Koningin van Charlois

Van kilometers afstand zie je haar. Wachtend op de tram bij de eindhalte van lijn 2. Alles is grijs, maar zij geeft licht, letterlijk. Dichteres, levenskunstenaar, de koningin van Charlois: Rieneke, de vrouw in fluorescerend roze. Roze schoenen, roze jas en roze broek. Ze zegt: „Ik zeg altijd: als ik Amerika had moeten ontdekken, had je lang kunnen wachten.” Ze werd een paar straten verder geboren en woont daar nog steeds.

We stappen in en rijden door Rotterdam-Zuid naar haar zoon in IJsselmonde. Langs het Waaltje, waarop Rienekes zoon zijn eerste schaatsles kreeg. Langs molen ‘De Zandweg’, een stukje landelijk Charlois dat de moderne tijd overleefde. Langs de vroegere eindhalte van ‘het moordenaartje’, een stroomtram die naar de Zuid-Hollandse Eilanden reed. Over de Boergoensevliet, ooit de straat van de notabelen. Langs een flat waar ooit een postkantoor stond met luxe draaideuren. Rieneke: „Ik leef veel achteruit. Want vooruit weet je niet wat komt en achteruit kun je nog kleuren. Ik haal mijn herinneringen door een zeef, de leuke wil ik bovenop.”

Haar opa was een lompensorteerder, haar vader een schipper. Op haar 8e werd ze op het internaat geplaatst. „Misschien ging ik door mijn heimwee luchtkastelen bouwen. Daar ben ik nooit meer mee gestopt. Ik kan overal een verhaaltje bij bedenken.”

Rieneke houdt niet van reizen, dat hoeft ook niet: Zuid heeft altijd op dezelfde plaats gelegen, maar daarbinnen trok de hele wereld voorbij.

Rieneke: „Vijfenvijftig jaar geleden had een vriendin ineens een Spaanse vriend. Dat was al exotisch. Ik vond het niet vreemd dat ze wat met elkaar hadden. Wel dat ze elkaar niet verstonden.”

Begin jaren zeventig zag ze voor het eerst een donker persoon. „Ik zat in de tram met mijn zoon. Die zat met open mond te staren. Ik zeg: hou ’s op.”

Terwijl we IJsselmonde binnenrijden, leest ze een gedicht voor uit haar roze notitieboekje: Ik ga nooit naar de wereld, de wereld komt naar mij. Ik ga nooit over grenzen, de grens komt naar mij. Wel ga ik met open armen op mensen af, want anders komt men nooit naar mij.”

Eenenzeventig is ze inmiddels, in eigen woorden: nog lang niet van plan om uit te checken.