Die behandeling was overbodig, maar de patiënt blééf aandringen

Boze patiënten die onnodige onderzoeken eisen. Veel artsen geven er aan toe, uit angst voor een officiële klacht.

Foto iStock

Het was meteen duidelijk voor de Rotterdamse huisarts Chantal van het Zandt, toen ze de uitslag van een bloedtest onder ogen kreeg: geen nader onderzoek noodzakelijk. De vitaminewaarden van de patiënt waren ietsje lager dan gebruikelijk, maar geen reden tot zorgen. Toen Van het Zandt dat aan de patiënt vertelde, geloofde die haar niet. Ook niet toen ze de uitslagen liet zien en het nog een paar keer uitlegde.

De patiënt werd boos, eiste nader onderzoek, en deelde haar verhaal op een online patiëntenforum. Medepatiënten oordeelden hard: de huisarts zou onterecht zorg weigeren. Wat doet de huisarts dan? Een behandelrelatie opzeggen kan niet zomaar wanneer een patiënt dreigt met een klacht of claim, en boze berichten verspreidt via internet.

Van het Zandt: „Soms besluit je ‘op verzoek van de patiënt’ te verwijzen. De betrokken patiënt wist drie internisten in verschillende ziekenhuizen dusdanig onder druk te zetten dat ook zij verschillende kostbare onderzoeken hebben verricht en naar elkaar doorverwezen voor second en third opinions. Uiteindelijk bleek: niks aan de hand.”

Uit onderzoek van de Stichting Beroepseer en beroepsorganisatie VVaa onder ruim 1.100 artsen blijkt dat veel artsen soms handelen uit angst voor schadeclaims of klachten van de patiënt, familie of de zorgverzekeraar. Veel artsen voelen zich gevangen in een spagaat: aan de ene kant willen overheid en zorgverzekeraars dat de zorg goedkoper wordt. Aan de andere kant zijn patiënten steeds mondiger en wantrouwender, waardoor artsen soms onder druk worden gezet om extra behandelingen en onderzoeken te doen.

De patiënt met het zogenaamde vitamine B12-tekort is één van de situaties waarin huisarts Chantal van het Zandt zich soms gedwongen voelt anders te handelen dan haar uit professioneel oogpunt het beste lijkt. Ze heeft een grote praktijk, met 4.000 patiënten, verdeeld over drie huisartsen in Rotterdam. Dat zoveel artsen worstelen met een defensieve houding, verbaast haar niet.

Van het Zandt: „Mensen verwachten steeds meer van de arts. Ze willen à la minute beter zijn, en als dat niet lukt, eisen ze nader onderzoek. Het is helemaal niet verkeerd dat patiënten mondiger worden, dat levert betere gesprekken op in de spreekkamer. Maar er is ook een groep patiënten die zich niet meer gerust laat stellen. Dat is zorgelijk.”

Lewi Vogelpoel, radioloog, voelt „minder vertrouwen dan vroeger” van patiënten. Steeds vaker ziet ze op aanvragen voor aanvullende diagnostiek de toevoeging ‘op verzoek van de patiënt’ staan. Dat zijn lang niet altijd strikt noodzakelijke onderzoeken. „Wantrouwen en een afrekencultuur voeren in onze maatschappij steeds meer de boventoon. Zorgverleners voelen zich gedwongen defensief te handelen. Niet mogen missen, ofwel alles uitsluiten, wordt dan steeds belangrijker.”

In haar wachtkamer komt huisarts Chantal van het Zandt weleens foldertjes tegen van letselschadeadvocaten. No cure, no pay, staat er dan op zo’n folder. Van het Zandt: „Een hele slechte ontwikkeling. Zulke bureaus zeggen in feite: klaag die arts maar aan, en als het niets oplevert, kost het je ook niets. Dat voedt het wantrouwen in de spreekkamer.”

Van het Zandt is ook niet blij met de oproep die minister Schippers (VVD, Zorg) onlangs deed: neem een opnameapparaat mee naar de arts, dan zijn gesprekken altijd terug te luisteren. „Dat voedt het wantrouwen van patiënten”, zegt Van het Zandt. „Als patiënten dreigen met een schadeclaim, kun je soms weinig anders doen dan ze maar doorverwijzen of dat extra onderzoek maar aanbieden, hoewel je weet dat het geen zin heeft. Je kan ook aanraden een andere huisarts te zoeken, maar dat is niet altijd de oplossing.”

Is het de arts te verwijten uit angst extra onderzoeken te laten doen? Bij de patiënt met het vitaminetekort, had Van het Zandt haar rug recht kunnen houden, en doorverwijzing kunnen weigeren. „Ik had echt geen schadeclaim hoeven betalen. Maar ik had misschien wel een dag een waarnemer moeten inhuren om naar de tuchtraad te gaan, had stukken moeten overleggen en was daar lang mee bezig geweest. Het kost veel tijd. Die kan ik niet aan mijn patiënten besteden.”