Column

Kom op, doorrekenen die plannen

Nee, nee, nee, mijn favoriete boekwerk dreigt te worden gesaboteerd. Diverse partijen in de Tweede Kamer overwegen hun verkiezingsplannen niet te laten doorrekenen door de economen van het Centraal Planbureau.

Dat betekent geen of een heel dunne Keuzes in kaart, het CPB-doorrekenboekwerk dat ik in verkiezingstijd uit mijn hoofd leer en ter geruststelling onder mijn kussen leg. Ik zeg het zonder schaamte: ik hou van dat boek. Daarin becijfert het CPB wat de effecten zijn van de plannen van politieke partijen voor de werkgelegenheid, de koopkracht, de groei, de overheidsfinanciën, enzovoort. Ik sta op de ochtend van publicatie steevast te trappelen van ongeduld.

Vanwaar deze voorliefde voor een saai boek met cijfers en droge teksten? In één zin: omdat ik van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen ook veel leer, maar toch een stuk minder dan van Keuzes in kaart. Wil een partij haar verkiezingsprogramma laten doorrekenen, dan moet de partij concreet worden. Oké, jullie willen de arbeidsmarkt beter later werken, maar welke maatregel stellen jullie dan voor? De zin ‘we maken werken weer lonend’ is toch minder helder dan ‘we verlagen de uitkeringen met 10 procent’. Daar hebben kiezers wat aan.

Daarnaast dwingt de doorrekening partijen te kiezen. Niet alles kan een prioriteit zijn: je kan niet én de belastingen fors verlagen én de uitkeringen fors verhogen én de overheidsfinanciën op orde brengen, zonder ergens rigoureus op te bezuinigen (het leger afschaffen of zo). Ook daar hebben kiezers wat aan: als een partij echt moet kiezen, wat kiest de partij dan? Sprookjes verkopen is lastiger.

Het boekwerk helpt mij bovendien omdat het de plannen en keuzes van alle partijen op een rij zet. Keuzes in kaart is een analyse van het politieke veld. Met de nadruk op ‘een’. Het is geen bijbel of heilig boekwerk. En ook geen volledige analyse: het gaat met name over beleid dat de economie en de overheidsfinanciën raakt. Er zijn nog duizend andere redenen om op een politieke partij te stemmen.

Keuzes in kaart kent veel beperkingen (net als economen en de modellen die ze gebruiken). Zo suggereert de uitkomst een exactheid die elke verkiezing wordt bekritiseerd door economen. „De VVD creëert 250.000 banen!” „De koopkracht gaat bij de SP met 3 procent omhoog!” Zo precies valt dat niet te bepalen. De doorrekening is een richtingaanwijzer: de VVD kiest voor banen, de SP voor koopkracht.

Andere beperking: sommige zaken die waarschijnlijk goed zijn voor de economie kan het CPB niet doorrekenen. Simpelweg omdat ze niet genoeg empirisch bewijs hebben welk effect ze sorteren. Dat is het geval bij investeringen in onderwijs. Met dit soort doorrekeningen stopt het CPB dan ook. Te controversieel. Dat is nadelig voor partijen die daarin willen investeren. Nog één: de doorrekening is te bespelen als je slim bent. In Den Haag gonst het altijd van de geruchten over hoe ingenieus die ene partij het CPB wist te foppen en een topscore wist te halen.

Toch zou ik het een groot verlies vinden als de doorrekening stopt. Hij is vaak onthullend. In 2012 bleek bij de doorrekening dat ook de SP de pensioenleeftijd wilde verhogen, ondanks alle kritiek van de partij daarop. Geert Wilders wilde uit de euro stappen, maar durfde de doorrekening van dat plan niet aan. En: vrijwel elke partij deed de economie uiteindelijk pijn, zij het allemaal op andere manieren. Dat was nogal verhelderend te midden van het politieke moddergooien over crisis en bezuinigen.

Met de doorrekening is als hulpmiddel voor kiezers niks mis. Wel met politici die niets durven zeggen: wij investeren toch in onderwijs, ook al levert dat volgens het CPB geen banen op.