Ik zie de betekenis van familie

Actrice Raymonde de Kuyper is een ‘alleseter’. Vorig jaar won ze een Musical Award voor haar rol in Moeder, ik wil bij de Revue, vanaf deze week staat ze in het toneelstuk Ik speel geen Medea. „Vaak ben ik een tragikomische vrouw die het ook allemaal niet zo goed weet.”

Tekst Jessica van Geel Foto Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

Ik speel geen Medea

„De voorstelling gaat over het moment dat je een besluit hebt genomen. Je staat achter je beslissing, maar je bent er nog verbaasd over. Alles in je zegt: doe het. Maar ‘doe het niet’ gaat ook door je heen. Net als bij verliefdheid kun je niet precies reconstrueren wanneer het gebeurde. Toen je naar de bar liep was je nog niet verliefd, op de terugweg wel. Is dat vaag? Ik speel geen Medea gaat over drie actrices in de anderhalf uur voordat de voorstelling begint. Ik ben de actrice die Medea vertolkt. Ze heeft een haatliefdeverhouding met het vak. De andere twee, José Kuijpers en Ria Marks, spelen het koor van het stuk. Magne van den Berg, die de tekst schreef, rekt een klein moment vaak helemaal uit. Ik heb ook haar voorstelling Mijn slappe komedie gespeeld. Dat stuk speelt zich af in de paar minuten dat een stel op een tafeltje in een restaurant wacht. Ze pluist dat soort gebeurtenissen zo ver mogelijk uit, omdat in dat ene moment al het hele leven zit.”

Alleseter

„Ik speel veel verschillende rollen, al denk ik niet dat ik ooit echt Medea zal spelen. Zo’n extreem emotioneel personage is niets voor mij. Vaak ben ik een tragikomische vrouw die het ook allemaal niet zo goed weet. Maar eigenlijk ben ik een alleseter. Ik heb bij het alternatieve gezelschap Alex d’Electrique gezeten, speelde in het zware en donkere stuk Am Ziel van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard, maar afgelopen Kerst maakte ik ook een alternatieve Scrooge met Brigitte Kaandorp. En ik speelde in Moeder, ik wil bij de revue, waarvoor ik een Musical Award won. Ik vond dat altijd al een opwindend idee, spelen in een musical, en het was echt waanzinnig leuk. Ik hou van die verschillende werelden. Die extremen. Dat je de ene keer met vier man in de auto het hele land doorreist voor een complex toneelstuk, en de andere keer met vijftig mensen een musical maakt waarbij de liedjes de hele avond nog in je hoofd hangen.”

Toonsoort

„Voor de musical moest ik natuurlijk zingen en dat kon ik niet, dacht ik, met mijn lage stem. Een tijd terug was ik gevraagd auditie te doen voor de rol van schoonmoeder in de André Hazes-musical. Dat wilde ik wel. Ik kreeg een scènetje mee, daar kon ik mee uit de voeten. En ze gaven me bladmuziek, om te oefenen en mijn toonsoort te bepalen. Maar ik wist helemaal niet wat mijn toonsoort was. Ik kon de noten niet eens lezen. Ik geneerde me rot. Pas de avond voor de auditie durfde ik iemand te vragen wat voor lied het was – gewoon een liedje van Hazes natuurlijk – en toen heb ik geoefend. Na de auditie zeiden ze me dat ik me geen zorgen hoefde te maken, ik was muzikaal. Toch is het niets geworden, al ben ik wel zangles gaan nemen. Dat is een van de leukste dingen die ik ooit heb gedaan. Dat ik het kan. Durf, eigenlijk vooral.”

Zilverfabriek

„We gaan binnenkort nieuwe afleveringen van Roos en de mannen opnemen, al weet ik nog niet precies hoe en wat. Jongeren herkennen me als de moeder van Mees Kees, maar de meeste volwassenen zien me me nog altijd vooral als Roos. Ik was die drukke en bazige vrouw die in haar rode mantelpak op de zondagochtend de verschillende kinderprogramma’s van VPRO’s Achterwerk aan elkaar praatte. Tien jaar hebben we dat gedaan, tot 2006. We namen het op in een oude zilverfabriek in Schoonhoven en niemand bemoeide zich ermee. Heerlijk. We waren helemaal op elkaar ingespeeld, de vaste cameravrouw was op een gegeven moment als een soepele danspartner voor me.”

