Waarom Bachs Jezus ‘asabthani’ in plaats van ‘sabachtani’ zegt

Matthäus Passion In moderne vertalingen luidt Jezus’ laatste woord sabachtani, niet asabthani. Waarom horen en lezen we dan asabthani bij Bach en Luther?

De Kruisiging van Jacob Cornelisz. van Oostsanen, ca. 1511.

De laatste woorden van Jezus in Bachs Matthäus Passion luiden: „Eli, Eli, lama asabthani?” De vertaling volgt : „Das ist: Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?” Zowel Jezus’ woorden als de vertaling komen uit Matteüs 27:46. Maar in moderne vertalingen van Matteüs luidt Jezus’ laatste woord niet asabthani, maar sabachtani. Hoe komt dat?

Bach volgde de Duitse bijbelvertaling van Luther. Die had al in zijn eerste vertaling van het Nieuwe Testament uit 1522 asabthani. Hetzelfde staat in zijn definitieve bijbelvertaling van 1545. Maar dit asabthani van Luther is verrassend, want in de Griekse tekst van Matteüs waaruit Luther vertaalde, uitgegeven door Erasmus in 1519 en al eerder in 1516, staat sabachthani. En dat staat ook in de Griekse handschriften die Erasmus gebruikte. Dit sabachthani is een weergave in Griekse letters van een Aramees woord dat „u hebt mij verlaten” betekent.

Het lijkt wel alsof Luther dit Aramese woord spontaan vervangen heeft door de overeenkomstige werkwoordsvorm in het Hebreeuws, azabtani. Dat betekent eveneens „u hebt mij verlaten”. Luther zou het Hebreeuws trouwens makkelijk hebben kunnen vinden in Psalm 22:2, want Jezus’ kruiswoord is een citaat van dat vers uit de psalm. De Psalmen staan ook in de bijbel, en zijn oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws.

Maar Luther heeft zijn asabthani niet zelf uit de Hebreeuwse psalm opgediept. Hij heeft dit woord gevonden in een uitgave van het Nieuwe Testament van Erasmus. Er zijn minstens twee mogelijkheden hoe dat is gebeurd. De ene is dat Luther het commentaar van Erasmus op Matteüs 27:46 uit 1519 heeft gezien. Erasmus zegt hier, dat Jezus de psalm waarschijnlijk in het Hebreeuws geciteerd heeft, met azabthani. Daaruit kan Luther hebben geconcludeerd, dat dat in de Duitse vertaling dan ook maar moest worden opgenomen.

De andere mogelijkheid, veel waarschijnlijker, is dat Luther de Latijnse vertaling van Erasmus uit 1516 gekend heeft. Deze vertaling verscheen in dat jaar samen met de eerste uitgave van de Griekse tekst, de twee talen stonden in parallelle kolommen naast elkaar. In het Latijn staat azabthani gewoon in de bijbeltekst van Matteüs 27:46. Deze woordkeus druiste niet alleen in tegen de lezing in Erasmus’ Griekse tekst. Ze druiste ook in tegen Erasmus’ eigen vertaalmethode, die inhield dat hij zich bij het vertalen strikt wilde houden aan wat er in het Grieks stond. Geen wonder dus dat hij in zijn vertaling van 1519 overstapte op sabachthani. Dat azabthani was in 1516 waarschijnlijk in een onbewaakt ogenblik ingevoerd door een corrector die Hebreeuws kende.

Doorgaans wordt aangenomen, dat Luther niet Erasmus’ eerste editie van het Nieuwe Testament uit 1516, maar zijn tweede editie uit 1519 als grondslag voor zijn vertaling heeft gebruikt. Maar bij Matteüs 27:46 lijkt Luther toch wel Erasmus’ vertaling azabthani uit 1516 te hebben gekend, misschien slechts uit een herdruk van alleen de Latijnse tekst, waarvan er in 1520 en 1521 diverse verschenen. Zo niet, dan volgt Luther hier Erasmus’ opmerking uit 1519, dat Jezus de psalm in het Hebreeuws moet hebben geciteerd. Dus met: ‘azabthani’.