‘Meerderheid in ECB kiest andere route’

Telkens wordt de president van De Nederlandsche Bank overstemd in het ECB-bestuur, dat grotere risico’s wil nemen met het monetaire beleid. „Het is vervelend om tot de minderheid te horen. Met die realiteit heb ik te maken.”

Foto’s Anaïs López

Net nu de Europese Centrale Bank in Nederland steeds meer onder vuur ligt in politiek en media, brengt Klaas Knot extra slecht nieuws. Voor het eerst krijgt Nederland een factuur gepresenteerd van het buitengewone monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) waartegen Knot, het Nederlandse ECB-bestuurslid, zich al langer verzet. De hoogte van de rekening: een half miljard euro.

Dit bedrag zet De Nederlandsche Bank (DNB) opzij als buffer voor toekomstige risico’s die voortvloeien uit de massale aankoop van staatsobligaties door de ECB. In het donderdag gepresenteerde DNB-jaarverslag staat 500 miljoen euro als ‘voorziening’. Het bedrag gaat af van de winst van DNB, die mede hierdoor keldert van 951 miljoen euro in 2014 naar 183 miljoen in 2015.

Dat betekent: een half miljard minder voor minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA). Want de winst van DNB gaat vrijwel volledig naar de schatkist.

„Het is geen gemakkelijke boodschap voor de staat”, zegt Knot in een gesprek op zijn werkkamer, temeer omdat de actie „zeker niet eenmalig” is. Ook de komende jaren zal DNB een „soortgelijk bedrag” als voorziening treffen. „Op basis van onze berekeningen van vandaag zullen we de komende jaren in totaal 3 à 4 miljard euro moeten inhouden.”

Knot legt uit waarom DNB de buffer aanlegt. De ECB koopt tot en met maart 2017, in totaal voor 1.740 miljard euro aan obligaties op, hoofdzakelijk staatsleningen (‘kwantitatieve verruiming’). Namens de ECB doen de nationale centrale banken, waaronder DNB, de meeste aankopen. Zij kopen elk de staatsleningen van hun eigen land. Hun balansen groeien explosief – die DNB van 140 miljard euro in 2014 naar 210 miljard in 2015.

Die staatsleningen zullen ook na maart 2017 op de balansen blijven staan of worden vervangen als ze aflopen, zo besloot het ECB-bestuur onlangs. En dat is een probleem voor DNB. Want de rente die DNB ontvangt op de staatsleningen die zij nu in bezit heeft, is zeer laag.

Die lage rentes zijn nu „vastgeklonken”, zegt Knot. Tegelijkertijd zal ECB over een tijd wél weer de depositorente verhogen die zij betaalt aan banken. De combinatie van lage ontvangen rente en hogere uitgekeerde rente zal tot verliezen leiden, waarvoor de voorziening moet worden getroffen. Knot verwacht een renteverhoging als de euro-inflatie weer in de buurt komt van de ECB-doelstelling van net onder de 2 procent – op dit moment is dat -0,2 procent. „De exit uit het opkoopprogramma kan best eens problematisch worden.”

Hoe kies je zo’n bedrag van 500 miljoen? Het zal jaren duren om op de totale voorziening van 3 à 4 miljard uit te komen.

„We zullen begin 2017, bij de nieuwe jaarrekening, kijken of 500 miljoen per jaar genoeg is. Het zal even duren voordat de depositorente omhoog gaat. En de verwachte verliezen zullen zich niet in één klap voordoen. We hebben hiertoe in samenspraak met onze accountant en de raad van commissarissen besloten.”

De staat hoeft de komende jaren dus niet te rekenen op een grote winstafdracht van DNB.

„Dat klopt, maar aan de andere kant heeft de staat óók baat bij het monetaire beleid van de ECB. Daardoor hebben we in de jaren 2011-2014 zo’n 2,5 miljard extra aan winst kunnen uitkeren.” Knot doelt op eerdere, kleinere aankoopprogramma’s door de ECB van schuldpapier van vooral zuidelijke landen, met hoger rendement. De staat stond hiervoor garant en incasseerde de winsten.

„Daarnaast profiteert de staat vooral van de lagere rentes op de staatsschuld. Door kwantitatieve verruiming zijn die rond een half procentpunt lager. Grosso modo betekent dit 8,5 miljard euro aan lagere rentelasten tussen 2015 en 2020.”

Binnen het ECB-bestuur maakt Knot regelmatig bezwaar tegen kwantitatieve verruiming. Het is een weinig effectief middel om de economische groei en de inflatie aan te jagen, meent hij. En het middel heeft bijwerkingen, zoals het creëren van zeepbellen op de financiële markten. Maar steeds is Knot in Frankfurt in de minderheid. Hij vindt alleen de twee Duitse ECB-bestuurders aan zijn zijde, plus zijn collega uit Estland. In maart kon dit Noord-Europese smaldeel een uitbreiding van het programma niet tegenhouden. De ECB koopt nu elke maand 80 miljard euro aan obligaties, in plaats van 60 miljard.

Telkens wordt u overstemd in het bestuur. Voelt u zich eigenlijk wel gehoord?

