Als je maar gelukkig bent

‘Hoe bepaal je of je later succesvol bent?” Die vraag stelde dr. Nelson, leraar geschiedenis op de highschool van mijn dochter, aan de klas. De kinderen moesten het uitbeelden op een poster.

Mijn altijd enthousiaste dochter Charlotte maakte er veel werk van. Ze tekende een berg munten en een gouden medaille met een grote één erop. Verder een wit huis met een hek waartegen een hond springt, daaronder een visitekaartje met haar naam in vette letters. Een glimmende auto maakte het geheel af. Vier jaar Amerika en al helemaal gehersenspoeld. Tevreden aanschouwde ze het resultaat. „Wel raar dat iedereen in de klas dezelfde dingen kiest”, zei ze.

De volgende dag kwam de onvermijdelijke vervolgvraag: hoe bereik je al dat moois op de poster? Omdat dr. Nelson ervan uitging dat de ouders daar een rol in spelen, moesten Charlotte en ik die opdracht samen maken.

En zo zitten we op zondagmiddag aan de keukentafel te kijken naar een meisje dat in een TED-lezing uitlegt dat succes niet afhangt van intelligentie, noch van talent. Niet van testscores en ook niet van het inkomen van de ouders. Nee, het hangt af van grit, een combinatie van passie en doorzettingsvermogen. Je moet hard werken aan je toekomst, zegt het meisje dat me aan een Aziatische tijgermoeder doet denken. Niet een dag, niet een maand, nee, jaar in jaar uit. Ze beëindigt haar vlammende betoog met de zin: Leef je leven alsof het een marathon is, geen sprint.

„En mama”, vraagt mijn dochter die klaar zit met pen en papier, „hoe word ik volgens jou succesvol?”

Ik kijk naar Charlotte. Ze weet nog niet wat haar passie is, maar probeert wel zo goed mogelijk te voldoen aan de eisen van de school. Een marathon moet ze lopen, om straks aan te komen op haar poster. Zwemmend in het geld, in haar witte huis met een droombaan.

„Lieverd, ik vind je al succesvol”, zeg ik.

„Ik weet zeker dat dr. Nelson dat een verkeerd antwoord vindt”, zegt ze, terwijl ze aan een van haar vlechtjes trekt.

Ik denk dat ze gelijk heeft. Ik herinner me dat de directeur laatst had besloten de kinderen wat minder huiswerk te geven. Het zou hun nieuwsgierigheid ten goede komen en hun stressklachten doen afnemen. Onmiddellijk startten de tijgermoeders een petitie om de directeur te ontslaan. Ze wilden iemand die het belang inzag van testscores. De enige weg tot een goede opleiding en daarmee tot succes. De directeur haalde bakzeil.

„Het gaat niet alleen om het resultaat”, begin ik voorzichtig. „De weg erheen doet er ook toe.”

„Mam, daar kan ik op school echt niet mee aankomen”, zegt ze. „Dat is zo typisch Nederlands: als je maar gelukkig bent. Geen een ouder hier zegt dat.”

„Wat zeggen die dan wel?”, vraag ik.

„Dat je er altijd naar moet streven de beste te worden.”

„Maar niet iedereen kan de beste zijn”, zeg ik, „bovendien is dat geen garantie voor succes. Doorzettingsvermogen is belangrijk, voor de goede dingen.”

Ze klaart op. „Mama, daar hebben we een liedje over geleerd”, zegt ze en begint een lied van Fred Astaire en Ginger Rogers te zingen over wat te doen als je faalt. „Just pick yourself up, dust yourself off, start all over again.

„Precies”, zeg ik. „Als je van het paard valt, moet je er direct weer opklimmen.”

„Oh, een paard”, zegt ze. „Dat kan er mooi bij op mijn poster.”