Waarom zoveel ‘Brussel’ en zo weinig ‘Turkije’?

Ankara, 13 maart: 37 doden, 3 artikelen. Brussel anderhalve week later: 32 doden, zeker 41 artikelen, and counting. Ook in NRC Handelsblad komt niet elke zelfmoordaanslag even prominent aan bod. Media over de hele wereld lijken meer aandacht te besteden aan de aanslagen in Brussel dan aan die in Turkije, schrijft een lezer. Hoe komt dat?

De vraag werd ook gesteld na de aanslagen in Parijs, afgelopen november. Een dag eerder werd Beiroet getroffen door aanslagen die werden opgeëist door IS, en waarbij zeker 43 doden vielen. Waarom stond de wereld een minuut stil bij ‘Parijs’ en niet bij ‘Beiroet’?

Het aandachtsverschil in Nederlandse media valt eenvoudig te verklaren door de geografische afstand: Brussel en Parijs liggen nu eenmaal dichterbij dan Turkije. En hoe dichterbij iets gebeurt, hoe groter de impact ‘thuis’ en dus hoe meer aandacht van journalisten.

Minstens zo belangrijk is de culturele afstand, zegt mediawetenschapper Maarten Reesink van de Universiteit van Amsterdam. „Turkije ligt op de grens tussen Oost en West, maar wordt door veel journalisten niet als Europees land gezien. Journalisten én hun publiek voelen zich meer verbonden met België dan met Turkije.”

Dat brengt ons bij de vraag van de lezer over het wereldwijde aandachtsverschil. Westerse media hebben een cultureel bepaalde voorkeur voor westerse onderwerpen. En diezelfde westerse media zijn wereldwijd zo dominant, zegt Reesink, dat het algauw lijkt alsof ‘de hele wereld’ praat over Brussel.

Internationale persbureaus spelen daarbij een belangrijke rol. „Hun grootste en rijkste klanten zijn de Europese en Amerikaanse media, dus berichten ze meer over wat daar speelt.”