Uitzondering in flexwet voor seizoenskrachten

Er komt een uitzondering voor de land- en tuinbouw in de veel bekritiseerde Wet werk en zekerheid. Werkgevers kunnen seizoenswerknemers straks langer inzetten, omdat ze niet langer een tussenpoos van zes maanden tussen tijdelijke contracten moeten aanhouden. Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) is donderdag akkoord gegaan met het voorstel dat LTO Nederland en de vakbonden FNV en CNV hierover hebben gesloten. Sinds juli 2015 hebben flexwerkers al na twee jaar (in plaats van drie) of drie tijdelijke contracten achtereen recht op een vast contract – tenzij ze daarna zes maanden uit dienst zijn. Vanuit de agrarische sector kwam hier veel kritiek op, omdat boeren en tuinders afhankelijk zijn van seizoenskrachten voor de oogst en productie. Nu is afgesproken dat de tussenpoos wordt verkort van zes naar minimaal drie maanden, zegt LTO. Daarmee wordt volgens de partijen bereikt dat oogst- en productiemedewerkers vaker op hetzelfde bedrijf aan de slag kunnen. Dit sluit aan op de bestaande praktijk. In de glastuinbouw, openluchtteelt, tuinzadensector en bloembollengroothandel mogen werknemers verder drie contracten in negen maanden krijgen, voordat de tussenpoos van drie maanden geldt. In de land- en tuinbouw werken 40.000 tijdelijke werknemers, schat LTO.