Sorry

Het is nooit mijn bedoeling geweest om hier de mopperende columnist uit te hangen, integendeel. Ik zou u ook vandaag liever een vrolijk inkijkje willen geven in mijn frivole stadsleven, maar er wordt nu eenmaal ook van mij verwacht zo nu en dan eens een kritische blik op deze fantastische stad te werpen. En dat kostte mij afgelopen week om de een of andere reden geen enkele moeite.

Zo heb ik me flink opgewonden over het schijnbare gebrek aan medeleven van onze stad richting onze Zuiderburen. Waar we na de vorige aanslagen in Parijs zelfs de internationale kranten haalden met rake uitspraken van de burgemeester en een indrukwekkende vredesbijeenkomst voor de Essalam-moskee, was de reactie dit keer lauw en vooral laat. Waar andere steden nog op de avond van de aanslag hun iconen de kleuren van de Belgische vlag gaven, bleef het dagenlang stil en donker in Rotterdam. Pas donderdagavond werd er iemand wakker en werden er alsnog rode en gele lampen op het stadhuis gezet.

Nog zo’n ergernis: de nieuwe, openbare piano op het Centraal Station van Rotterdam waarvan het klankbord door de NS geïsoleerd is vanwege de ‘herrie’. Hoezo herrie? Op de stations van Utrecht en Amsterdam klinkt door het station dagelijks pianospel van muzikale voorbijgangers. Dat is juist de bedoeling! Niemand die zachtjes alleen voor zichzelf gaat zitten pingelen op een doffe piano in een tochtige stationshal.

Dan Feyenoord, die matige voetbalclub die een plan presenteerde voor een megalomaan voetbalstadion aan de Maas met de projectnaam ‘Feyenoord City’, gebouwd in een ‘multifunctioneel gebied’ dat ze ‘The Strip’ durven te noemen? Laat me niet lachen zeg, ga voetballen!

Ook lig ik de hele week al wakker van die wederopbouw-peuter die me door de hele stad achtervolgt. Ik krijg nachtmerries van het wrede gezicht van deze ‘Chucky’- lookalike. En met dat reuzenradje dat amper boven de Markthal uitkomt, maken we ons ook al zo belachelijk.

Tot slot de nieuwste maatregel van wethouder Eerdmans. Jongeren met een Halt-straf moeten voortaan verplicht ‘sorry’ tegen hem komen zeggen. Niet met een bos bloemen of aardige ansichtkaart, maar op het stadhuis zelf moeten ze persoonlijk voor de wethouder op hun knieën. De wethouder bepaalt of ze vaak en serieus genoeg sorry hebben gezegd en of hun strafblad wel of niet de prullenbak in gaat. Waarmee hij naar mijn mening onterecht op de stoel van de rechter gaat zitten. Maandag waren de eerste sorry-zeggers aan de beurt (ze bliezen met vuurwerk prullenbakken op) en ik mag hopen dat de wethouder er ook slecht van geslapen heeft.

Ik duik terug mijn bed in, kijken met welk been ik er straks weer uit stap. Ik lijk wel een Rotterdammer!