Straks moeten de adellijke heren naar België

Het lidmaatschap van Colonel Colt is goeddeels voorbehouden aan telgen van adellijke families. Maar de regels voor wapens zijn strenger geworden. Dus waar moeten zij straks met hun zwaardere wapens naartoe?

Een man schiet met een revolver op een schietbaan van schietsportvereniging SV ‘t Groene Hart in Nieuwkoop. Foto Valerie Kuypers / ANP

Geheim is het schietgenootschap van het Leidse studentencorps Minerva zeker. Het staat dan wel ingeschreven in het handelsregister en heeft een eigen hoekje in de almanak, maar daar houdt het op. De leden – allemaal mannen – houden graag de mythe in stand. Met hun echtgenotes spreken zij zelden over de schietclub, en ook op de sociëteit wordt er geheimzinnig gedaan over het in 1853 opgerichte Pistoolschietgezelschap Colonel Colt.

Met de buitenwereld praten de leden al helemaal niet over over de wapenclub, zo ondervond NRC de afgelopen dagen. De naar de Amerikaanse wapenfabrikant Samuel Colt vernoemde schietclub „bestond niet”, of was „illuster maar onbekend” – aldus de door NRC benaderde Leidse alumni.

Het lidmaatschap van Colonel Colt is goeddeels voorbehouden aan telgen van adellijke families. De leden, bestuurders en oud-bestuurders komen voort uit geslachten als die van De Nerée tot Babberich, Van Boetzelaer, Boreel, Van Hövell tot Westerflier, Beelaerts van Blokland en Van Lennep. In de regel zijn het jonkheren, baronnen en graven; slechts bij uitzondering wordt ‘een gewone burger’ als lid gevraagd.

Kalibers zwaarder dan .22

Colonel Colt, niet te verwarren met de Leidse studentenweerbaarheidsvereniging Pro Patria, heeft anno 2016 een groot probleem, blijkt uit een e-mail die de 23-jarige penningmeester Christiaan van Lennep vorige week verstuurde aan een tachtigtal (oud-)leden, van wie velen al tientallen jaren geleden zijn afgestudeerd. Door een wijziging in de regelgeving moet de club een nieuw onderkomen zoeken voor alle wapens met een kaliber zwaarder dan .22. Het zijn wapens waar de leden niet graag afscheid van zouden nemen, zoals erfstukken en oude verzetswapens. Alleen twee lichte pistolen zouden in Nederland mogen achterblijven.

Tot een half jaar geleden lagen alle wapens van Colonel Colt opgeslagen bij schietvereniging De Vrijheid in Leiderdorp. Maar dat mag niet meer. De leden zijn al een half jaar niet meer op de schietclub gesignaleerd, zegt een woordvoerder. Ook zijn de wapens daar weggehaald. Waar ze nu zijn is onbekend.

Vorige week schreef Van Lennep dat uitwijken naar België „de enige mogelijkheid was om nog legaal met de zwaardere kalibers te kunnen schieten”. In de e-mail, die via de anonieme ‘brievenbus’ Publeaks aan NRC is doorgespeeld, pleit hij ervoor het arsenaal onder te brengen bij de Belgische wapenhandelaar Eddy Podevijn in Zottegem. „De delegatie [van oud-leden] en het Colt-bestuur zullen weldra Podevijn bezoeken om te bezien of deze partij voldoende betrouwbaar en kundig is om onze wapens toe te vertrouwen. Dit alles in samenwerking met de Leidse politie en op voorspraak van De Vrijheid.”

Dat bezoek is nog niet gepland, zegt Tim Podevijn, zoon van Eddy. „Niemand uit Leiden heeft contact met ons opgenomen.”

Wapenhandel en schietstand Podevijn is een begrip in Vlaanderen. Het verzorgt wapentuig voor televisieseries, heeft de beschikking over vijf schietbanen en beheert een „uitgebreide privéverzameling van historische wapens vanaf 1860”.

De wapenhandel bezit volgens Tim Podevijn vergunningen voor „alle draagbare kalibers”. Wapens opslaan voor derden doet het bedrijf zelden, maar het kan wel, voor 10 euro per stuk per week. „Als we het doen is het meestal voor wapenbezitters die in scheiding liggen en hun wapen tijdelijk niet veilig thuis kunnen stallen, of mensen die niet vaak genoeg schieten om hun vergunning te behouden.”

De Belgische wapenwet is ruimer dan de Nederlandse, zegt Podevijn. Zo mag in België elke meerderjarige één dag per jaar onder begeleiding schieten zonder vergunning.

Schietduel met politie

Met de Leidse politie heeft Colonel Colt een oude band, in 2005 beschreven in het Leidsch Dagblad. Daarin staat dat de als „erg goed” bekendstaande schutters van Colonel Colt sinds 1956 jaarlijks een schietduel hebben met medewerkers van de Leidse politie. De wedstrijd werd in 2004 gehouden op de schietbaan van „het regionale trainingscentrum van de politie Hollands Midden in Alphen aan den Rijn”, zo berichtte de krant.

„Wat in het Leids Dagblad staat klopt”, zegt jurist Johan baron van Haersholte, het enige lid dat openlijk iets wil zeggen over de adellijke wapenclub. Volgens hem wordt al geruime tijd gesproken en gemaild over de toekomst van het wapengezelschap, en is daarbij gebruikgemaakt van een omvangrijk en „wellicht verouderd mailbestand”.

Ook beaamt de Haagse jurist dat Colonel Colt „al tientallen jaren een goed contact heeft met de Leidse politie”. Een woordvoerder van de politie wijst erop dat er „geen formele band is” tussen de schietclub en de politie. Van eventuele informele contacten tussen individuele leden en agenten zegt de woordvoerder niet op de hoogte te zijn. „Agenten die lid zijn van schietsportverenigingen doen dat als privépersoon.”

Een van de deelnemers aan de e-maildiscussie – die tot hilariteit van zijn clubgenoten de mail ondertekent als „Frederik Hendrik Slet” in plaats van zijn werkelijke naam Sloet – roept zijn clubgenoten op de werkelijkheid „onder ogen te zien” en niet „vast te houden aan wensbeelden of misplaatste nostalgie” over de tijd dat de wapens nog onder handbereik waren.

    • Merijn Rengers
    • Hanneke Chin-A-Fo