Niet zeker van de zaak

Pepijn Lanen

Het is even zoeken, want er hangt geen bord buiten. Bovendien is de deur van binnenuit beplakt met allemaal papieren waardoor het lijkt alsof het pand leeg staat. Toch zegt het internet dat we hier moeten zijn. Na nog een keer heen en weer kijken, van de kaartenapplicatie op de iPhone naar de overkant van de straat, hebben we toch de stoute schoenen aangetrokken en zijn we overgestoken. Dichterbij de deur blijken de opgeplakte papieren niet zomaar opgeplakte papieren te zijn, maar koddige artistieke weergaven van de verschillende items op het menu, uitgevoerd in viltstift op papier en daarna opgeplakt. Ik trek de deur open en we staan meteen in de rij. Cheeky Sandwiches heet het en we zijn hier om een sandwich te eten. En dan specifiek die sandwich die bestaat uit een stuk gefrituurde kip met witte jus tussen twee buttermilk biscuits.

Het is niet echt ingericht op zittende klandizie. Bijna wint de twijfel en de claustrofobie; mijn partner in crime, het jongste zusje van mijn vrouw, is niet helemaal zeker van de zaak. Toch zetten we door. Een man van begin veertig (schat ik) bestelt van alles en ik vind hem meteen een lul. Hij is hier met zijn vrouw en twee jonge kinderen en heeft een blik Duits bier genomen voor tijdens het wachten. Echt zo’n vader die dat dan in het weekend heel erg nodig heeft, denk ik. Ik erger me aan zijn gezicht dat me doet denken aan een acteur uit Gilmore Girls die me ook irriteert.

Na een tijdje dicht op elkaar spuugt de rij ons tegen de toonbank aan en ik bestel twee maal de eerder genoemde sandwich. En een kopje warme gemberthee.

We schuifelen weg van de toonbank en vinden wonder boven wonder een plaatsje aan een uitstekend stuk bar met twee krukken. De man aan wie ik een hekel heb, zit met zijn gezinnetje en zijn overdreven blik Duits bier aan een tafeltje tegenover ons. Zijn kinderen kleuren een kleurplaat als It Takes Two van Rob Base en DJ E-Z Rock ineens uit de speakers komt. „Oh yeah!” roept de man, terwijl hij zijn dochtertje aanstoot met zijn ellenboog en haar uit doet schieten met haar kleurpotlood. „This is the classic!” zegt hij enthousiast tegen haar. Ze kijkt hem vragend aan terwijl hij vanaf het eerste woord alles mee rapt. Aan zijn andere zijde begint zijn zoontje bijna te huilen omdat hij geen slokje cola mag. „Don’t ruïn the moment, Oscar. Don’t ruin Rob Base!” zegt de man. Daarna rapt hij weer alles woord voor woord mee. Wat een topper. Ik wil nù beste vrienden met hem worden.

De sandwiches arriveren en zijn fenomenaal. De kip is krokant doch sappig, de biscuits zijn een perfect canvas en de jus maakt alles nog smeuïger dan de jongste berichtgevingen rondom Kanye West.

Buiten sta ik met de warme gemberthee die ik in alle consternatie helemaal ben vergeten te roeren. We lopen richting Alphabet City. De naam spreekt altijd erg tot mijn verbeelding. In mijn hoofd is het een hele stad opgebouwd uit het decor en de achtergrond van de Alphabet Street-video van Prince. Er wonen gezinnen bestaand uit hoofdletters en kleine letters in allerlei verschillende kleuren maar wel in normale huizen. Het bruist er. Ik gooi de warme gemberthee weg. Het is lastig om me te concentreren op een hot beverage tijdens het over straat lopen.

Het is zaterdag: terwijl de wereld vergaat, probeer ik om door de week gezond te eten zodat ik me in het weekend kan laven aan alle heerlijkheden en decadenties die deze stad rijk is. Het lukt gedeeltelijk. In het weekend laaf ik me aan alle heerlijkheden en decadenties die deze stad rijk is. Maar door de week eigenlijk ook.

Het is koud, eigenlijk meer weer voor een warme wafel of een stapel pancakes en toch gaan we bij Big Gay Icecream naar binnen om een ijsje te eten. Ik kan niet kiezen. Mijn schoonzusje weet het meteen en laat een ijsje met zeezout-caramel in chocolade dopen. Ik zeg een hele tijd „eh, eh, eh” achter elkaar en besluit dan een hot fudge sundae te bestellen. Een kapitale fout blijkt achteraf. Alhoewel ze in een bekertje softijs, pindaatjes en slagroom met een dikke fudgie chocolade-saus tot een perfect kwartet weten te toveren, heb ik slechts een klein proefhapje van het ijsje van zusje nodig om te weten dat ik ook precies dat had moeten bestellen. Met lange tanden smul ik verdrietig van de zoete saus en de knapperige nootjes die in de beker een dansje doen met het ijs en de romige slagroom. Ze biedt me nog een medelijdenhapje aan maar ik doe alsof ik niet tien doden zou sterven om er nog eens van te proeven en bedank beleefd. Met mijn mondhoeken nog vol chocoladesaus en stukjes pinda tussen mijn kiezen bedenk ik dat ik straks maar eens een stukje moest gaan rennen.