Koningsdrama onder advocaten

Tv-serie De VPRO-serie De Maatschap gaat over de familie Moszkowicz. Althans, het gaat over de familie Meyer, die nogal op hen lijkt.

De familie Moszkowicz: Max Moszkowicz (midden) met zijn zonen: (vanaf links) David, Bram, Robert en Max jr. Foto Leo van Velzen / Hollandse Hoogte

‘Straks gaan we een zware scène doen’, zegt acteur Pierre Bokma. In toga en met een pruik van grijzende golfjes staat hij in een tot rechtbank omgetoverde zaal van het voormalig stadhuis van Rijkswijk. In het koude, monumentale gebouw worden deze vrijdag opnames gemaakt voor De Maatschap. De VPRO-serie geïnspireerd op de advocatenfamilie Moszkowicz komt in de herfst op tv. Bokma, die de vader speelt: „Straks gaat hij in een strafzaak zijn eigen zoon verdedigen.”

Joost de Wolf, hoofd drama van de VPRO: „Het is een raamvertelling: de vier zonen staan rond het ziekbed van de vader, die terugdenkt aan zijn leven. Hoe hij alleen terugkwam uit Auschwitz, hoe hij daarna door keihard werken zijn imperium opbouwde, hoe hij de beroemdste advocaat van Nederland werd, en hoe hij vervolgens moest aanzien hoe zijn zonen het familiebedrijf afbraken. Drie van de vier zonen zijn geschrapt van het tableau.”

Hier past een disclaimer: deze serie gaat de jure niet over de familie Moszkowicz, maar over de fictieve familie Meyer. Volgens het persbericht hebben de schrijvers „zich laten inspireren door de familiegeschiedenis van een bekende Nederlandse advocatenfamilie”. De Wolf zegt dat deze ingreep mogelijke problemen moet voorkomen. „Toen we hoorden dat de serie zou doorgaan, stond iedereen hier te juichen, behalve de juridische afdeling. Die zagen het spotje van ‘Even Apeldoorn bellen’ al voor zich.” In die verzekeringsreclame zien we na een lichte aanrijding Max en Bram Moszkowicz uit een auto stappen, veelbetekenend over hun nek wrijvend. Boodschap: bots niet met de Moszkowicz-jes want daar komen processen van.

De vloek van de Shoah

Maar De Wolf zegt ook: „We wilden andere namen gebruiken omdat we zo snel mogelijk duidelijk willen maken: dit is fictie. Het geeft de schrijvers adem om te verdichten en zelf te interpreteren.” Volgens de makers is er een verschil tussen publieke figuren in tv-series: als je een serie maakt over het koninklijk huis, of grootheden als Cruijff, dan heb je meer vrijheid. Bij mensen die niet zelf de publiciteit zoeken, is de ruimte kleiner.

De opname begint. Een rookmachine, bedoeld om het door de ramen naar binnen vallende licht mooi over de hoge ruimte te verdelen, zorgt voor een rokerige sfeer. Dit zijn de jaren tachtig. Daan Schuurmans komt binnen als slungelige corpsbal in blazer, geflankeerd door twee agenten. Hij speelt de aan heroïne verslaafde zoon van de advocaat, die terechtstaat wegens bedrieglijke bankbreuk. Zijn vader heeft de zware taak zijn eigen zoon te verdedigen. Bokma, als de vader, kijkt niet naar zijn zoon. Hij begint een prachtig betoog over tweedegeneratieslachtoffers. Omdat de vader in het kamp heeft gezeten, is de zoon nu ontspoord. Bokma spreekt zachter en emotioneler dan bij eerdere opnames, maar de volzinnen blijven fraaie bouwwerkjes vol archaïsmen. Als Bokma even stil valt, zegt de regisseur vanuit de hoek luidop zijn tekst voor. Na drie keer zegt Bokma rustig, met een nauwelijks waarneembare agitatie: „Als ik mijn tekst niet meer weet, geef ik wel een teken.” De acteur is met iets anders bezig: waar kan hij het beste de stiltes laten vallen? De meest emotionele stilte valt in: „Mijn… cliënt”. De vader noemt zijn zoon ‘cliënt’. Dat komt aan.

Foto VPRO/Michel Schnater

De cast van De Maatschap: Pierre Bokma (midden) als de vader, met zijn zonen: (vanaf links) Xander van Vledder, Daan Schuurmans, Diederik Ebbinge en Guy Clemens. Foto VPRO/Michel Schnater

Prachtige scène, waar veel in zit. Aan de oppervlakte zien we een begaafde advocaat die slim gebruik maakt van een verzachtende omstandigheid om een verdachte vrij te krijgen. Daaronder zien we een man die zijn privéproblemen meeneemt naar zijn werk – de familie vocht menig ruzie uit in de rechtszaal – en die betrokkenheid tracht te bedekken onder welluidende, afstandelijke juristentaal. En daaronder zit het werkelijke probleem: zijn angst dat hij inderdaad de vloek van de Shoah heeft overgebracht op zijn zonen.

De vader ziet hoe de zonen het familiebedrijf verwoesten

Tussen twee opnames in licht Bokma toe: „Het is klip en klaar dat die zoon gewoon een lul is, die zijn vader een hak wil zetten. Maar het schuldgevoel in de samenleving was toen zo groot, dat niemand verder vragen stelde. Tweedegeneratieslachtoffer? Natuurlijk. Iedereen nam het meteen aan.” Tegelijk was het zeker geen smoesje: „De vader had er nooit over nagedacht. Hij zag het kampverleden als zijn probleem, waarmee alleen hij moest leven. Hij dacht: als ik maar hard genoeg werk en mijn mond houd, dan hebben mijn kinderen er geen last van. Nu ziet hij voor het eerst in dat dit niet werkt.”

Het schrijversduo Alma Popeyus en Hein Schütz dacht aan King Lear. Popeyus: „We werden gegrepen door het koningsdrama: hoe is het voor de vader om te zien hoe zijn zonen het bedrijf te gronde richten? Wat was zijn rol daarin?” En wat ging er mis met de zonen? „Ze hebben allemaal iets van de vader. Maar niet alles. Niet genoeg. Verder zijn ze geïsoleerd opgevoed, ze waren tot elkaar veroordeeld. Het was de familie tegen de rest van de wereld.” Robert Moszkowicz zei in 2014 in Volkskrant Magazine over die opvoeding: „Wij moesten overlevers worden, net als hij.”

Toen de opnames al waren begonnen, werd, na Robert en Bram, ook David uit het ambt gezet. Zit dat nog in de serie? Popeyus: „Terwijl wij schreven, braken zij de boel verder af. Het werd steeds erger. Maar nee, dat zit er niet in. Voor het verhaal maakt het verder niet uit.”