Waar we het even over moeten hebben 1

De geschiedenisles houdt op bij de val van de Muur. En over IS leren we niets, zegt Maarten van der Zaag.

Natuurlijk houden onze leraren van actualiteit en discussie. Dus dat doen we, de dag na Brussel. Geconfronteerd met de meningen van mensen die het allemaal zo zeker weten, word ik steeds stiller. Eigenlijk hebben we niet zo veel zinnigs te zeggen. Over de gewelddadige historie van het Midden-Oosten en de motieven van de radicale takken van de islam geen woord. Wél een moreel oordeel. De twee islamitische leerlingen in de klas worden in ongemakkelijke ‘spotlights’ gezet; ze moeten zich verdedigen tegen acties van radicale terroristen waar ook zij niets mee te maken hebben.

Wat deze discussie bemoeilijkt, is hoe verschillend wij leerlingen zijn geïnformeerd. Vroeger kwam informatie vooral uit controleerbare bronnen. Nu heeft men blind vertrouwen in korte online artikeltjes, die soms meer op sensatie dan op de waarheid gericht zijn. Dit gebrek aan goede informatie zorgt ervoor dat een discussie over zo’n complex onderwerp al snel resulteert in een patstelling tussen mensen die denken het precies te weten. Op school, maar ook in de maatschappij in het algemeen. Kan dit op een andere manier?

Daar is de school toch voor, zult u zeggen. Leren jullie dan niet bij geschiedenis hoe het echt zit? Krijgen jullie geen historische uitleg bij het militaire succes van IS? Legt jullie leraar niet uit om welke redenen mensen lokaal en wereldwijd zich aansluiten bij deze relatief nieuwe radicaal-islamitische groepering?

Nee, dat doet hij niet.

We stoppen bij de val van de Berlijnse muur. Dat schrijft het eindexamenprogramma voor. We kijken niet vanuit de meest recente actualiteit terug naar het verleden. Daardoor missen we nú de context bij het terrorisme, de onrust in het Midden-Oosten en de daardoor veroorzaakte vluchtelingencrisis.

Ik besloot voor mijn profielwerkstuk zelf onderzoek te doen naar de oorzaken van het succes van IS. Zo kwam ik erachter dat het gebruik van sociale media door IS een enorme impact heeft op de radicalisering van jongeren. De propaganda van IS wordt als een zaadje in de hersenen. Dat kleine zaadje, besproeid door haat voor het Westen en achterstelling van islamitische jongeren, brengt radicalisering tot bloei.

Maar het voornaamste antwoord op mijn vraag naar het succes van IS is de recente groei in sektarische spanningen. Deze spanningen beginnen met de splitsing van de islam in sunnieten en shi’iten in de zevende eeuw en heeft in recente jaren voor een gewelddadige machtsstrijd in Irak, Syrië, Libanon, Jemen en Bahrein gezorgd.

Waarom wist ik dit niet? Waarom weten mijn vrienden en ik wel het verschil tussen protestanten en katholieken, maar niet tussen sunnieten en shi’iten?

We moeten iets doen. We moeten in de huidige discussies meer gebruik maken van historische argumenten. Daarvoor moeten wij, Nederlanders, ons eerst goed inlezen voordat we onze mening erop loslaten.

Juist in deze tijd, waar angst zaaien een politieke strategie is, zijn mensen die overal en nergens in geloven een makkelijke prooi. We moeten dus kritisch blijven, vragen blijven stellen, zelf op onderzoek uitgaan om dichter bij de waarheid te komen. Hierbij moeten historische argumenten weer een rol gaan spelen, zodat we de wereld van vandaag beter kunnen begrijpen door de wereld van gisteren te analyseren.

Laat geschiedenis daarom meer zijn dan een triviafestijn waarvan je alleen gebruik maakt bij de tv-quiz ‘Eén tegen honderd’.