Diplomatiek rumoer na uitzetting El Bakraoui

Door gebrekkige samenwerking bleef terrorist onopgemerkt.

Foto AFP

De uitzetting door Turkije van Ibrahim el Bakraoui naar Nederland, vorig jaar, heeft geleid tot diplomatieke beschuldigingen over en weer. Door gebrekkige internationale samenwerking landde de vermoedelijke Syriëganger vorig jaar juli onopgemerkt op Schiphol. Deze week was hij een van de aanslagplegers in Brussel.

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) schoof de schuldvraag donderdag terug naar België en Turkije. Maar de oppositie heeft nog veel vragen voor het Kamerdebat dat volgende week plaatsvindt.

Turkije volgde niet de gebruikelijke procedure om een uitzetting aan Nederland te melden, schreef Van der Steur de Kamer. Normaal wordt altijd gebeld met de politieofficier op de Nederlandse ambassade, met uitleg waarom iemand uitgezet wordt. El Bakraoui was vorig jaar de enige van ongeveer veertig uitgezette personen over wie niet gebeld werd. Wel werd een bericht gestuurd naar een ‘elektronisch portal’ dat hiervoor, volgens de minister, zelden wordt gebruikt. In het bericht onder het kopje ‘erg urgent’ werd geen reden van uitzetting genoemd.

Turkse autoriteiten weerspreken dat ze niet tijdig en niet duidelijk genoeg communiceerden. Elf dagen nadat El Bakraoui in de Turkse stad Gaziantep – nabij Syrië – werd opgepakt, namen de Turken contact op met de Belgische politieofficier in Turkije, gebruikelijk aanspreekpunt in dit soort zaken. „Het was een Belgisch staatsburger, dus we belden niet met de Nederlandse kant, maar de Belgische kant wist het”, zegt een Turkse hoge ambtenaar.

Nederland werd pas een dag na de landing van El Bakraoui op Schiphol ingelicht door de Belgische politieofficier in Turkije. Hierop haalde Nederland El Bakraoui door de politiesystemen. Toen hij niet gesignaleerd bleek te staan, zag Nederland „geen aanleiding verdere actie te ondernemen”, aldus Van der Steur.

Juist dat roept vragen op bij oppositiepartijen. „Waarom is er niet direct de volgende dag gebeld met de Turken”, aldus D66-leider Pechtold. El Bakraoui had immers nog in Nederland kunnen zijn. CDA-leider Buma vindt het proces „buitengewoon amateuristisch” overkomen.

„Internationale samenwerking ontbreekt en informatie-uitwisseling blijkt zeer gebrekkig.”

Ontslag ministers geweigerd

Inmiddels lijkt het erop dat in België het meeste misging. Gisteren boden de ministers Jambon (Binnenlandse Zaken) en Geens (Justitie) hun ontslag aan, maar premier Michel weigerde dat. „We moeten nu sámen, regering en volk, door deze oorlogssituatie.” Wel is er een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld. „Vermoedelijk hebben veiligheidsdiensten fouten gemaakt”, zei Geens.

Ook Turkije heeft de indruk dat aan Belgische kant de meeste fouten zijn gemaakt. Turkse bronnen erkennen dat ze Nederland niet expliciet hebben gemeld dat El Bakraoui terreurverdachte was. Maar ze wijzen op een aanwijzing in het bericht dat naar het ‘elektronische portal’ van Nederland is gestuurd. Uit een code op het bericht, die in de openbaar gemaakte Engelse vertaling nog te zien is, blijkt dat het bericht afkomstig is van de afdeling Inlichtingen en Veiligheid van Buitenlandse Zaken. Daaruit kon Nederland afleiden dat het niet om een winkeldief ging, of een toerist die de visumwet had overtreden.

De regeringsgezinde dagbladen, zoals Aksam en Yeni Safak, halen vol uit naar Nederland, dat „de deur voor El Bakraoui heeft geopend”.