Zingen maakt gelukkig

In duizenden kerken en zalen wordt dit Paasweekend gezongen. 1,7 miljoen Nederlanders zijn lid van een koor. „Zingen haalt stress weg.”

Foto David van Dam

Vandaag, Eerste Paasdag, staan om 9.30 uur 47 mannen en vrouwen op de stoep voor de Pelgrimvaderskerk in Rotterdam. Ze zullen koorkleding dragen, zoals dat staat voorgeschreven in het ‘rooster 2016 Christelijk Gemengd Koor Delfshaven’: vrouwen in het zwart, de mannen in pak. 31 vrouwen (sopranen en alten) en 16 mannen (bassen en tenoren). De gemiddelde leeftijd is 61.

Samen zullen ze de kerkgangers verwelkomen met het zingen van U zij de Glorie, Wees gegroet en Glorie aan het lam. De kerkgangers mogen meezingen, dat maakt het elk jaar opnieuw tot een feestelijke gebeurtenis. Daarna gaan ze met z’n allen naar binnen voor de kerkdienst. In die dienst zingt het koor dan nog O lam van God, Voor mij en I know that my Redeemer lives.

Voor wie het weet, vallen aan de liederenkeuze van dit jaar een paar dingen op. Het Engelstalige lied natuurlijk, „als we dat een paar jaar terug hadden gedaan was bij wijze van spreken het halve koor opgestapt”, zegt Harrie Schoonewille (49), de voorzitter van het koor. En ook dat er een zelfgeschreven lied bij zit, Voor mij. De tekst is van Ruud Meeuws (65), tevens secretaris van het koor, de muziek komt van de dirigent, Arjen Uitbeijerse (39).

Het Christelijk Gemengd Koor Delfshaven is een zangkoor zoals er talloze zijn in Nederland: 10,7 procent van de Nederlanders zingt in een koor, bleek uit cijfers van het Europese netwerk van korenorganisaties. Dat zijn 1,7 miljoen mensen.

Suzanne Pronk leerde haar man hier kennen. Haar ouders zijn ook lid.

En sommige koren schrijven dus zelf tekst en muziek. Dat ging zo, vertelt Arjen Uitbeijerse deze woensdagavond in de pauze van de wekelijkse repetitie, die wordt gehouden in een zaaltje achter de kerk, plastic stoelen staan er gegroepeerd rond een elektrische piano: „De melodie zat al een tijdje in mijn hoofd, ik kwam er maar niet vanaf. Dus ik dacht: daar moet ik wat mee. Toen heb ik het op de piano gespeeld, op een filetje gezet en naar Ruud gestuurd, ‘luister hier eens naar’. Om half vier ’s nachts kreeg ik het al terug.” Ruud Meeuws, in het dagelijks leven boekhouder bij een grote rederij: „Ik maak soms gedichten. En ik vertaal ook. Maar dit was mijn eerste lied”.

Volgens een studie van de European Choral Association staat Nederland op de tweede plaats van koordichtheid in Europa, alleen in Oostenrijk zitten nog meer mensen op een zangkoor. Kerst en Pasen zijn hoogtijdagen, ook de talloze koren die niet samenkomen op grond van hun geloof zingen dan in de kerk.

Maar veel zangkoren hebben wel degelijk een christelijke grondslag.

„Vader in de Hemel, aan het begin van deze repetitie komen we bij U. We willen U vragen met ons te zijn, vanavond. Laat ons de woorden begrijpen die we zingen. En wilt U Arjen de energie geven om ons voor te bereiden op de uitvoering.”

Voorzitter Harrie Schoonewille, directeur Nederland bij telecommunicatiebedrijf Entropia Digital, begint de woensdagavond met gebed. Dan volgen de mededelingen. Er ligt een kaart klaar voor John, die in het ziekenhuis verblijft. Als iedereen die even tekent „dan vindt hij die straks als-ie thuiskomt”. En „Jannie, je bent er weer, fijn.” Jannie was een paar weken ziek, ze krijgt bloemen. „Geke, dertig jaar getrouwd begrijp ik.” Ook voor haar is er een boeket, met als extra een cadeautje voor haar man.

Op de camping missen we het koor

Zingen bij een koor maakt gelukkig, ook dat is onderzocht. Het geeft mensen een gevoel van verbondenheid met elkaar. Arjen Uitbeijerse, leraar kunst en cultuur, haalt het aan in zijn ‘woordje van de dirigent’ waarmee hij zich anderhalf jaar geleden voorstelde op de website van het koor: „Zingen verandert het brein. Het haalt onder andere stress weg.”

Anderen, zoals secretaris Ruud Meeuws, zeggen: „Het is een stukje van je leven. Zingen ontspant je, je komt altijd energieker van de repetitie terug dan je ernaartoe ging. Dat komt ook doordat je samen het geloof beleeft.”

Dick van Raffen (64), algemeen adjunct en webmaster: „In de zomer zingen we niet. En dan zit je op de camping en dan is het woensdagavond en dan denk je: hè, jammer. Het is gewoon een avondje uit.”

Harrie Schoonewille: „Het is een enorm gemis als je een keer niet gaat. De repetitie is een rustpunt in de week. Je ontmoet hier ook allemaal verschillende soorten mensen. Dat je denkt: zo zit het leven echt in elkaar.”

Suzanne Pronk, met 27 jaar het jongste vrouwelijke koorlid en daarom uitgelicht op de website, schrijft daar: „De sfeer is erg fijn, net een grote familie. Als je ziek bent of jarig, kan je een stapel post verwachten.”

