Weer icoon weg uit de Kalverstraat

Kunstwerken In NRC telkens een werk uit de schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam.

V&D is volop in het nieuws, zij het niet zoals het concern gehoopt had. Het was donderdag bij de definitieve leegverkoop dringen voor de deur van het belangrijkste filiaal in Amsterdam, het bekende pand in het laatste deel van de Kalverstraat. Dit gebouw dateert van de jaren ’30. Daarvoor zag het er hier bepaald anders uit – gelukkig vastgelegd op tekeningen en schilderijen.

Neem deze tekening uit 1889. Vanaf een hoog standpunt in het gebouw tegenover de Munttoren laat Rieke de stad even oplichten in de middagzon, terwijl hij een menigte passanten over het plaveisel uitstrooit. Zo benadrukt hij nog eens de beweeglijke drukte van dit eeuwenoude verkeersplein. Maar het resultaat oogt wat stijfjes, zoals wel vaker bij Rieke. Alsof hij het stedelijk mechaniek voor ons heeft stilgezet en we ons nu ongemerkt in het straatleven op een zonnige dag in 1889 kunnen bewegen – tussen de goedgeklede dames met zonneparasols, de deftige heren met wandelstok en hoge hoed, de dienstbodes met hun witte kapjes en schorten en de werkmannen, herkenbaar aan hun pet, sjouwend met manden en zakken. In de linker onderhoek staat een figuur met zwarte hoed en tekenmap onder zijn arm, die ook als we het stedelijk mechaniek weer in beweging zetten, nog steeds zou stilstaan. Dat moet wel Rieke zelf zijn, het tafereel bedachtzaam in zich opnemend.

De Kalverstraat was van oudsher een belangrijke winkelstraat en het ritme van de winkelpanden lijkt nog op dat van voorbije eeuwen, maar de muurreclames declameren al luid de verworvenheden van de moderne tijd. Zoals de zijgevel van sigarenwinkelier en -fabrikant G. Wilhelmy Damsté van het hoekpand Kalverstraat 236. In vier talen, Engels, Duits, Frans en Nederlands, laat hij de voorbijgangers weten over een ‘Directe aanvoer van Havanna Manilla cigaren’ te beschikken. Op de hoek van de houten onderpui is nog een ouderwets uithangteken aanwezig, een tabaksrol. Aan de overzijde van de straat staat, voor wie het nog niet op de muur las, een apotheek. En vandaar de straat inlopend: Bromet & Van Perlstein, gespecialiseerd in Japanse en Chinese goederen, en Saksisch porselein. De Twentsche Linnenfabriek van J. de Jong. Een slager, ‘vleesschhouwer’ zegt het Amsterdamse Adresboek, die zijn waren beschermt met een rood gestreept zonnescherm. En daarnaast de winkel van J.J. del Canho ‘in galanteriën’, allerhande snuisterijen.

Dit pand verdween in 1912 voor de nieuwbouw van Vroom & Dreesmann, die in de jaren ’30 ook de twee buurpanden opslokte, en aan de Rokinzijde een markante moderne gevel kreeg. De tekening van Habes uit 1939 laat goed zien hoe ingrijpend de stad hier was veranderd. Op de hoek van het Muntplein stond sinds 1895 een nieuw kantoorgebouw, naar ontwerp van Berlage. De oude brug over het Singel was verbreed en onder de aanbouw van de Munttoren was een poort gemaakt om de voetgangersstroom van het overige verkeer te scheiden. De lege stedelijke ruimte is bedrieglijk, het uitgespannen werkpaard op de kade laat zien dat de rol van het paard, vijftig jaar eerder nog de belangrijkste trekkracht, bijna voorbij is. Nog lange tijd wurmde het toenemende autoverkeer zich ook door de smalle Kalverstraat, tot dat in de jaren ’70 voetgangersgebied werd. De Kalverstraat bleef lange tijd iets van de oude glorie behouden en De Historische Gids van Amsterdam noteerde in 1971 zuinig over het gebouw van V&D: „Jammer genoeg heeft de architect (…) zich niet weten aan te passen aan de bijzondere sfeer van de Kalverstraat, trouwens de zaak zelf is daar ook nimmer in geslaagd.” Achteraf kunnen we constateren dat V&D zijn tijd vooruit was. Nu de winkel voor de laatste keer uitverkocht wordt, is het tijd voor een nieuw transformatie, in een snel veranderende binnenstad.