Het dansritme van een zwaardgevecht

Stel, je gaat dood in de Bronstijd, wat dan? Simpel! In ‘een ceremonie van vuur, water, aarde of lucht’ werd de geest van de dode bevrijd en daarna ‘teruggegeven’ aan de goden. Dat vertelt schrijfster en archeoloog Linda Dielemans in haar spannende avonturenboek Geestenkrijger. Hoofdpersoon is Arn, de jonge zoon van de ‘dodenverzorger’ van een Nederlands bronstijddorpje. Hij mag zijn vader helpen bij die dodenceremonies. In nawoord vertelt Dielemans over de wetenschappelijke achtergrond van haar verhaal. Het is fantasie, maar de achtergrond en sommige feiten gaan op echte kennis terug.

In het verhaal gaat het natuurlijk helemaal mis met zo’n dodenceremonie. Precies bij de superbijzondere begrafenisceremonie van een grote krijger van het dorp (in een eigen grafheuvel!) slaat Arn enorm aan het klungelen. De jongen besmeurt het bronzen zwaard van de krijger met zijn eigen bloed. Daardoor zullen de geesten van de mensen die ooit door de dode krijger zijn gedood, gevangen blijven in het zwaard, denkt iedereen. Ook Arn zelf.

Er zit voor de leerling-dodenverzorger niks anders op dan diep vernederd met zwaard en al naar Engeland te gaan om raad te vragen aan de geheimzinnige smid die dat zwaard ooit gemaakt heeft.

Arns reis is de kern van het verhaal, al is de ontknoping bij het magische Stonehenge ook mooi. Prachtig is is de overtocht naar Engeland met een bizar half zinkend schip, dat - zo lezen we achterin – echt teruggevonden is!

Omdat Arn een zwaard bij zich heeft, wordt de stille reiziger aangezien voor een echte krijger. Onderweg leert hij steeds beter vechten. Hij gaat zelfs de krijgersdans beheersen: soepele bewegingen in het ritme van een zwaardgevecht. Maar uiteindelijk kan Arne zijn problemen alleen maar oplossen door zijn verstand te gebruiken. En te vertrouwen op zijn vrienden. Net als nu eigenlijk!

    • Hendrik Spiering