VS, Z-Afrika en Maleisië: overal liggen trapveldjes

Zelf maakte hij geen opleiding af. Maar hij gaf wel zijn naam aan een mbo- en een hbo-opleiding. Johan Cruijff had een zwak voor kinderen, dat zich onder meer uitte in de talloze Cruyff Courts.

Van de Verenigde Staten tot Maleisië en van Denemarken tot Zuid-Afrika. Overal ter wereld liggen Cruyff Courts. De moderne trapveldjes staan voor het belang van buitenspelen, saamhorigheid in de buurt en veiligheid. Het is de meest in het oog springende nalatenschap van Johan Cruijff als weldoener.

„Als je de mogelijkheid hebt iets voor een ander te doen, moet je dat doen.” Zo werd Cruijff in 1997 een van de eerste sporters met een eigen liefdadigheidsstichting. De Cruyff Foundation steunt sportprojecten voor kinderen, in het bijzonder met een handicap. De oud-voetballer was op open dagen van de stichting altijd in zijn element. Hij nam uitgebreid de tijd voor kinderen en zette handtekeningen voor geïmponeerde mannen.

De aanleg van Cruyff Courts begon in Nederland, maar breidde zich uit over de hele wereld. Zo mag sinds 2003 de jaarlijkse winnaar van de Johan Cruijff Prijs, voor het talent van het jaar in de eredivisie, de locatie van een nieuw veldje bepalen. Ibrahim Afellay koos voor Marokko, Gregory van der Wiel voor Curaçao.

Tekenend is dat Cruijff rond zijn 60ste verjaardag verreweg de meeste aanvragen voor medewerking aan een boek terzijde schoof. Slechts de makers van het lijvige boek waarvan een deel van de opbrengst ten goede zou komen aan de Cruyff Foundation, konden rekenen op zijn hulp.

Ook het onderwijs kreeg de aandacht van Cruijff. Zelf had hij tijdens zijn loopbaan geen opleiding voltooid. Maar wat als een sportcarrière mislukt, of voorbij is zonder financiële buffer? Daarvoor begon hij twee opleidingen: de Johan Cruyff University (hbo) en het Johan Cruyff College (mbo). Op beide combineren topsporters studie met hun carrière, of worden studenten voorbereid op een loopbaan in de sport, bij een bond, een bedrijf of de overheid.

„Iedereen moet zijn steentje bijdragen”, zei hij in 2005 tegen de Volkskrant. „Welk steentje dat is, weet ik niet. Dat is voor iedereen verschillend.”