Oliva: erg goed, maar wat meer verfijning graag

foto rien zilvold

Oliva heeft geen wifi, lees ik op de website van het restaurant in de Witte de Withstraat, ‘zodat u in alle rust kunt genieten van uw eten en gezelschap.’ Ik begrijp de hint. Ook wel weer eens verfrissend om niet met je tafelgenoten te moeten communiceren via whatsapp omdat ze voortdurend over hun schermpje gebogen zitten (en jij dus ook). Maar voor je rust moet je hier niet zijn. Daarvoor is Oliva té Italiaans.

Het woord ‘geroezemoes’ schiet tekort. De stemmen van mensen die genieten van hun eten ketsen tegen de wanden, gelach klatert, bestek tikt, glazen klinken en op de achtergrond ook nog muziek van het opzwepende soort.

Een levendigheid waarover je na een paar dagen Rome, Napels of Milaan niet uitgepraat raakt maar die je dus ook in onze eigen Witte de Withstraat kunt vinden. Zo gewild is deze Rotterdamse Italiaan, sinds veertien jaar op dit adres gevestigd.

We voelen ons meteen opgenomen in de sfeer. Om ons heen zitten stellen en de tafel bij het raam wordt ingenomen door een vriendinnenclub. Ik heb uitzicht op de laatste zes van de beroemde woorden van Andy Warhol op de gevel aan de overkant van de straat (,,will be famous for 15 minutes’’). We sippen beiden (ik uit solidariteit) aan een alcoholvrije cocktail op basis van wortelpuree, rode peper en vlierbessentonic.

De kaart wisselt dagelijks en is deze zaterdagavond, ondanks de nagestreefde beknoptheid ruim voorzien met zeven antipasti (12 tot 16 euro), drie primi (12 tot 19 euro), drie secondi vis (24 euro), drie secondi vlees (23 tot 27 euro) en een vegetarische schotel (17,50 euro). Daarnaast is er het verrassingsmenu: drie- (34 euro), vier- (39 euro) of vijfgangen (44 euro).

Om vergelijkingsmateriaal te hebben neemt mijn vrouw het driegangenmenu en houd ik het op twee gerechten à la carte. Omdat solidariteit niet te lang moet duren, vraag ik wijn per glas. Die gaat buiten de kaart om, dus nu laat ík mij verrassen.

Als erkend risotto-aficionado laat ik de risotto met Noordzeekrab en tuinbonen niet aan mijn neus voorbijgaan, de kleine portie (12 euro) want ik groei nog eens dicht. De smaak van de krab moet opboksen tegen die van de verse tuinbonen; de rijst is smeuïg zoals het hoort. De wijn komt uit Sicilië (7,50 euro). Mijn vrouw krijgt zeeduivelwangetjes met meiknol en mango op een radicchiosalade. „Dit is goed”, zegt ze. Dat betekent bij haar dat het erg goed is.

Mijn hoofdgerecht is tarbottine met saffraanorzo, schelpjes en raapsteeltjes in de gedaante van broccolibloempjes (24 euro). De wijn is een pecorino uit de Marken (6,50 euro) die er goed bij past. Wel had ik, als ik me had gerealiseerd dat orzo korrelpasta is, een ander bijgerecht gevraagd of het helemaal achterwege gelaten. Risotto én pasta is nogal dubbelop. Het visje is mooi gebakken.

Op het bord van mijn vrouw ligt gestoofde lamsschouder met lamszwezerik op voorjaarsgroentencouscous. De zwezerik is net zo bereid als de zeeduivelwangetjes, merkt ze op, maar ze eet alles op. „Erg goed”, zegt ze zelfs en dat betekent bij haar héél erg goed.

Na de nagerechten komen we tot de conclusie dat de sfeer en de bediening uitmuntend zijn en de gerechten goed (erg goed respectievelijk héél erg goed), maar misschien wat aan de boerse kant en qua porties nogal fors. Iets meer verfijning kan geen kwaad, net zomin als een betere afstemming van voor- en hoofdgerechten.