Sleutelhond

„Raymond Thiry [acteur, nu vooral bekend van Penoza] speelde Van Rossum in Roos en de mannen. We kennen elkaar zo’n vijfentwintig jaar en zijn ook lang een stel geweest, maar dat is bijna vier jaar voorbij. Maar we spelen nog altijd veel samen, niet zo lang geleden in de lunchvoorstelling Happy Birthday Mammie. We hebben samen een hondje, Eddy, een overblijfsel van onze relatie. Het is een soort sleutelhond. Zo’n klein hondje dat makkelijk op filmsets en in kleedkamers past. En als Eddy ergens niet bij mag zijn waar ik moet spelen, dan past Thiry op de hond, en andersom. We zorgen ook samen voor mijn moeder. Of zorgen… Ze zit sinds kort in een bejaardentehuis dus dáár wordt vooral gezorgd, maar we gaan vaak samen bij haar langs. Hij kent haar al zo lang. Het is net zoals familie dat zou doen, denk ik. Ik heb nauwelijks familie. Ik ben enig kind, mijn vader is overleden, ik heb geen ooms of tantes, geen kinderen, alleen een nicht. Nu ik ouder word zie ik de betekenis van familie beter in. Ik zie de waarde ervan meer. En de ballast, dat ook.”

Adellijke familie

„Voordat ik het podium opga denk ik altijd even aan mijn vader. Bij de voorstelling met Brigitte Kaandorp dacht ik bijvoorbeeld aan die keer dat we ’s avonds door het park wandelden toen het net had gesneeuwd. Zo’n beeld helpt me om in mijn concentratie te komen. Mijn vader overleed toen ik rond de dertig was. Hij was een vrijgevochten man, voelde zich thuis in veel verschillende kringen. Hij was politiek geëngageerd, hij stemde op de PSP, hij was een zakenman en hij was van adel. Jawel, ik kom uit een adellijke familie. Officieel heet ik jonkvrouw Raymonde Virginie Angélique de Kuijper, maar daar doe ik niets mee. Vroeger thuis trouwens ook niet. We woonden in een tamelijk gewoon jaren vijftig huis in Den Haag, aan zee. Mijn ouders waren wel mondain. Geen kasteel of ouderwetse schilderijen, wel tafelzilver en veel mensen over de vloer. Ik ging vroeger altijd met mijn opa en oma op vakantie, en nog een tante erbij. Dan gingen we naar van die hotels waar je bijna de hele dag aan tafel zat te eten. Ik wist als kind niet beter.”

Lijsterstemmetjes

„Ik mocht niet meedoen met de schoolmusical. Alle meisjes hadden lijsterstemmetjes en daar paste ik niet bij. Ik was acht en diep teleurgesteld. Het heeft nog bijna vijftig jaar geduurd om daar overheen te komen. Haha. Toch was ik niet een kind dat van kleins af aan al naar de toneelschool wilde. Ik speelde graag dat ik een aapje was en ik kende alles van Wim Sonneveld, maar ik vond ballet ook leuk. Dan schoof ik alle meubels aan de kant en danste mijn eigen zwanenmeer. Of ik maakte een radioshow op mijn bandrecorder, met een stukje muziek, voorlezen en een verslag van het schaatsen. Of zo. Ik ben het huis van mijn moeder aan het leeghalen, nu kom ik al die oude bandjes weer tegen.”

Eenzame boel

„Ik heb in Utrecht de toneelschool gedaan, maar ik heb daarvoor lang gerommeld. En na mijn studie ben ik nog filiaalhouder van een theaterboekenwinkel in Rotterdam geweest. Ik woonde samen in Den Haag, dat ging uit en ik ben toen naar Rotterdam gegaan. Ik kende er niemand. Ik dacht, ik ga alle boeken uit de winkel lezen, maar dat kwam er natuurlijk niet van. Het was een eenzame boel. Dat winkeltje liep helemaal niet en ik besloot terug te gaan naar Den Haag. Ik stond tussen de verhuisdozen toen ik werd gebeld of ik een rol wilde in een stuk bij een Rotterdams gezelschap. Ik heb alles weer uitgepakt. Toen ben ik gaan spelen.”