Deze kippen hebben nog nooit hun eigen ei gezien

Nederland telt acht opvangcentra voor oude kippen die zijn uitgelegd. Vrijdag opent de nieuwste.

„Kom, dames!” Jacqueline Verschuren (50) roept de bruinwitte leghennen uit het schuurtje op haar erf naar buiten. Ze strooit wat voer op de stenen. De hennen lopen erop af en pikken het voer gretig op. Verschuren heeft de hennen nu bijna een week. Ze zaten bij een pluimveehouder bij Amsterdam. Verschuren kocht ze vlak voor hun vertrek naar het slachthuis vrij.

Eén hen heeft een mager halsje, een paar andere hebben kale pennen. „Ze horen mooi bruin te zijn, maar hebben veel wit dons. Ze hebben elkaar kaalgepikt in de kippenstallen”, zegt ze. De kammen horen rood te zijn en rechtop te staan. Is ook al niet het geval. „Komt door gebrek aan vitamine D.”

Verschuren zou je dus een kippenredster kunnen noemen. De geboren Amsterdamse runt sinds vier jaar een van de acht opvangcentra van de stichting ‘Red een Legkip’ in Nederland. Die werd in 2011 opgericht en sindsdien zijn er duizenden leghennen vrijgekocht. Zeshonderd daarvan nam Verschuren voor haar rekening. „Wij geven de pluimveehouder één euro per kip”, zegt Sandra van de Werd van de stichting. „Voor ons is elk kippenleven er een.” Vrijdag wordt een nieuwe opvang geopend in Amsterdam en daarna volgt de achtste, in Lelystad.

Graaien en graaien

In Nederland houden ruim 1.100 pluimveebedrijven bij elkaar ongeveer 45 miljoen leghennen. Een hen legt in zestien maanden tijd zo’n 600 eieren, daarna gaan de dieren naar de slacht. „Nieuwe kippen zijn productiever”, legt Van de Werd uit. „De oude kippen moeten weg.”

De Dierenbescherming luidde afgelopen week de noodklok over ‘uitgelegde’ kippen die als soepkippen in Polen, Duitsland en Frankrijk eindigen. Het vervoer daarheen zou een „helletocht” zijn waarin onderweg honderden dieren sterven of gewond raken.

Verschuren kijkt er niet van op. „Kippen worden in het donker gevangen, want alleen dan zitten ze stil. Het is dan graaien en graaien. Ze worden niet zachtzinnig in een krat gepropt. Vangen is heel stressvol voor kippen.” Daarom vangt ze ze het liefst zelf, voor in de opvang. „Wij doen dat voorzichtiger en nemen er de tijd voor. Maar dan nog gillen de dieren het uit van de stress.”

Op het erf van Verschuren, dat oogt als een klein dierenpark, zien de hennen voor het eerst in hun leven daglicht. „Bij mij kunnen ze een zandbad nemen en voor het eerst ook echt scharrelen. Als ze een strootje de lucht ingooien, is dat zó leuk om te zien.”

Het gaat de stichting om bewustwording. Van de Werd: „We willen een signaal afgeven wat er aan dierenleed schuilgaat achter het ei.” Verschuren: „Kippen zitten met zijn negenendertigen in een ruimte van één bij vier meter. Ze noemen dat volièrekippen, maar in feite is er weinig verschil met de vroegere legbatterij.”

Gezellig en intelligent

In de opvang komen de leghennen tot rust en kunnen ze een natuurlijk kippenleven leiden. Verschuren vertelt hoe de hennen in het begin hun ei lukraak midden op het erf leggen. „Dat komt omdat ze hun eigen ei nooit hebben gezien. Als ze een ei in de stallen leggen, rolt dat direct in een geul en belandt het op een lopende band. Pas later snappen ze dat ze hun eitjes in de hokjes kunnen leggen die in het schuurtje staan.”

Als ze zijn aangesterkt, worden de meeste hennen herplaatst bij particulieren die ze een goed kippenleven gunnen. Een minuscuul druppeltje op een gloeiende plaat, beseft Verschuren. Maar niets doen is geen optie voor haar: „Dan verandert er nooit wat aan de ellendige omstandigheden van leghennen.”

Van de Werd: „Kippen zijn hartstikke leuke dieren. Ze zijn gezellig en intelligent. En het is heel ontspannend om naar ze te kijken. Als ik ze zo zie scharrelen, kan ik daar heel gelukkig van worden.”