„Jazeker. Meningsverschillen over monetair beleid zijn van alle tijden en van alle regio’s. De Amerikaanse en Japanse centrale bank besluiten ook niet altijd unaniem. Het is vervelend om tot de minderheid te horen, maar de meerderheid kiest gewoon een andere route. Met die realiteit heb ik te maken.”

Hoe vaak spreekt u ECB-president Mario Draghi?

„In ieder geval in Frankfurt, maar er wordt in de tussentijd natuurlijk ook getelefoneerd. Als u wilt vragen hoe het contact is: het contact is gewoon uitstekend.

Knot pauzeert even. „Kijk, je kunt een professioneel meningsverschil hebben. Dat is in de centrale bankwereld gewoon en van alle tijden. Daar hoeft de persoonlijke relatie niet onder te lijden.”

Knot denkt dat de grenzen van kwantitatieve verruiming nu wel bereikt zijn. De ECB, zegt hij, stuit bij de aankoop van staatsleningen op de technische grenzen die ze zichzelf heeft gesteld, zoals de regel dat zij gewoonlijk niet meer dan 33 procent van de staatsleningen van één type in haar bezit mag hebben.

Dat weten ook de voorstanders van het monetair pionieren in het ECB-bestuur, zoals de hoofdeconoom van de centrale bank, de Belg Peter Praet. Zij zinspelen al op een volgend paardenmiddel: ‘helikoptergeld’. Dit is het door centrale banken ‘uitstrooien’ van geld onder de bevolking. De ECB kan rechtstreeks geld op bankrekeningen van burgers storten.

Is helikoptergeld een goed alternatief?

„Ik heb lang gehoopt dat ik deze vraag niet serieus hoefde te nemen. Maar ik zie dat er toch een discussie aan het ontstaan is. Helikoptergeld is begrotingsbeleid via de balans van de centrale bank, en daar is deze niet voor bedoeld. Als regeringen vinden dat elke Europese burger duizend euro extra in de portemonnee moet krijgen, dan moeten ze dat vooral zelf organiseren.

„Als wíj het doen, slaat het een gat in onze balans. Helikoptergeld is gewoon geld dat je weggeeft, zonder dat daar op onze balans iets tegenover staat. De verliezen die dit oplevert zullen uiteindelijk door de belastingbetaler moeten worden opgevuld.”

De ECB, vindt Knot, moet minder hard van stapel lopen. Geen paardenmiddelen inzetten, maar accepteren dat het „wat langer dan de normale termijn van 18 tot 24 maanden” duurt, voordat het inflatiedoel wordt gehaald. Want, zegt Knot, de lage inflatie is een mondiaal fenomeen. Tegen lage grondstoffenprijzen en stagnerende prijzen van industriegoederen door globalisering kunnen centrale banken niet al te veel doen.

Intussen zwelt in Nederland de kritiek op de ECB aan. De lage ECB-rente schaadt de kapitaalpositie van de pensioenfondsen. Bent u bang dat de reputatie van de ECB in Nederland onder druk komt te staan?

„Die reputatie hangt vooral af van de effectiviteit van het beleid. En daar stel ik ook precies vraagtekens bij. Het is uitermate vervelend dat het zo uitpakt voor de pensioenen in Nederland. Maar we kunnen niet doen alsof de lage rente alleen de verantwoordelijkheid is van de ECB. De lage rente is een belangrijk deel het gevolg van de vergrijzing en de hoge wereldwijde geneigdheid om te sparen, en de al jarenlang lage productiviteitsgroei.”

De Nederlandse pensioensector, vindt Knot, moet hoe dan ook op de schop. Hij is voor een vorm van premiedifferentiatie, waardoor jongere generaties meer zekerheid krijgen dat zij ook daadwerkelijk voor hun eigen toekomst sparen, in plaats van dat zij de eerste helft van hun werkzame leven in de praktijk voor de oudere generaties bezig zijn. De doorsneepremie, waarbij alle deelnemers aan de pensioenregeling een gelijke premie betalen, is daarom volgens hem niet houdbaar.

Dat geldt ook voor het beleggingsbeleid, dat meer moet worden toegesneden op de behoeften van de verschillende generaties pensioendeelnemers. „Ik denk dat linksom of rechtsom meer risico’s bij de individuele deelnemer terecht gaan komen.” Tegelijkertijd moet er wel een bredere pensioenspaarplicht komen, vindt Knot.

Moeten ook zzp’ ers verplicht worden voor het pensioen sparen?

„Onder de noemer zzp’er wordt veel geschaard. Er zitten echte ondernemers onder, die op jonge leeftijd al investeren in hun bedrijf. Hen moet de overheid niet uit een paternalistisch motief verplichten om aan een pensioenregeling mee te doen. Maar er zijn ook heel andere zzp’ers. Dat zijn in feite dagloners, en dat zeg ik met alle respect: werknemers die eruit worden gedrukt en bij wijze van spreken de volgende dag worden ingehuurd als zelfstandige. Voor deze groep is het de vraag of je moet accepteren dat zij helemaal geen pensioen opbouwen. Op een later moment gaat dit een grote druk op de sociale voorzieningen geven.”