Vermeers straatje komt thuis in Delft

Heel Delft staat vanaf deze vrijdag in het teken van de Vermeer-expositie. Foto Rien Zilvold

Hoogleraar kunstgeschiedenis Frans Grijzenhout zal het niet vaak zijn overkomen. Een wetenschappelijk werk van zijn hand, inclusief vier pagina’s noten en twee pagina’s literatuurverwijzingen, heeft op de voorkant een knalgele sticker gekregen met als tekst An incredible detective story!

Het wordt al minder raar als je weet dat hij november vorig jaar verantwoordelijk was voor het vinden van de exacte locatie van Het straatje van Vermeer, Vlamingstraat 40 en 42 in Delft. En precies die zoektocht staat centraal in de tentoonstelling Vermeer komt thuis, die deze vrijdag opent in Museum Prinsenhof in Delft – waar Frans Grijzenhouts boek nu in de museumwinkel ligt.

Het straatje van Vermeer zelf is voor de tentoonstelling drie maanden in bruikleen gegeven door het Amsterdamse Rijksmuseum, nadat de beveiliging speciaal daarvoor de afgelopen maanden up to date is gemaakt. „Het schilderij hangt hier nu prachtig en veilig”, aldus Prinsenhof-directeur Patrick van Mil bij de presentatie.

Hoe richt je een tentoonstelling in rond niet meer dan één, wereldwijd bekend schilderij?

Museum Prinsenhof heeft dat gedaan door er een spannend verhaal van te maken. In twee zalen word je langzaam richting Het straatje geleid. Het schilderij hangt helemaal achterin de tweede zaal, achter glas dat zo onzichtbaar is dat het werk simpelweg in een verlichte nis geplaatst lijkt. In de eerste zaal: een rondgang langs de diverse theorieën die er zijn geweest over de historische locatie van Het straatje, sinds dat in 1921 in het Rijksmuseum kwam te hangen en daar vrijwel meteen een publiekslieveling werd.

Die theorieën (Zit Vermeers moeder in de deuropening? Schildert Vermeer het uitzicht van zijn jeugd? Bestaat het straatje nog?) zijn gegroepeerd als in een labyrint, wat je alvast een voorgevoel geeft van wat je als bezoeker straks nog meer kan gaan doen: met een app door de stad langs een stuk of twintig plekken wandelen die zijn verbonden met Het straatje en het leven van Vermeer in het 17de-eeuwse Delft.

Ook in detectivestijl: aan het eind van de tentoonstelling staat een escapebox, waar je je met een paar bezoekers tegelijk in kunt laten opsluiten. Hoe sneller je de raadsels en puzzels in dit ‘Atelier van Vermeer’ oplost, des te eerder kun je weer naar buiten.

De tweede zaal geeft een indruk van Johannes Vermeer (1632-1675) in zijn tijd. Er hangen bijzondere bruiklenen, waaronder drie schilderijen van Pieter de Hooch, tijdgenoot en mogelijk een inspiratiebron van Vermeer. Diens Vrouw met kind op binnenplaats komt van de National Gallery of Art in Washington, Vrouw en kind bij het bleken van laken uit een Engelse particuliere collectie. Het is voor het eerst dat Het straatje en deze schilderijen samenkomen in de stad waar ze zijn gemaakt.

Verder in die tweede zaal: manshoge uitvergrotingen van fragmenten van Het straatje. Kitscherig misschien, maar het werkt wel. De fijnzinnigste details zijn zichtbaar, je bewondering voor juist dit ene schilderij neemt alleen maar toe.

Voor wie is deze tentoonstelling bedoeld? In elk geval voor toeristen, hij valt niet zonder reden samen met het begin van het seizoen. Maar bijvoorbeeld ook voor gezinnen die kinderen willen laten zien dat een museum een avontuur kan zijn. En verder voor iedereen die letterlijk de voetsporen van Vermeer wil volgen, en een keer de tijd wil nemen voor maar één werk.