Een bom onder de Belgitude?

Als we gematigde moslims niet van ‘ons’ vervreemden, stelt Stefan Hertmans, dan kunnen we nog de criminaliserende achterhoede bereiken, die nu vooral gevoelig is voor de marsorders van het kalifaat.

Het is een beetje bevreemdend te moeten vaststellen hoeveel internationale solidariteit België plots kreeg toen het door een tragedie getroffen werd, zoals we die dinsdagochtend in Brussel meemaakten, terwijl dat land tot een dag tevoren de schuld van zowat alles leek te dragen en alleen maar een hellhole of een sick joke leek voor de galspuwers overal. Brave little Belgium was even terug.

Het geweld verschuift de parameters. Op zich is dat natuurlijk begrijpelijk. Maar die steun vormt altijd een excuus achteraf. Van alles waarvan men België, zijn leiders, zijn regering en noem maar op beschuldigd heeft, van heel die retoriek van een failed state, blijft weinig over wanneer men vaststelt op welke cynische manier internationaal terrorisme overal ter wereld elk democratisch debat vermoordt, verschroeit, onzinnig maakt.

We hebben ons eigen proces tot in den treure gemaakt en ons mea culpa over de mislukte integratie als een mantra herhaald. En we schieten nog steeds te kort, ja. We zijn nonchalant geweest, we hebben te gemakkelijk in zelfregulering geloofd.

Maar we hebben inmiddels ook creatieve jonge mensen die in Molenbeek het lichtend voorbeeld geven van hoe samenleven boven moeilijke cultuurverschillen eruit zou kunnen zien. Er is in sommige kringen veel idealisme en een sterke wil om de verschillen te overstijgen. Uitgerekend in Brussel. Er is heus veel positieve energie in dit land – dat bleek zondag nog op de Grote Parade, een bonte stoet van idealisten die pleiten voor een grondig verschillende aanpak op alle gebied.

Maar het soort mensen dat in staat is tot de gruwel van dinsdag 22 maart neemt niet deel aan dit proces van zelfkritiek en probleemoplossend denken. Dat is de ware clash: die tussen open en gesloten geesten. Een oeroude clash. Het laat sommigen onder ons sprakeloos, anderen doen het zie-je-wel-gezelschapsspel, maar dat is allemaal bijzaak.

De tragedie is dat we dit soort zaken niet kunnen voorkomen zolang de haat daarbuiten gevoed wordt door machopolitiek, gruwelijke internationale conflicten, luchtbombardementen, volksverhuizingen, grensconflicten, godsdienstwaanzinnigen en een planetair verhoogde dosis foute adrenaline. Zolang wij in een dergelijke conflictueuze wereld deze kwetsbare samenleving willen koesteren. In naam van de pijn die al die kwetsbare gewonden vandaag voelen, moeten we met het hoofd rechtop beseffen dat onze typische kwetsbaarheid ook onze morele waardigheid bevat: die van een complexe, open samenleving.

Dat respect en die solidariteit terugkrijgen van de internationale wereld, was even een kleine troost in deze dagen.

Maar Brussel blijft perplex achter – de stad die zichzelf steevast definieert als ironisch, als non-conformistisch, de stad die zijn culturele diversiteit als een vaandel heeft gedragen en daar nu de gruwelijke rekening voor betaalt. Ergens dook meteen een hand op Facebook op, gemaakt van pommes-frites, met een dikke middelvingerfriet in de lucht. Het is mooi dat mensen proberen de typische ‘Belgitude’, de zelfrelativering en de humor te bewaren, maar de afgelopen week lachten zelfs de grappenmakers groen.

Ik stuurde mijn zoon, die in Brussel studeert, een kwartier na de aanslag op Zaventum een sms: neem niet de metro. Even later zagen we de nachtmerrie die zich daar had voltrokken. Wanneer de gruwel zo dichtbij komt, weten we dat ons aller leven erbij betrokken kan raken. Dit land moet verder, deze merkwaardige, unieke en gewonde stad moet verder. Hoe dan ook.

Het merkwaardige effect van dit alles is vooralsnog een hernieuwd besef van de nood aan samen denken, niet in opposities. Zowel de Belgische Moslimexecutieve, het platform voor Vlaamse imams, auteurs als Fikry el Azzouzi, Dyab Abou Jahjah, imams als Khalid Benhaddou en talloze anderen hebben hun afgrijzen geuit over de aanslagen en hun volstrekte afkeer van het terrorisme van IS.

Zij hebben daarbij benadrukt dat het vooral in Brussel geen enkele zin heeft in gescheiden gelederen te denken. (In de trant van: ‘waar blijven de moslims?’ Uiteraard is de meerderheid van de moslims tegen terreur. Zoals Abou Jahjah zei: „We vragen de christenen toch ook niet om afstand te nemen van Anders Breivik, omdat we ervan uitgaan dat ze dit niet steunen.”)

Het is onze taak om de gematigde moslims te helpen met het losweken van hun geloof uit de geopolitieke hel

Toch blijven hier en daar stemmen opgaan die op hoge toon eisen dat de moslims op de knieën gaan en publiekelijk door het stof kruipen. Maar voor hen ziet het er anders uit: het is alsof men hun identiteit telkens weer in een getto wil stoppen. Ziedaar een goed recept voor hernieuwd radicalisering: zeg dat je hun niet gehoord hebt wanneer ze beweren bij ons te willen horen.

De Duitse cultuurfilosoof Peter Sloterdijk liet recentelijk optekenen dat hij niet meer in het beleid van Merkel gelooft en dat we terug moeten naar een denken in staten en vaderlanden. Dat lijkt mij de dood in de pot. Orban en de Hongaren, Wilders wil Nederland uit de EU en meteen ook maar zijn gulden terug, UKIP eist briesend een ‘Brexit’ omdat democratie te ingewikkeld is voor egocentrisme.

