De Grote Geschiedenisquiz

Wilhelmina van Pruisen (1751-1820). Echtgenote van Willem V. Portretminiatuur door Robert Mussard (1768)

1. In 1787 hielden patriotten Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, aan in de buurt van Goejanverwellesluis. Daar werd ze uren vastgehouden in het huis van kaasboer Leeuwenhoek. Waar was ze eigenlijk naar onderweg?

A. Naar haar broer, de koning van Pruisen, om hulptroepen te vragen die de patriotten moesten verjagen.

B. Naar de Staten van Holland, om hen te overtuigen Willem V weer aan de macht te brengen.

C. Naar haar minnaar in het vorstendom Fulda; ook zij nam nu publiekelijk afstand van haar echtgenoot.

D. Naar Londen voor een bezoek aan familie, in werkelijkheid om de Britse koning George III te polsen of haar man daar asiel zou kunnen krijgen.

2 Na de kernramp van Tsjernobyl op 26 april 1986 liet de Sovjet-Unie niks horen – van glasnost was even geen sprake. Pas na een dag of tien wist het Westen dat er iets mis was. Hoe kwam men daarachter?

A. Door een verzoek van de Sovjet-Unie om professionele hulp bij het beteugelen van de ramp.

B. In Zweden werd radioactieve neerslag opgemerkt.

C. Een Amerikaans spionagevliegtuig zag de ontplofte centrale.

D. Een Russische werknemer uit de centrale vluchtte naar de Amerikaanse ambassade en klapte uit de school.

3 Het is 6 november 1919, acht uur, de huiskamer van Hans Idzerda. Waarom is dit een historische avond?

A. Idzerda leidt de oprichtingsvergadering van de vereniging Ons Suriname voor de (nog weinige) Surinamers in Nederland.

B. Idzerda legt de laatste hand aan de eerste autoradio.

C. De vrouw van Idzerda onthoofdt hem met een bijl; een geruchtmakende moord omdat ze vrijgesproken wordt vanwege ontoerekeningsvatbaarheid.

D. Idzerda zal zo de eerste landelijke radio-uitzending presenteren.

4 Generaal Thomas-Alexandre Dumas Davy de la Pailleterie vervulde een belangrijke rol in het Franse revolutionaire leger. Wat is níét waar over zijn leven?

A. Als zoon van een slavin en een Franse edelman was hij de eerste zwarte hoge officier in een Europees leger (Général d’Armée).

B. Hij was vader en grootvader van twee wereldberoemde Franse schrijvers, die allebei Alexandre Dumas heetten (Alexandre Dumas père en fils).

C. Hij was een goede vriend van Napoleon, die over hem zei: ‘Iedere soldaat heeft een maarschalkstaf in zijn ransel.’

D. Hij werd na een schipbreuk in Italië gevangengenomen door het Leger van het Heilige Geloof, dat hem wilde ruilen tegen een door de Fransen gevangengenomen Corsicaanse oplichter die zich uitgaf voor prins Frans van Napels.

5 Op 10 mei 1940, de dag van de inval van Duitsland, stuurden de Britten in het geheim commandotroepen naar Nederland. Wat was hun taak?

A. Het burgerverzet tegen de Duitsers coördineren.

B. De olievoorraden en havens vernietigen.

C. De leden van het Koninklijk Huis veilig naar Engeland brengen, desnoods onder dwang.

D. Het liquideren van een aantal NSB-kopstukken.

6 Net zoals alchemisten op zoek waren naar manieren om lood in goud te veranderen, zochten uitvinders naar manieren om een perpetuum mobile te maken. Dankzij de wetten van de thermodynamica weten we nu dat dat onmogelijk is. Wat was de belangrijkste impuls voor de ontdekking van de wetten van de thermodynamica in de negentiende eeuw?

A. De ontdekking van elektriciteit door Volta en Galvani.

B. Het streven naar een efficiëntere stoommachine.

C. De ontwikkeling van zwaardere artillerie na de Napoleontische Oorlogen.

D. De uitvinding van de luchtballon door de gebroeders Montgolfier.

7 Waarmee waren de Soemerische tempels nog het best te vergelijken?

A. Met een staatsbedrijf dat de economie onder controle houdt.

B. Met een abattoir: na de dierenoffers aan de goden werd het vlees verkocht onder de bevolking.

C. Met een klooster: de priesters werden onderhouden door de koning om te bidden en te offeren voor zijn welzijn.

D. Met een pakhuis: de graanvoorraden voor het hele land lagen opgeslagen in de tempel.

8 Wie was koning Ludd?

A. Een rover uit de Ierse mythologie die een bende struikrovers, de luddieten, zou hebben geleid.

B. De legendarische middeleeuwse koning Ewan van Schotland die de Engelsen bij Ludd in de pan hakte.

C. De hoofdpersoon uit het vijftiende-eeuwse Engelse gedicht ‘Ludata’, waarop Shakespeare zijn King Lear baseerde.

D. Een door de Engelse textielarbeiders vereerde mythologische figuur, die weefmachines vernielde en opstanden beraamde.

9 Wat was de jenevercrisis?

A. Een schaarste van jeneverbessen in de zestiende eeuw, waardoor er geen jenever meer gestookt kon worden.

B. Een tekort aan jeneverstokers in de Republiek, omdat zij onder Willem III naar Engeland waren getrokken om gin te maken.

