De groene vingers van De Enk zoeken groei op golfbanen

Golfbaanbeheerder De Enk kocht eerder deze maand de golf- en groenactiviteiten van concurrent Grontmij.

Golfbaan Delfland bij Schipluiden is één van de golfbanen die wordt onderhouden door De Enk Groen & Golf. Foto Ruud Taal / ANP

Twee greenkeepers maaien het gras van golfbaan Prise d’eau. Het is rustig op de baan. Een paar ouderen met petjes zwaaien hun golfclubs in de richting van de vlag, die verder op de 120 hectare grote golfbaan staat. De greenkeepers werken tussen hen door, zo stil als dat gaat met een elektrische maaimachine. Een van hen kort het gras met een handgrasmaaier, de ander scherpt de randjes rond een zandbunker aan.

Van een afstandje kijkt hoofdgreenkeeper Jeroen Vingerhoets toe. „Golf is een visuele beleving”, zegt hij. „Mensen moeten veel wachten, dan moet er wat te zien zijn. Recht gemaaide banen, bloeiende planten.” Vingerhoets’ vingers zijn vies van de aarde. Vanmorgen verplaatste hij de holes over de golfbaan. Vlag uit de grond, cilinders uit de aarde, en dan op een andere plek hetzelfde proces in omgekeerde volgorde. Zijn lievelingskleur: groen.

Iedere dag begint hij om een uur of zeven met zijn team van zes greenkeepers. Ze maaien, bemesten, beluchten en zaaien, maar ze zijn ook verantwoordelijk voor de rest van de begroeiing op en rond de Tilburgse golfbaan.

Overname

Vingerhoets werkt voor De Enk Groen & Golf, de grootste golfbaanbeheerder van Nederland, met 150 werknemers en een verwachte omzet van 21 miljoen euro. Een derde daarvan komt van golfbaanbeheer, de rest is afkomstig van natuurbeheer en de aanleg van natuurgras en golfbanen.

De Enk beheert een tiende van de 210 golfbanen in Nederland, mede door de overname van een onderdeel van concurrent Grontmij begin maart. Dat is veel, omdat meer dan de helft van de Nederlandse golfbanen hun grasmat zelf bijhouden.

„We wilden investeren in innovatie. Om dat te bekostigen hadden we meer volume nodig”, legt directeur Gerard van der Werf uit. Hij begon zijn carrière met een schoffel in de hand op de golfbaan van Oosterhout, werkte zich op tot golfbaanmanager en werd in 2004 manager van De Enk. Dat viel toen nog onder bouwbedrijf Heijmans. In 2014 verzelfstandigde hij het bedrijf samen met compagnon Frans Reulink, om meer te kunnen innoveren dan bij het bouwbedrijf mogelijk was.

Dat moet ook, want chemische middelen om gewassen te beschermen worden steeds minder geaccepteerd in Nederland. Dit jaar wordt het gebruik verboden op trottoirs en pleinen, volgend jaar zijn onverharde terreinen aan de beurt. Vanaf 2020 kan dezelfde beslissing worden genomen voor sportvelden.

Hoosbui

Van der Werf wil daarop voorbereid zijn. De innovatie van De Enk draait vooral om het meten van gewas en bodem. In het gras van Prise d'eau zitten vochtsensoren en temperatuursensoren. Daarnaast doet het team van hoofdgreenkeeper Vingerhoets metingen bij het rondrijden over de baan.

Vingerhoets: „Bij het mesten of beregenen wil je niet vooraan beginnen en eindigen aan de achterkant. Je wil precies weten wat elk stuk gras nodig heeft om te zorgen voor gelijke groei.” Die kennis scheelt mest, maaiwerk, water en brandstof.

Is het niet vervelend om voor werk en winst zo afhankelijk te zijn van het weer? Bij een hoosbui spoelt het zand van de bunker naar beneden – „een paar dagen werk” volgens Vingerhoets – en treedt de vijver buiten haar oevers. Bij sneeuw die lang blijft liggen op onbevoren grond kan schimmel in het gras ontstaan.

Van der Werf: „Als de vorst dit jaar in november invalt heb ik een ander jaar dan als het gras groeit tot Tweede Kerstdag, dat is zo.” Druk maakt hij zich er niet om: „Dan slaap je nooit meer.”

Sinds de crisis is de wereld van golfbanen en golfbaanbeheer veranderd. Tien jaar geleden bouwden bedrijven gezamenlijk jaarlijks zes of zeven golfbanen, maar de Nederlandse markt is nu behoorlijk verzadigd. Op dit moment breidt De Enk de golfbaan van Helmond uit en wordt door een ander bedrijf een nieuwe baan aangelegd bij Vianen, maar dat is het dan ook. En dat maakt uit. Van der Werf: „De partij die de golfbaan aanlegt doet meestal ook het onderhoud.”

Uitbreiding

Potentiële groei is nog wel mogelijk in banen die nu door golfclubs zelf geëxploiteerd worden, zegt Van der Werf. Zes op de tien golfbanen doen nu hun eigen onderhoud. „Daar houden we onze ogen en oren voor open. Van uitbreiding moet je het niet meer hebben.”

„Tien, vijftien jaar geleden was het normaal dat een club een paar duizend leden had”, zegt Van der Werf. „Die betaalden in januari contributie en dan was de begroting rond. Nu is het ledenaantal misschien de helft. De rest van de golfers zijn dagjesmensen.”

De tegenvallende inkomsten voor golfbanen worden ook doorberekend in het baanbeheer, ondanks de meerjarige onderhoudscontracten die De Enk met de golfbanen heeft. Van der Werf: „Aan hun bankroet heb ik ook niets.”