Harrie Schoonewille ging bij het koor toen hij twintig was, zijn vader was koster bij de kerk. Hij ontmoette er zijn vrouw, die is er vanavond ook. Suzanne Pronk zit op het koor sinds haar achttiende. Haar ouders zijn ook lid, ze leerde er haar man kennen.

Dat het 57 jaar geleden nog als ‘Hervormd Evangelisatiekoor’ opgerichte zangkoor „net een grote familie” is, blijkt echter ook een nadeel: het is vergrijsd. Ruud Meeuws heeft het uitgezocht. Gemiddelde leeftijd sopranen: 58,9 jaar. Alten: 65,1 jaar. Tenoren: 58,8 jaar. Bassen: 61,9 jaar.

In ‘Onze Visie’ staat daarom sinds kort onder ‘doelstellingen’: „De gemiddelde leeftijd van ons koor gaat naar onder de 55. Niet door afscheid te nemen van oudere leden, maar door jongere leden te werven.” Die leden, staat er ook, moeten komen uit „de doelgroep 30-40 jarigen, overigens ook de leeftijdscategorie van het koor bij oprichting”.

De leeftijd van dirigent Arjen Uitbeijerse, zeg maar. En ja, je zou hem kunnen zien als het begin van de verjonging. In september 2014 volgde hij als dirigent Francien Hollaar op, die toen net zeventig was geworden.

„Een dirigent komt voor ten minste tien jaar”, zegt Harrie Schoonewille. „Als je naar de toekomst toe wilt groeien, moet je daaraan denken als je een nieuwe dirigent zoekt.” Ruud Meeuws: „We willen meer leden en dan moet je jongeren aantrekken. Niet dat het nu meteen een jongerenkoor moet worden, natuurlijk.” Harrie Schoonewille: „We zeiden tegen Arjen: wees selectief in je liederenkeuze. Als je denkt dat er moet worden vernieuwd in melodie of tekst, doe het dan. Mochten er botsingen over ontstaan dan lossen we het samen op. We zijn een hecht koor.”

Het koor wordt nu begeleid door saxofoon

Botsingen zijn er niet geweest, maar wennen was het wel. Er zijn nieuwe liederen in het repertoire opgenomen, uitvoeringen worden behalve door orgel of piano nu ook begeleid door saxofoon, drum of gitaar. En de nieuwe dirigent is vrolijk en energiek maar ook veeleisend, zie je op de repetitie: „Niet in je map kijken hè, bij het zingen. Anders denken die mensen in de kerk straks: ze weten bij dat koor niet waar ze zijn.” „Dóórzingen mensen, dat je niet het ademhalen hoort.” „We willen dat ze in die kerk denken: wow, we’re impressed.”

Na anderhalf jaar kan hij een potje breken. De koorleden lachen wanneer hij zegt: „Als je denkt: tsjongejonge wat moeten we veel staan vanavond, dat trek ik niet – dan mag je ook gaan zitten. Zolang je dat maar niet in de vakantiemodus doet.” Niemand die gaat zitten als hij er aan toevoegt: „Maar als je je jong genoeg voelt, kan je blijven staan natuurlijk.”

Zijn er behalve de dirigent de afgelopen tijd al meer mensen bereikt uit „de doelgroep 30-40 jarigen”? In elk geval één opvallende verschijning: Mark Menig (32) uit Curaçao. Hoe dat ging? „Ik kerk hier op zondag en iemand zag mij zingen, een jaar geleden. Die stapte na de dienst op mij af en vroeg of ik bij het koor wilde komen. Dat wilde ik graag, bij ons thuis leidt mijn vader een koor.” Hij is er niet onder leeftijdgenoten, is dat erg? „Nee, ik kom voor het zingen. En de sfeer is fijn.” Wat vindt hij van de liederenkeuze? „Die wordt minder ouderwets.”

Ook Mark Menig is uitgelicht op de website. Daar schrijft hij: „Er wordt gelachen, maar ook serieus geoefend. Het repertoire is goed gevarieerd. Ik nodig je van harte uit, als je van zingen houdt, om ook te komen. Je mist anders heel veel.” Sinds kort zit hij in het bestuur, want ook dat moet worden verjongd. Uit ‘Onze Visie’: „Belangrijk om als bestuur ook de doelgroep te vertegenwoordigen. Nu geloven we dat we als bestuur best jong van geest zijn, echter niet van lijf en leden.”

Waar kun je een zangkoor als dit horen, behalve op christelijke feestdagen in de kerk? Nou, in zorgcentra, ziekenhuizen en hospices. Maar minder vaak dan tien jaar geleden, zegt Harrie Schoonewille: „Als wij komen zingen dan moeten vrijwilligers mensen naar de zaal brengen, want er is niet meer zoveel vast personeel. En vrijwilligers zijn er niet altijd.” Jammer, want bijvoorbeeld dementerende ouderen horen graag liederen die ze nog kennen van vroeger.

Al met al hebben ze dit jaar twaalf uitvoeringen, ook in kerken buiten Rotterdam (De Lier, Krimpen aan den IJssel). Eén is er op een camping, De Klepperstee in Ouddorp. De in het rooster voorgeschreven kledij voor die 24ste juli: ‘nette vrijetijdskleding’. En wat ze dan gaan zingen? Misschien wel Ik zal er zijn.