6.223 uur schuiven met schoenen

De failliete schoenenwinkels van Macintosh hebben 51 miljoen euro opgebracht. Bijna de helft van het personeel hield zijn baan.

6.223 uren. Zo lang hadden de curatoren en hun team nodig om het failliete schoenenconcern Macintosh te ontmantelen. In hoog tempo hebben ze het grote beursgenoteerde bedrijf sinds het faillissement op Oudejaarsdag gedemonteerd. Het doel: zo veel en zo groot mogelijke stukken schoenenwinkel doorverkopen, om geld op te halen voor de schuldeisers. Met als gunstig bijeffect dat deze winkels alsnog aan een nieuw leven konden beginnen.

Dat gebeurde allemaal in stilte, op het hoofdkantoor van Macintosh in Maastricht. De twee curatoren, John Huppertz van Paulussen Advocaten en Ben Meijs van Thuis & Partners, gingen contact met de media uit de weg. Hun faillissementsverslag, dat ze deze week publiceerden, geeft voor het eerst inzicht in de ontmantelingsoperatie.

De verkoop

De curatoren stonden voor een taak die het bestuur van Macintosh (5.215 werknemers) vóór het faillissement niet had weten te vervullen: een koper vinden voor de schoenenwinkels. Vorig jaar al was „steeds meer twijfel” ontstaan over het voortbestaan van Macintosh, schrijven de curatoren. Onder de codenaam ‘Airfield’ ging het bestuur daarom op zoek naar een koper, die het bedrijf zou kunnen redden.

Dat verlossende bod is nooit gekomen, maar deze gestrande poging leverde de curatoren wel een voordeel op: er was vast wat voorwerk verricht. Er lag al een lijstje potentiële kopers klaar die de curatoren direct konden bellen. Hadden deze partijen misschien wél zin om stukje een Macintosh over te nemen na faillissement? Zeven partijen hadden daar inderdaad zin in en deden een bod, maar alleen op budgetketen Scapino en het Belgische Brantano.

Voor de rest van de winkelketens (Manfield, Invito, Dolcis, Steve Madden en Pro Sport) moesten de curatoren zelf op zoek naar nieuwe gegadigden – project ‘Airfield 2’. Na „zeer intensieve onderhandelingen” zijn ook deze onderdelen ondergebracht bij een nieuwe eigenaar.

De opbrengst

Alles bij elkaar hebben de zeven winkelformules ruim 51 miljoen euro opgebracht, schrijven de curatoren in hun verslag. Scapino en Brantano hebben verreweg het meeste opgebracht: 42,5 miljoen.

Curatoren werken in principe voor álle schuldeisers, maar de opgehaalde miljoenen komen in dit geval volledig toe aan één type schuldeiser: de banken van Macintosh. Dat is pech voor andere schuldeisers, zoals leveranciers en de Belastingdienst, maar de banken – ABN, ING, Rabobank, BNP – hadden een zogeheten pandrecht op zo’n beetje alle bezittingen van het bedrijf. Op de voorraden, bijvoorbeeld, en intellectuele eigendomsrechten. Dat pandrecht geeft ze voorrang op alle anderen. Maar ook met deze voorsprong hebben de banken op Macintosh verloren: samen hadden ze een kleine 70 miljoen euro aan Macintosh geleend, dus vooralsnog schieten ze er zo’n 20 miljoen bij in.

Een ander soort ‘opbrengst’ waar curatoren hun best voor doen is het behoud van zoveel mogelijk banen. Dat belang hebben ook de banken „laten meewegen” in het accepteren van biedingen voor een doorstart, schrijven de curatoren in hun verslag. Bijna de helft van het personeel van de failliete schoenenwinkels heeft zijn baan kunnen houden. Bij Scapino en Manfield bleef het meeste personeel binnenboord, bij Invito vielen de meeste ontslagen. Van de 530 schoenenwinkels zijn er zo’n 400 gered.

De toekomst

Nu hebben al die winkels dus een nieuwe eigenaar, met – waarschijnlijk – frisse plannen voor succes. Maar is dat realistisch? De curatoren hebben aan het bestuur van Macintosh gevraagd waarom ze failliet zijn gegaan. De bestuurders wijzen onder meer naar de „dramatische verslechtering” van de marktomstandigheden voor schoenenverkopers en de toename van „online concurrenten”.

Die omstandigheden zijn sinds het faillissement van Macintosh niet veranderd. Nederlandse consumenten zijn de laatste jaren aanzienlijk minder schoenen gaan kopen. Zo kochten ze in 2015 zo’n vijf miljoen paar minder dan in 2012, becijferde onderzoeksbureau GfK. De schoenen díé ze nog kopen, bestellen consumenten vaker online. Bijna eenvijfde van alle uitgaven aan schoenen gaat inmiddels via internet.

Daar gaan veel traditionele schoenenwinkels aan kapot. Volgens het ING Economisch Bureau zijn er sinds 2012 al vijfhonderd verdwenen, eind 2015 waren er nog 2.900 over – een daling van 11,5 procent in drie jaar tijd. De ‘nieuwe’ schoenenwinkel moet online en offline in elkaar laten overlopen, zeggen de retaileconomen van deze bank. Maar eerst zullen er volgens ING nog meer schoenenwinkels verdwijnen.

Daar denken de net geredde Macintosh-restanten nog maar even niet aan.

    • Teri van der Heijden
    • Barbara Rijlaarsdam