Hoog- en laagopgeleid apart naar school

Er gaan in Amsterdam meer kinderen naar scholen met bijna alleen hoog opgeleide ouders, blijkt uit onderzoek van Bureau OIS.

Concentratie kinderen hoogopgeleiden

Twintig procent van de Amsterdamse basisscholen zijn geen goede afspiegeling van de jeugd in de buurt. Daar gaan meer of juist minder kinderen van niet-westerse ouders naartoe dan in de buurt wonen. Dat staat in een deze week verschenen onderzoek naar segregatie in het onderwijs in de stad, door Bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS).

Waar een kind naar school gaat, hangt nog altijd deels samen met zijn afkomst en sociaal-economische status, blijkt uit het rapport. Vooral in Nieuw-West, Zuidoost en Noord staan scholen waar nauwelijks kinderen met hoog opgeleide ouders naartoe gaan. In Zuid staan juist veel scholen (ruim eenderde) waar bijna alleen maar kinderen van hoog opgeleide (en westerse) ouders op zitten.

In het basisonderwijs verandert de segregatie. Er gaan ten opzichte van drie jaar geleden minder kinderen naar scholen met vrijwel geen hoog opgeleide ouders, maar méér naar scholen waar bijna alle ouders hoogopgeleid zijn. De bevolking van de stad is sowieso steeds hoger opgeleid. Had drie jaar geleden nog 42 procent van de leerlingen hoog opgeleide ouders, nu is dat 46 procent.

Het is vooral deze groep die kinderen buiten de eigen buurt naar school laat gaan. Scholen in Zuid, Noord-Oost en de grachtengordel zijn bij hen in trek – buurten waar veel hoogopgeleiden wonen (zie kaart). In theorie zouden Oud- en Noord-West, Geuzenveld, Bos en Lommer, Osdorp, Oud-Oost, Nieuw-Sloten, De Pijp en de Rivierenbuurt meer gemengde basisscholen kunnen hebben, omdat hier meer kinderen van hoogopgeleiden wonen dan er naar school gaan.

Ouders kiezen voor vertrouwdheid

Maar hoe beweeg je hen daartoe? Uit eerder onderzoek blijkt dat Amsterdamse ouders hun kind wel naar een gemengde school wíllen sturen, maar dat uiteindelijk toch andere factoren de doorslag geven: de sfeer op een school, bijvoorbeeld, of de vertrouwdheid met andere ouders die op het schoolplein staan.

Het voortgezet onderwijs is meer gesegregeerd dan het basisonderwijs, omdat niveauverschillen meespelen. Leerlingen van laag opgeleide ouders krijgen vaker een vmbo-advies. Ze kiezen bovendien vaker voor een scholengemeenschap dan voor een categorale school. En meer leerlingen kiezen een school buiten de buurt.

Het gemeentelijk beleid richt zich daarom vooralsnog op lagere scholen, zegt wethouder Simone Kukenheim (Onderwijs, D66). „We voeren een groot aantal maatregelen in waarvan we hopen dat ze de diversiteit bevorderen. Zo willen we peutervoorzieningen veel gemengder maken. Daarna gaan misschien meer kinderen samen naar de basisschool.” De stad wil daarnaast ouderinitiatieven om scholen gemengder te krijgen ondersteunen en ouderbijdragen harmoniseren, zodat die geen belemmering vormen voor lage inkomens.

„Als kinderen elkaar in een diverse stad als Amsterdam op de basisschool niet tegenkomen, is dat een gemiste kans”, zegt Kukenheim. Maar ze gaat ouders niet dwingen hun kind naar een bepaalde school te sturen. „We kunnen ze er wel mee helpen.”

PvdA-fractievoorzitter Marjolein Moorman vindt dat de stad te weinig doet om scholen te mengen. „De segregatie begint in deze stad al op zeer jonge leeftijd. We moeten veel faciliterender zijn: elke school zou een voorschool moeten hebben.”

Jan-Mattijs Heinemeyer, directeur van het Calandlyceum in Nieuw-West, wijst behalve naar de stad ook naar schoolbesturen. „Zij moeten minder met elkaar concurreren en meer luisteren naar hun maatschappelijke opdracht: kinderen leren samenleven.” Dat is volgens hem even belangrijk als een diploma halen. „Wat in Brussel is gebeurd, komt mede doordat culturen elkaar niet tegenkomen.”

Op zijn eigen school wil hij in elk geval van elk niveau een evenredig aantal leerlingen. Het merendeel komt uit (Nieuw-)West, maar voor het sportonderwijs en technasium (vwo-niveau) komen sommige leerlingen ook van verder. „Zij hebben van tevoren een bepaald beeld van West, dat hebben we allemaal. Maar als ze hier eenmaal rondlopen, reageren ze ontwapenend: ze zeggen dat het hier bruist.”

    • Mirjam Remie
    • Daan Borrel