Die regressieve nostalgie is op zich al een levensgevaarlijke ideologie: het is niet in aparte afgesloten bange blanke staten dat we de zaken gaan oplossen. De terroristen bewijzen elke dag dat ze niet in grenzen en staten denken, maar in vloeibare mondiale verbanden en razendsnel inzetbare netwerken over alle landsgrenzen heen, en ons daarom net altijd een stap voor blijven. Wij echter blijven in grenzen en zuivere identiteiten denken en hopen zo deze vloeiende, ongrijpbare bewegingen in te dammen. Dat is jammerlijk naïef en zelfs achterhaald.

Het is al herhaaldelijk gezegd en telkens weer in de kakofonie ten onder gegaan: de beelden die radicaliserende jongeren de hele dag op hun smartphones en op flatscreens thuis bekijken, zijn Arabische televisiebeelden van, precies, uiteengereten kinderen, instortende huizen, jammerende gewonden, vernietigende drones, eeuwige collateral damage, brand, gruwel, bloed, stof, herrie, afgerukte ledematen – precies dat alles waarop door dat geweld bezeten geraakte karakters ons dan in onze hoofdsteden trakteren uit blinde wraak. Beelden die de westerse media per definitie grotendeels censureren omdat ze niet passen in ons gevoel van onschuld.

Wanneer je hieraan herinnert, staan er meteen tientallen mensen te schreeuwen dat je terroristen wilt vergoelijken. Terwijl het gaat om inzicht in de manier waarop deze gruwel tot bij ons is geraakt: het nu al decennia actieve bompakket kreeg de mededeling RETURN TO SENDER.

De oplossing ligt in veel actievere integratie. Het probleem is echter dat radicalisering ondergronds en razendsnel werkt en integratie bovengronds en traag. Er zijn in de Belgische samenleving steeds meer Maghrebijnse en Arabische stemmen die vat proberen te krijgen op de losgeslagen jongeren die in de ban raken van de marsorders uit het kalifaat. Ook zij weten dat laaggeschoolde jeugd zonder kansen op de arbeidsmarkt een tijdbom vormt. Altijd en overal. De gewelddadige ideologie is dan slechts het handvat waaraan men zich optrekt om ergens heldhaftig bij te horen, zich een identiteit aan te meten. En om zich al even furieus af te keren van een samenleving die hen onophoudelijk inpepert dat ze met z’n allen a priori minderwaardig of erger nog, medeschuldig zijn. Dat is self fulfilling prophecy.

Het is net onze taak om de gematigde moslims te helpen met het losweken van hun geloof uit de geopolitieke hel waarin we zijn beland. Velen van hen zijn zelf vragende partij, en ik wil geloven dat ze met steeds meer zijn.

Tegelijk signaleert de Gentse imam Khalid Benhaddou hoe moeilijk het is om in bepaalde radicaliserende middens door te dringen. Voeg daarbij een grote vorm van onmondigheid tegenover onze media en onze discussieregels, en je beseft dat er ontzettend veel dringend werk aan de winkel is.

Het punt is dat we gewoon niet terug kunnen naar het verleden. De geopolitieke blunder die met de invasie in Irak door de Verenigde Staten is begaan – vergezeld van de idiote oproep van Bush om als kruisvaarders daarheen te trekken – heeft een kettingexplosie in gang gezet, die in feite begonnen is net na de val van de Sovjet-Unie. Plots viel de hele, vagelijk aan de Sovjets gelinkte Arabische regio open. Saddam Hussein, Gaddafi, Sadat: het waren eerst goeie vriendjes, nu moesten ze weg om de restanten van de Koude Oorlog even op te ruimen. Met een op het slagveld teruggekeerde Poetin als eerste, en het doemwoord ‘kruisvaarders’ in IS-communiqués die juichen om uit elkaar gereten kinderen en vrouwen als tweede effect.

Wat een gruwelijk naïeve inschatting is dit alles geweest; de Amerikanen hadden geen benul van de eeuwenoude spanningen tussen sunnieten en shi’iten, van geopolitieke dialectiek, van de frustrerende impact van hun zelfingenomen Globocop spelen op andere culturen. Ze hebben, zoals de Fransen dat toen zo mooi zegden, ‘le pied dans le plat’ gezet. En de hele Arabische wereld maakte de historische link met duizend jaar geleden, in ongeloof starend naar de massagraven in de woestijn. Toen moesten de op korans pissende militairen uit Guantanamo nog komen, en de Europese alliantie bij het platbombarderen van regio’s waar men zich geen boots on the ground kan permitteren.

Die kanker, dit gevoel fundamenteel onrecht te zijn aangedaan door een cynische geopolitiek, woekert diep in de imaginaire wereld van radicaliserende jongeren. Dàt is hun verhaal. En de ware reden waarom het nonchalante Brussel bloedt zoals zovele steden ervoor. Met de versnelde mondialisering als kruiwagen voor revanchisme zitten we nu midden in een situatie die we alleen kunnen oplossen door veel, veel verdergaande integratie. We moeten vooruit, er is geen andere keuze. Heel wat families met een Maghreb-achtergrond die hier al voor de derde generatie leven en gewoon een Belgisch paspoort hebben – en ze zijn met talloos velen – werken hier elke dag, nemen ook de metro, nemen in toenemende mate deel aan onze cultuur. Wij moeten naar hen luisteren, om ook de criminaliserende achterhoede uiteindelijk te bereiken. Dat kunnen we alleen met de hulp van deze geïntegreerde moslimstemmen. Die we niet langer als moslim moeten aanspreken, maar als mensen van bij ons. Dat is de eerste stap.