Hoogste militair landmacht: helft voertuigen gebrekkig

Door bezuinigingen rijdt het leger nog rond met oude voertuigen. Eerder leverde de NAVO al kritiek op de kwaliteit die de landmacht kan leveren.

Mart de Kruif tijdens zijn vertrekceremonie. Foto Piroschka van de Wouw /ANP

Door alle bezuinigingen op het leger hebben de strijdkrachten te maken met voertuigen waarvan zeker de helft gebreken vertoont. Daarover doet vertrekkend commandant Landstrijdkrachten Mart de Kruif, de hoogste baas van de landmacht, zijn beklag zaterdag in het AD.

Het betekent niet dat 50 procent van de voertuigen, zoals pantserwagens of trucks, nooit ingezet kan worden, zegt De Kruif:

“Dan kunnen ze misschien wel rijden, maar is bijvoorbeeld de radio stuk. Geen wonder: wij rijden nog rond met trucks uit de jaren ’90. En die gaan vaker stuk.”

Champions League

Niet alleen de voertuigen hebben achterstallig onderhoud, De Kruif maakt zich ook zorgen over de ICT: “Sommige verbindingssystemen draaien bij ons nog op Windows XP. Dat is 15 jaar oud, het wordt niet eens meer ondersteund. Mijn mensen zoeken op Marktplaats naar onderdelen om problemen zelf maar te verhelpen.”

Volgens De Kruif moet de politiek een duidelijke keuze maken: óf het leger sterk inkrimpen óf investeren. Om zijn woorden kracht bij te zetten, schuwt hij voetbalmetaforen niet: “We worden nog steeds geacht in de Champions League te spelen, maar we hebben geen stadion meer, de medische staf en de terreinknecht zijn wegbezuinigd, de trainer ook en de reservebank is leeg.”

De nadruk bij het Nederlandse leger moet meer op vechten komen te liggen, in plaats van op vredesmissies: “Europese landen zetten bij een conflict eerst politieke middelen in, dan economische, en pas daarna militaire. Maar we hebben nu te maken met vijanden die die volgorde niet zo logisch vinden. Dan moet je weten wat vechten is. En dan moet je er ook de middelen voor hebben. Kwantiteit is ook een kwaliteit.”

NAVO

De kritiek van De Kruif ligt in lijn met die van de NAVO. Donderdag informeerde minister Hennis (VVD) van Defensie de Kamer over een rapport van de NAVO waarin de hoogte van de uitgaven aan defensie “verontrustend” worden genoemd. NAVO-lidstaten hebben de afspraak 2 procent van het BBP aan defensie uit te geven, bij Nederland is dat 1,16 procent. Dat ligt onder het gemiddelde van 1,43 procent van de Europese lidstaten.

Het eerste kabinet Rutte bezuinigde een miljard op defensie, wat zijn huidige kabinet weer terugdraaide. Maar omdat het BBP verhoudingsgewijs harder steeg dan de uitgaven van defensie, zijn de defensie-uitgaven ten opzichte van het BBP toch gedaald. Hennis riep vorige week zaterdag al op om de defensiebegroting met 2 miljard euro te verhogen: “Als je een volwaardig partner wil zijn binnen Europa, NAVO en VN, dan moet je kunnen blijven leveren.”

De NAVO signaleert ook dat Nederland niet altijd aan zijn verplichtingen kan voldoen en dat er daarom meer druk op andere NAVO-lidstaten komt te liggen. Met name de Nederlandse landmacht heeft te lijden onder het gebrek aan geld, zegt de NAVO: “De kwaliteit van de landstrijdkrachten wordt niet langer gecompenseerd door het gebrek aan kwantiteit”.