Jeugd tussen de aso’s

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Laura Starink, deskundig waarnemer van ontwikkelingen in en rond Rusland en Oekraïne, vindt het idioot dat de keuze voor of tegen het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne de burgers van Nederland door het populistische GeenPeil is opgedrongen. Dat weerhoudt haar er niet van bij het raadgevend referendum op 6 april vóór te stemmen, niet gaan is wat haar betreft geen optie. In Slag om Oekraïne [1] zet Starink met vuur uiteen wat volgens haar bij dit referendum op het spel staat: herroeping van het verdrag is desastreus voor Oekraïne en leidt tot behoud van de corruptie en wanorde in het land.

Hoewel haar journalistieke bloed kruipt waar het niet gaan kan, waardoor het boekje ook sterke analytische elementen bevat, maakt zij er geen geheim van dat we hier niet te maken hebben met een journalistiek product, maar met een pamflet. De keuze van de Oekraïners die aan het woord komen, maakt zodoende een nogal eenzijdige en als het gaat over de kwaadaardigheid van het nationalisme een apologetische indruk. Het stemadvies waarmee Starink haar betoog eindigt, bestaat uit krachtige argumenten voor het Associatieverdrag, zoals: „Oekraïne als vazalstaat van Poetin is een enorm veiligheidsrisico voor Europa.”

„De antiterreurmaatregelen van de regering gaan lang niet ver genoeg. Zo is er helaas nog steeds geen verbod op aan geweld denken, bijvoorbeeld. Mensen die aan geweld denken kunnen nog steeds niet zonder vorm van proces worden opgesloten en dat is jammer.” Zo parodieerde cabaretier, tekstschrijver en beeldend kunstenaar Jeroen van Merwijk na een vorige terreuraanslag populisten die oproepen tot het preventief oppakken van mogelijke terreurverdachten zoals hoofddoekjesdragers. In De grootste denker van Nederland over het mooiste land ter wereld [2] bundelde Van Merwijk zijn beste liedteksten, sketches en columns. Het leukst, zo rondom Pasen, is zijn libretto van een Judas Passie waar dit kloeke boek mee afsluit. „Ik ben nu eenmaal Jezus/ Niets ontsnapt ooit aan zijn lot/ De mens is mens en God is God/ En ik ben Jezus, Jezus!/ Ik ben Jezus!/ Ik ben allejezus Jezus!”, zingt Jezus. Ook de illustraties zijn niet te versmaden.

Schrijfster en filosoof Hannah Loontjens (1974) bundelde haar prettig leesbare stukken over de jaren voor 9/11, die ze in Roaring Nineties [3] beschrijft als ‘een tijd van multiculturele idealen, voorspoed en optimisme.’ Maar in de Scheveningse achterstandswijk bij de Ducdalfstraat, waar zij als puber met haar gescheiden moeder tussen white trash van een uitkering leefde, voerde uitzichtloosheid, criminaliteit en geweld de boventoon. „Vroeger heette die straat Magneetstraat, maar omdat werkgevers nooit iemand aannamen die uit de Magneetstraat kwam, veranderde de gemeente de straatnaam. Het duurde niet lang voordat op de Ducdalfstraat dezelfde smet rustte.”

Loontjens werd er uitgescholden voor ‘kankuh-trut’ en in elkaar gemept, omdat ze eruitzag en sprak als een rijkeluiskind. Zij vertrok om in Amsterdam en New York filosofie te gaan studeren. De mensen die gedoemd waren in de Ducdalfstraat te blijven hangen, voelden zich slachtoffers van de maatschappij. Loontjens haalt de documentaire De magneet van Hans Polak aan waarin buurtbewoners „aso’s werden genoemd en dat ze zich dus ook maar als aso’s gingen gedragen. Zulke verhalen horen we dezer dagen vaker, meestal ingebed in theorieën over achterstandswijken als voedingsbodem voor terrorisme”.

Marcel Reich-Ranicki (1920-2013) publiceerde op het toppunt van zijn gezag als invloedrijkste literair criticus van Duitsland in 1987 een bundel over Thomas Mann en diens familie, indertijd ook al in het Nederlands vertaald. In een nieuwe uitgave van Thomas Mann en de zijnen [4] zijn drie later verschenen essays toegevoegd, gebaseerd op publicaties van dagboeken en brieven.

In één van de aan deze uitgave toegevoegde stukken, oorspronkelijk gepubliceerd in 1995, getiteld ‘Is het gedaan met mij?’ vraagt Reich-Ranicki zich af of de levensweg van Thomas Mann is uitgelopen op een capitulatie. Ondanks zijn wereldroem was deze ‘meest Duitse van alle Duitsers’ ook als Duitser mislukt: er kon na 1945 geen sprake zijn van verzoening of zelfs maar van een terugkeer naar Duitsland. Het gaf hem een gevoel van machteloosheid en radeloosheid, maar toch: het vormgeven van de waarheid biedt de wereld hoop op een beter, mooier, de geest waardiger leven. En dat, concludeerde Reich-Ranicki, is dus „het toppunt van wijsheid, dat is de laatste hoop: de literatuur”.