C. Het verbod onder het napoleontische continentaal stelsel om jenever te exporteren naar Groot-Brittannië, waardoor veel stokers failliet gingen.

D. Een kabinetscrisis in 1960, veroorzaakt door ARP-Kamerleden die tijdens hun diner iets te veel gedronken hadden.

10 Dit was de route die Marco Polo aflegde op zijn reis naar China. Maar wat was eigenlijk het doel van die tocht?

A. Hij was op zoek naar het mythische onbekende Oostland.

B. Hij ging heilige olie brengen naar de Grootkhan.

C. Hij wilde een handelsroute opzetten tussen China en Sicilië.

D. Hij wilde de geheimen van de lucratieve zijdeteelt ontdekken.

11 Onder de heerschappij van Karel de Grote werd in de negende eeuw de karolingische minuskel ingevoerd. Wat was dit?

A. Een nieuw schrift, dat in korte tijd het meest gangbaar werd vanwege de leesbaarheid en schrijfbaarheid.

B. De missives, korte schriftelijke instructies, waarmee Karel zijn grote rijk bestuurde.

C. Een lang zwaard dat Karel overnam van zijn aartsvijand de Saksen; wie weigerde zich te bekeren tot het christendom werd ermee onthoofd.

D. De kloosterorde van de minuskels, die zorgde voor grote vernieuwing in de tuinbouw.

12 Waarom kreeg de Vlaamse graaf Boudewijn met de IJzeren Arm in de negende eeuw ruzie met de Frankische koning Karel de Kale?

A. Boudewijn speelde onder één hoedje met de Vikingen die de Lage Landen plunderden.

B. Boudewijn hielp Karels dochter Judith uit een klooster ontsnappen om met haar te trouwen.

C. Boudewijn werd bondgenoot van Karels zoon Lodewijk de Stotteraar, met wie Karel een burgeroorlog voerde.

D. Boudewijn had Karel met zijn ijzeren arm op diens kale hoofd geslagen.

Op 1 mei 1873 stierf David Livingstone. Zijn hart werd in Afrika begraven. Zijn laatste geschreven woorden waren: ‘All I can add in my solitude, is, may Heaven’s rich Blessing come down on every one, American, English, or Turk who will help to heal this open sore of the world.’ Wat bedoelde hij met deze open wond?

A. De achterstelling van zwarten in Europa en de VS.

B. De slavenhandel in Centraal-Afrika.

C. De verdeling van Afrika tussen de Fransen en de Engelsen op het Congres van Berlijn.

D. De achterstelling van christenen in het Ottomaanse Rijk.

14 Wat was de New Model Army?

A. Een leger opgericht door het Engelse parlement in de zeventiende eeuw, dat vocht tegen de royalisten van Karel I.

B. Een Ierse ondergrondse organisatie die in de negentiende eeuw vocht voor een onafhankelijk Ierland.

C. Een Australisch regiment in de Eerste Wereldoorlog dat voor het eerst buiten het continent vocht.

D. Een racistische Engelse skinheadbeweging die in de jaren tachtig mensen met een Indiase of Pakistaanse achtergrond aanviel.

15 In de tweede helft van de dertiende eeuw leidden de kruisvaarderstaatjes in Libanon en Israël (Acre en Tripoli) een zieltogend bestaan. Maar tegen 1260 was er ineens nieuwe hoop op hulp van buitenaf. Van wie?

A. Van de Venetianen, die hun handelsroutes in het Midden-Oosten wilden herstellen.

B. Van een machtig Mongools leger in het Midden-Oosten, dat werd geleid door de christelijke generaal Kitbuqa Noyan.

C. Van de Spanjaarden, die met de recente verdrijving van de Moren uit Cordoba nu bijna heel Spanje heroverd hadden.

D. Van de Franse koning Lodewijk IX, de Heilige, die een enorm leger op de been had gebracht.

16 Heel lang hadden de Nederlanders het alleenrecht op de handel met Japan. Wie doorbraken – onder dreiging van geweld – dit monopolie halverwege de negentiende eeuw definitief?

