Alles gebeurt ook op school

Document Nederland Carel van Hees fotografeerde in Rotterdam 24 scholen. De foto’s geven een optimistisch beeld van het onderwijs in Nederland.

Erasmiaans Gymnasium, 13 februari 2015. Carel van Hees: „Wat me hier opviel is dat bijna iedereen een iPad heeft. Dat is niet zo gek, in de lessen werken ze ermee, naast de gewone lesboeken. Ook in de pauze zie je vaak dat de leerlingen dan op hun iPad zitten. Als je goed kijkt, zie je helemaal bovenaan de trap een beeld van Desiderius Erasmus. Toch mooi dat hij waakt over deze jongens en meisjes.”
Erasmiaans Gymnasium, 13 februari 2015. Carel van Hees: „Wat me hier opviel is dat bijna iedereen een iPad heeft. Dat is niet zo gek, in de lessen werken ze ermee, naast de gewone lesboeken. Ook in de pauze zie je vaak dat de leerlingen dan op hun iPad zitten. Als je goed kijkt, zie je helemaal bovenaan de trap een beeld van Desiderius Erasmus. Toch mooi dat hij waakt over deze jongens en meisjes.” Foto: Carel van Hees

‘Na zestien maanden rondlopen, kijken en luisteren in de wereld van het onderwijs weet ik het: goede onderwijzers zijn helden. De leraar die je ziet staan en die zijn arm om je heen slaat, maakt het verschil. Hij kan je iets aanreiken, je ergens op attenderen dat zich vroeger of later zal openbaren als misschien wel een eurekamoment, een levensles.”

Met deze woorden begon de Rotterdamse fotograaf Carel van Hees donderdag zijn speech bij de opening van de tentoonstelling Document Nederland, de opdracht die het Rijksmuseum elk jaar verleent aan een fotograaf om een aspect van de Nederlandse samenleving in beeld te brengen.

Toen Van Hees in november 2014 een telefoontje kreeg van het Rijksmuseum, was hij eerst euforisch. Een paar uur later was van het blije gevoel niet zoveel meer over. Het onderwijs in Nederland. Allemachtig. Waar te beginnen? Hij zag zich al op en neer rijden van Groningen naar Maastricht, en van Zutphen naar Bergen, om basisscholen, vmbo’s, gymnasia, mbo’s, universiteiten te bezoeken. En dan had hij de speciale opleidingen nog niet eens meegeteld – de conservatoria, balletacademies, scholen voor blinden en doven, mytylscholen.

Het moest anders, besloot hij, en stuurde na gesprekken met docenten, directeuren, denkers en beleidsmakers een brief aan het Rijksmuseum. Als hij als geboren en getogen Rotterdammer zich nou eens richtte op zijn eigen stad, kwam daar dan eigenlijk niet al de hele Nederlandse maatschappij voorbij? Met 176 nationaliteiten en alle vormen van onderwijs in de stad zou Van Hees toch een mooi beeld kunnen laten zien van het onderwijs in Nederland?

Het Rijksmuseum ging akkoord, en zo werd Document Nederland deze keer eigenlijk meer Document Rotterdam. In Enschede of Haarlem zou Van Hees ongetwijfeld andere beelden hebben geschoten, minder multicultureel, maar veel zou ook hetzelfde zijn geweest. Want het basisprincipe van het onderwijs is overal gelijk: een docent leert iets aan een leerling, of dat nou de techniek van het lassen is, de finesses van de grand plié of de vertaling van Ovidius.

Van Hees bezocht 24 scholen, van de peuterspeelzaal tot de Erasmus Universiteit, waar hij, zoals hij het zelf formuleert, rondliep als een ‘flaneur’, veinzend dat hij nauwelijks oplette, maar waar hij ondertussen voortdurend op jacht was naar ‘het moment dat ertoe doet’.

In het Rijksmuseum worden nu 180 resultaten getoond van die jacht: stillevens van klaslokalen en lesattributen, grands tableaux van giebelende meiden, stoere lassers en de jongens van het Rotterdamsch Studenten Corps. Van Hees maakte foto’s waarop docenten hun leerlingen helpen – een juf die een kind troost, een trompetdocent die uitlegt hoe de hoge noot moet klinken. En hij maakte prachtige individuele portretten: de gymnasiast van het Erasmiaans in uniform met stropdas, de vmbo’er van Zuiderpark in z’n oranje overal, het schuchtere meisje van de basisschool OBS Bloemhof – met haar zwarte lakschoentjes, de handen in de zakken.

Uit de foto’s spreekt optimisme. Van Hees focust vooral op de kracht en de energie van jongeren, het plezier dat ze met elkaar hebben, de betrokkenheid van docenten. „Een school is een minimaatschappij. Voor jongeren een ongelooflijk belangrijke plek die grote betekenis heeft voor het verdere verloop van hun leven, niet alleen door wat ze leren maar ook door de sociale contacten, de vriendschappen voor het leven die daar geboren worden.”

Natuurlijk is hij zich bewust van de problemen, en natuurlijk schrok hij toen hij hoorde dat een paar geweldige docenten die hij had gesproken ineens thuis bleken te zitten: „Het is een vak waarin vaak burnout voorkomt. Van de jonge docenten stopt zo’n 30 procent binnen vijf jaar met lesgeven.”

Van Hees besloot daarom zijn speech in het Rijksmuseum met de opmerking dat het tijd wordt dat Nederland beter voor zijn docenten gaat zorgen, zodat meer mensen het vak willen uitoefenen. „Dit zijn de mensen die voor een groot deel de toekomst bepalen. Ze geven, met open vizier. Ze zijn docent en tegelijkertijd vader en moeder. Koester ze!”