opnieuw

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Gepensioneerd docent Claudette Vis (67) werd op 21 januari 1976 door haar toekomstige man Jan Vis (69, gepensioneerd ingenieur) opgehaald bij haar voordeur op de Wateringsevest 8 in Delft.

„Het was een koude, winderige dag. Maar ik wilde per se die dag trouwen: de feestdag van La Virgen de Altagracia, mijn patrones. Ik ben geboren in Curaçao. Mijn vader had een kruidenierszaak in Willemstad. Als enige zwarte middenstanders woonden wij in een witte wijk vol hoogopgeleiden. Wij kinderen, alle zes, moesten goed presteren. De meesten gingen studeren in Nederland en keerden daarna terug. Ik bleef na mijn kaderopleiding verpleegkundige in Amsterdam. Er was nog meer te doen. Ik kreeg in 1974 een baan in Delft. De eerste twee maanden woonde ik bij een hospita, zonder keuken. Eten deed ik in de mensa aan de Ezelsveldlaan. De kapstok hing vol studentenjassen. De mijne, een winterjas van Maison de Bonneterie, hing ik daar niet tussen. ‘Kan jij er oppassen’, vroeg ik aan de etenskaartjesverkoper. Jan keek me aan en zei ja. Hij zag het direct zitten. In de dagen daarna keerde ik terug en vertelde hij veel verhalen. Op een dag zei mijn zus dat Jan studeerde. Dat versterkte mijn interesse. Met een keurige brief vroeg hij aan mijn ouders om mijn hand. Het was goed. Ze ontbraken op de bruiloft. Zijn moeder maakte de jurk, zijn zus kleedde me aan. Al verlangde ik naar mijn winterjas, toch voelde ik me thuis. Aan een terugkeer naar Curaçao dachten we niet. Jan had een goede baan. We hadden drie kinderen. En vanaf midden jaren tachtig werkte ik met veel plezier op het ROC Mondriaan. Bovendien verdraagt Jan hitte slecht en bestrijd ik de kou simpelweg door vanaf augustus een muts te dragen.”