A. De Fransen, die een basis zochten om de Engelsen in China dwars te zitten.

B. De Amerikanen, die hun handel met Azië wilden uitbreiden.

C. De Engelsen, die na de Opiumoorlogen tegen China nieuwe markten zochten voor de afzet van opium.

D. De Chinezen, die na de verloren Opiumoorlogen tegen Engeland vonden dat ook Japan zijn isolement moest opgeven.

17 In welke volgorde kwamen deze Romeinse keizers uit het vierkeizerjaar aan de macht?

A. Vespasianus, Otho, Vitellius, Galba.

B. Vespasianus, Vitellius, Galba, Otho.

C. Otho, Vitellius, Galba, Vespasianus.

D. Galba, Otho, Vitellius, Vespasianus.

18 Waarom wordt een groepje matrozen een ‘bak’ genoemd?

A. ‘Bak’ was de aanduiding voor de ruimte achter in het schip waar lagere bemanningsleden sliepen.

B. Het woord ‘bak’ was Afrikaans voor ‘boot’.

C. In vroeger tijden aten de matrozen in groepjes samen uit één kom of bak.

D. Een ‘baksken’ was de hoeveelheid brandewijn die zes matrozen onder elkaar moesten verdelen.

19 Op 5 mei vieren wij het einde van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting in Nederland. Maar een deel van Nederland was tot juni nog niet bevrijd. Welk deel was dat?

A. IJmuiden: de Duitse soldaten hadden de opdracht gekregen de daar gelegen Duitse duikboten koste wat kost te verdedigen.

B. Schiermonnikoog: Duitse troepen hielden zich hier nog ruim een maand schuil voor ze zich overgaven.

C. Walcheren: de Duitsers hadden zich teruggetrokken achter het land dat was overstroomd na geallieerde bombardementen.

D. Het Friese Dokkum: de hier gelegerde Duitse soldaten hadden de berichten over het einde van de oorlog niet ontvangen en bleven daarom doorvechten.

20 In 1618 opende Joris Veselaar een winkeltje tegenover het Beursgebouw in Amsterdam. Waarin handelde hij?

A. Veselaar verkocht asiatica, de grote mode in de eerste decennia van de zeventiende eeuw.

B. Veselaar verkocht schilderijen; in de Gouden Eeuw konden alle burgers zich een prent veroorloven.

C. Veselaar verkocht de eerste gedrukte krant in Nederland.

D. Veselaar verkocht aandelen in schepen die naar de Oost gingen.

21 Waarom stuurde Napoleon in 1802 20.000 soldaten naar het eiland St.-Domingue?

A. Om van daaruit de Franse kolonie Louisiana terug te veroveren op de Amerikanen.

B. Om de slavernij opnieuw in te voeren en zwarte opstandelingen een lesje te leren.

C. Napoleon wilde er nieuwe vlootmanoeuvres uitproberen, ter voorbereiding van een landing in Engeland.

D. Om slavenopstanden in naburige Engelse koloniën te steunen.

22 In het Duitsland van de jaren zeventig was naast de Rote Armee Fraktion nog een terroristische beweging actief: de Bewegung Zweiter Juni. Waarom noemde deze groep zich zo?

A. 2 juni 1814 was de geboortedag van Michail Bakoenin, een van de grondleggers van het anarchisme.

B. Op 2 juni 1919 waren de marxistische revolutionairen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht vermoord.

C. Op 2 juni 1944 pleegde Claus von Stauffenberg zijn (mislukte) aanslag op Hitler.

D. Op 2 juni 1967 werd de Duitse student Benno Ohnesorg door een politieman doodgeschoten tijdens protesten tegen het bezoek van de sjah van Perzië.

23 Michiel de Ruyter liet een groot vermogen na. Hij bezat ten tijde van zijn dood ongeveer 350.000 gulden. Hoe had hij dit voor een belangrijk deel vergaard?

A. Met slavenhandel.

B. Met het slim inkopen van proviand voor zijn schepen; hij kreeg hiervoor een vast bedrag per bemanningslid.

C. Door de handel in wapens met de Baltische staten.

D. Zijn derde vrouw kwam uit een steenrijke regentenfamilie.

24 Wat vaardigde paus Urbanus VII uit in 1591?

A. Een belasting op rozenkransen, om te betalen voor het Concilie van Trente.

B. Een verbod op het zelf lezen van de Bijbel – een akelige protestantse gewoonte.

C. Een gebod tot het stichten van leprozenkolonies; zijn zuster was aan lepra overleden.

D. Een rookverbod; wie rookte in de kerk riskeerde excommunicatie.

25 De slag aan de Somme is de grootste slag die plaatsvond tijdens de Eerste Wereldoorlog. Alleen al op de eerste dag verloren de Britten zo’n 60.000 soldaten. In vierenhalve maand tijd werd uiteindelijk tien kilometer terreinwinst behaald. Wat was het oorspronkelijke doel van dit offensief?

A. De geallieerden wilden aan de Somme een doorbraak in de loopgravenoorlog forceren.

B. Oefenen met de inzet van traangas.

C. Het vruchtbare graanland rond de Somme was cruciaal voor de voedselvoorziening van de Franse bevolking.

D. Het testen van de vlak daarvoor ontwikkelde tanks.