Bloedbad onder christenen in Lahore

Pakistan Drie dagen officiële rouw om terreuractie tegen christenen in Lahore. Maar de moslimextremisten beloven door te gaan met hun zelfmoordaanslagen.

Rouwbetoon in Lahore maandag. Een zelfmoordterrorist blies zich een dag eerder na de paas mis op bij een speelplaats in een druk park. Foto Arif Ali/AFP

In Pakistan is drie dagen rouw afgekondigd na een aanslag op het Gulshan-e-Iqbalpark in Lahore zondagavond. Een Talibaan-strijder blies zich op bij een speelplaats in het park, die na de paasmis vol kinderen was. De bom, gericht op de christelijke minderheid, doodde 72 mensen, onder wie 29 kinderen. De aanslag is opgeëist door Jamaat-ul-Ahrar, een factie van de Pakistaanse Talibaan.

Net als de wrede aanslag door een achtkoppig Talibaan-commando op een lagere school in Peshawar in december 2014, waarbij 134 kinderen van dichtbij werden doodgeschoten, was ook deze zelfmoordactie gericht tegen de meest weerlozen. Lokale media melden dat de ziekenhuizen in Lahore vol liggen met zwaargewonde kinderen, van wie sommigen niet ouder dan twee jaar. Verwacht wordt dat het dodental nog zal stijgen.

„We willen premier Sharif de boodschap geven dat we in Lahore zijn aangekomen”, aldus Talibaan-woordvoerder Ehsan Ehsanullah tegen persbureau Reuters.

“Hij kan ons niet stoppen. Onze commando’s zullen doorgaan met deze aanvallen.”

De aanslag toont dat Pakistan niet van de Talibaan-terreur is verlost, hoewel de aanslagen in de loop van vorig jaar leken af te nemen. „Dit wordt het jaar waarin we het terrorisme beëindigen”, verkondigde generaal Raheel Sharif, de machtige chef-staf van het Pakistaanse leger, begin januari. Het Pakistaanse leger is sinds eind 2014 bezig met een grootschalige operatie in een van de stammengebieden langs de Afghaanse grens waar veel Talibaan-facties een veilig toevluchtsoord vonden. Maar voor het plegen van een vernietigende aanslag zoals die op het nauwelijks bewaakte park in Lahore is niet veel nodig.

Het Pakistaanse leger voerde meteen na de aanslag operaties uit in de provincie Punjab, waartoe Lahore en de hoofdstad Islamabad behoren. Tot voor kort werd de belangrijkste provincie van het land als relatief veilig beschouwd. Al jaren is echter bekend dat organisaties als Lashkar-e-Taiba (een van de actiefste terreurgroepen in Zuid-Azië) en Lashkar-e-Jhangvi (een van de wreedste) opereren vanuit Punjab. Uit angst voor een nieuwe machtsgreep van het leger hield volgens analisten premier Nawaz Sharif legeroperaties eerder tegen.

De gewelddadige islam wordt in Pakistan onderwezen aan miljoenen jonge jongens, en steeds vaker ook aan meisjes, in madrassa’s De Koranscholen zijn populair wegens de wijdverbreide armoede. De leerlingen krijgen gratis kost, inwoning en lesmateriaal; smeergeld is uit den boze. Kinderen leren dat het Westen Gods vijand is, dat de sharia moet worden ingevoerd en dat het een plicht is te vechten tegen iedereen die volgens hun moellahs het geloof dwarsboomt, inclusief hun ouders.

De overheid treedt niet op tegen de madrassa’s. Haar dubbelzinnigheid blijkt bovendien uit het handhaven van de beruchte blasfemiewetten, die zware straffen, waaronder de doodstraf, stelt op het kwetsen van religieuze gevoelens. Tegenstanders van de wet zijn hun leven niet zeker. Zo werd gouverneur van Punjab, Salman Taseer, vermoord. Zondag bestormden tienduizend demonstranten in Islamabad de wijk met het parlement. Zij eisten dat de moordenaar van Taseer, die in maart door de overheid werd terechtgesteld, wordt uitgeroepen tot martelaar van het geloof.