieuwe minister van Financiën wordt mogelijk een Slowaak – HS]. Die jongeren zijn technocratisch sterk en politiek heel snugger. Ze hebben naam ruziezoekers te zijn. Prima. Ze zorgen voor turbulentie.”

Dat kost tijd. Toch ijvert u voor verkiezingen. Porosjenko’s fractieleider Joeri Loetsenko vindt dat onverantwoord.

„De Maidan van 2014 heeft veel bereikt, maar de hoofdzaak niet: verandering van de elite. Die elite is gevormd onder president Leonid Koetsjma (1994-2004) en staat borg voor nepotisme, patronage en clanvorming rond de grote industrieën en staatsbedrijven. Daarom gaat ze ook niet op jacht naar het bezit van Janoekovitsj. Ze was verbonden met hem. Als er pas in 2018 parlementsverkiezingen zijn, krijgen populisten en poetinisten een kans. Als ze binnen een jaar worden gehouden, hebben de jongeren een kans. ”

Is premier Arseni Jatsenjoek, die pas bereid was op te stappen nadat staalbaron Rinat Achmetov twee uur lang verbaal op hem had ingebeukt, hét obstakel?

„Het systeem is hét probleem. Spelers als Achmetov en Kolomojski willen geen sterke instituties en een rechtsstaat. Waarom was Polen succesvol? Omdat het geen oligarchen kende. Waarom heeft Oekraïne gefaald? Omdat er oligarchen zijn! Het is een catch 22. Zakenlui moeten de politiek in, omdat dat voor de zakenwereld de enige manier is om business te doen. Maar als ze eenmaal in de politiek zitten, verhinderen ze de anderen er ook in te komen. Jatsenjoek zit in dat systeem gevangen. De oligarchen hebben het land altijd gerund als een bv. Regering en parlement waren hún raad van bestuur.”

Parlementsvoorzitter Groisman wordt nu premier. Heeft u er vertrouwen in ?

„Hij deed goede dingen als burgemeester in Vinnitsja. Ik denk dat hij eerlijk is. De vraag is alleen: onder welke voorwaarden wordt hij premier? Onder de voorwaarden waarmee minister Natalie Jaresko van Financiën niet kon instemmen? Moet hij bijvoorbeeld minister Arsen Avakov handhaven op Binnenlandse Zaken? Een ramp. Avakov zit in schimmige deals. Zijn zoon vergokt geld in casino’s die hij zou moeten sluiten. Als de nieuwe regering ook nog eens de energiemaffia laat zitten, wordt het echt gevaarlijk. Volgend halfjaar staan er grote privatiseringen op de agenda. Jatsenjoek wilde daarom eerst de posities van de oligarchen veiligstellen. De komende maanden zijn beslissend. Zal er sprake zijn van transparantie? Als de privatisering weer in handen komt van de oligarchen is de staat in gevaar.”

Wat een revolutionair ongeduld.

„Als je na een revolutie niets verandert, krijg je restauratie. Na de Oranjerevolutie van 2004 kwam Janoekovitsj in 2010 terug. Niemand had dat verwacht. Als we nu geen doorbraken forceren, kan de restauratie zelfs leiden tot een regime dat nog slechter is dan Janoekovitsj.”

In Nederland wil een meerderheid straks mogelijk geen geduld opbrengen.

„Nederland staat niet alleen. Ook elders in Europa is er veel angst. Maar intussen is Oekraïne wel het meest pro-Europese land van Europa. Bij een negatieve uitslag zal Oekraïne van Europa vervreemden. De Russische beer achtervolgt ons. Wij kloppen op de deur van Europa. Er is daar licht. Het is er warm. We willen daar deel van zijn, offeren ons ervoor op. Maar veel Europeanen roepen uit het raam: ‘Jullie zijn niet welkom.’ Oekraïne moet natuurlijk zelf zijn huiswerk doen. We verwachten geen bonanza. We vragen niet zo veel geld als Griekenland. Maar we willen aan de goede kant van de geschiedenis kunnen staan. Dat is een morele zaak.”

Terwijl Saakasjvili ademhaalt voor een volgende zin in de hoogste versnelling, stopt assistente Mira hem. Hij moet naar de studio van 112, een van de weinige tv-kanalen waar hij welkom is. Hij rent weg, naar buiten, alleen, zonder bewaking. In de vestibule kom ik hem toch weer tegen. Hij holt de duisternis in. En roept me nog wel na in het Nederlands. „Tot ziens.”