Als er een ijsbeer opdook, klapte hij zijn paraplu open

Hij overleefde een aanval van een ijsbeer, wat hem een zekere bekendheid gaf. Maar intimi zullen zich Piet Oosterveld niet herinneren als de ‘ijsberenman’. Eerder als een gepassioneerd botanicus, veldbioloog en ecoloog. Een teruggetrokken man, gereserveerd, zwijgzaam. Maar ook iemand die veel wilde delen en anderen graag hielp.

In 1968 ging Oosterveld met drie andere jonge onderzoekers voor het eerst op poolexpeditie naar Spitsbergen, een eilandengroep in de Noordelijke IJszee. Hij was de oudste, 29 jaar. De vier verbleven ruim veertien maanden in een zelf gebouwd station. Oosterveld onderzocht het graasgedrag van rendieren: hij volgde de dieren op ski’s en kende ze allemaal persoonlijk.

Bij een conflict tijdens de expeditie was het Oosterveld die optrad als bemiddelaar; hij hoefde niet per se het hoogste woord te hebben maar had natuurlijk overwicht. Een eenzame man, wordt hij ook wel genoemd. Hij had weinig behoefte aan sociaal contact, hield niet van verjaardagen, is nooit getrouwd, had geen kinderen.

Piet Oosterveld zou nog vaak terugkeren naar Spitsbergen en was de drijvende kracht achter veel Nederlandse expedities naar het eiland Edgeoya. Vanuit het door hem op gerichte Nederlandse instituut voor Arctisch onderzoek hielp hij mensen aan een beurs en met het opzetten van een expeditie. Voor veel poolonderzoekers werd hij zo een vaderfiguur.

Daarnaast concentreerde hij zich in zijn werk op de paardenbloem, die hij kende als geen ander. Hij bezat een enorme verzameling gedroogde bloemen, evenals trouwens een gigantische collectie postzegels en brieven van beroemde poolexpedities.

Afgelopen zomer keerde hij voor het laatst terug naar de plaats waar hij eind jaren 60 anderhalf jaar bivakkeerde. Hoewel hij slecht ter been was – hij had al jaren hartproblemen en de laatste twee jaar ook kanker – maakte hij nog een wandeling rond het oude station. Als er een ijsbeer aankwam klapte hij op Spitsbergen doorgaans snel een paraplu open om het dier te laten schrikken. Van geweren moest hij niets hebben. De enige ijsbeer die in zijn bijzijn het loodje heeft gelegd, is de beer die hem in 1987 aanviel. In het ziekenhuis van Longyearbyen is het opgezette dier nog steeds te zien.