Olympische droom waterpolovrouwen spat uiteen

Verdriet en ongeloof bij de speelsters van het Nederlandse waterpoloteam. Ze zijn er deze zomer niet bij in Rio.

Wanhoop bij coach Arno Havenga. Foto: Gertjan Kooij / ANP

Van de top van de wereld terug naar de absolute anonimiteit. Iets meer dan een half jaar duurde de euforie rond de Nederlandse waterpolovrouwen, die vorige zomer in Kazan zo verrassend de finale van het WK haalden. Zaterdagmiddag voltrok zich aan het Tobbepad van Gouda een sportief drama voor de Nederlandse ploeg: niet Nederland, maar Spanje greep het kostbare ticket naar Rio. In de kwartfinale van het olympisch kwalificatietoernooi werd Nederland bij fases uit het eigen Groenhovenbad geveegd door de sterke Spaanse vrouwen: de uitslag (10-7) was niet eens geflatteerd.

Niet alleen spatte de olympische droom van de ploeg van bondscoach Arno Havenga in 32 minuten zuivere speeltijd uiteen in Gouda, de kans bestaat dat het Nederlandse waterpolo, sportief gezien, terugkeert naar de middeleeuwen. “Misschien raken we onze A-status kwijt, dan is er geen waterpoloprogramma meer”, somberde Sabrina van der Sloot na afloop. “En waarschijnlijk stoppen heel veel speelsters. Dit wordt een terugslag voor het hele Nederlandse waterpolo. Misschien zakken we weer weg naar de achtergrond.”

Zo’n vaart zal het misschien niet lopen, maar het olympische vacuum is een bittere pil voor de ploeg die bij drie titeltoernooien - twee EK’s en een WK - de finale haalde, maar ze alledrie verloor. Geen Rio de Janeiro – het was een boze droom die uitkwam. De trotse olympisch kampioen van Beijing (2008), die ook al de Spelen van Londen (2012) miste, is ook deze keer niet van de partij bij de hoogmis van de internationale sport. Vier jaar trainen, al die opofferingen, allemaal weggegooid in één wedstrijdje tegen Spanje.

Ontroostbaar

Tranen vloeiden langs de badrand, Havenga zat minutenlang met zijn hoofd in zijn handen op een bankje, zo leeg dat hij niet in staat was zijn speelsters te troosten. Zo groot was de deceptie. Maar wie de naakte feiten bekeek kon niet anders dan concluderen dat de juiste ploeg de Spelen haalde. Spanje was op deze dag waarop het allemaal moest gebeuren twee klassen beter dan Nederland. “Spanje heeft goed gespeeld, wij hebben slecht gespeeld”, vatte Havenga kort en bondig samen. “We hebben niet geleverd op het moment dat het moest gebeuren. We hebben zat kansen gehad. Maar we speelden de hele week al niet goed. Dat moeten we gaan analyseren. We missen de power en de drive om te scoren.”

Zonder al te veel beroep te doen op de verbeeldingskracht drong de vergelijking zich op met de EK-finale in Belgrado, twee maanden geleden. Dat toernooi waarin Nederland op weg leek naar rechtstreekse plaatsing voor de Spelen, maar de kansen vergooide in de finale tegen Hongarije. Toen kwamen de Nederlandse vrouwen geen moment in hun spel, zaterdagmiddag tegen Spanje was het verschil nog pijnlijker. Binnen no time hadden de Spaanse speelsters een 4-0 voorsprong genomen. Dat gat was direct onoverbrugbaar.

Druk te groot

“Blijkbaar zijn we niet bestand tegen dit soort druk”, analyseerde Van der Sloot. En Havenga: “Die klap van Belgrado is misschien harder geweest dan we dachten.” Van der Sloot ziet een ploeg om zich heen die het mentaal laat afweten op het moment dat de prijzen worden verdeeld. “Je moet alles geven, maar het komt er niet uit bij een aantal speelsters. We hebben er allemaal schuld aan. Kwalitatief is Spanje echt niet beter dan wij. Maar wij halen niet eens een basisniveau, we maken fouten die we normaal nooit maken. Als je dit soort wedstrijden niet kunt winnen hoor je niet op de Spelen thuis.”

Het was een uiterst pijnlijke constatering voor de ploeg die zich net weer had teruggevochten na de zeven moeilijke jaren die volgden op het olympische wonder van Beijing. Onder Havenga, opvolger van de Italiaan Mauro Maugeri, speelde Nederland weer fris en vrolijk waterpolo, en groeide de ploeg uit tot een plaag voor de hele wereldtop. Alleen de Verenigde Staten waren een maatje te groot, het gat met de rest was gedicht, getuige de resultaten van het afgelopen jaar.

Maar waar Nederland in augustus vorig jaar nog iedereen verraste met een sensationale plaats in de WK-finale van Kazan, werden op het EK in Belgrado de eerste scheurtjes zichtbaar. Van de jonge topschutter van de ploeg Kazan, Maud Megens, werd weinig meer vernomen. De uitblinkster van toen op doel, keepster Laura Aarts, bleek kwetsbaarder dan gedacht. Ook andere speelsters bleven, toen de druk toenam, ver verwijderd van hun topniveau.

“In Kazan werd niks van ons verwacht”, zei Van der Sloot. En, doelend op de olympische kwalificatieprocedure voor Rio: “In Kazan was voor ons niks te halen.” Zij herinnerde nog maar eens aan het vorige trauma dat in de hoofden van veel ploeggenoten een plek heeft gevonden, het mislopen van de Spelen in Londen. In 2012 werd de regerend olympisch kampioen in een tumultueus duel in Triëst uitgeschakeld door gastland Italië, niet zonder hulp van de arbitrage. “Wij zijn een ploeg met heel veel meiden die al een keer een olympisch ticket verloren zijn”, zei Van der Sloot. “Ik weet niet of dat meespeelt. We spelen niet zoals we kunnen. Ik ben kwaad op mezelf, op mijn ploeggenoten, op iedereen die bij ons team hoort. Wij hebben dit onszelf aangedaan.”

Pijnlijker dan vier jaar geleden

Voor de laatste Beijing-ganger in de groep, aanvoerster Yasemin Smit, deed de sof van Gouda meer pijn dan die van Triëst, vier jaar geleden. “Dit komt zo hard aan”, treurde de olympisch kampioene van 2008. “We zijn er niet bij. Ik wilde naar de Spelen, desnoods in mijn onderbroek. De rest maakt mij niet uit. Ik heb geen idee hoe we dit zo uit de hand hebben laten lopen. In Belgrado voelde je echt de spanning voor de finale. Nu had ik het gevoel dat we er veel meer tegen opgewassen waren. Dit is moeilijker dan Triëst. We zijn als team zoveel beter nu, we hebben veel meer laten zien. Maar we waren niet goed genoeg vandaag, en dat hebben we aan onszelf te wijten.”

Arno Havenga had direct na de wedstrijd nog “geen idee” wat de uitschakeling betekent voor de lange termijn van zijn ploeg. “We moeten een nieuw traject in”, zei hij. “Maar dat is iets voor de komende tijd. Daar ben ik totaal niet mee bezig geweest. Dat is aan de KNZB. Ik heb geen idee of er veel speelsters zullen stoppen. Daar ben ik niet bang voor.”

    • Rob Schoof