Johan wist alles beter

Foto Sake Elzinga

Johan Cruijff behoort tot de grootste Nederlanders. Hij wordt in één adem genoemd met Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh. Als een van de beste voetballers aller tijden glorieerde ‘nummer 14’ met Ajax, Barcelona, het Nederlands elftal op het WK van 1974. En met Feyenoord.

Eind vorig jaar interviewde Hanneke Groenteman ‘Johan’ in het Rijksmuseum, voor het televisieprogramma Sterren op het doek. Een cirkel was rond. Als stagiaire bij Het Parool had ze Cruijff vijftig jaar eerder voor de eerste keer geïnterviewd, toen de achttienjarige Ajacied als ‘mannequin’ poseerde in het Spijkerbroekenhuis in de Amsterdamse Warmoesstraat. Ook nu weer liet Cruijff zich van zijn gewone, aimabele kant zien. Als de aanraakbare, altijd jongensachtige Amsterdammer. Van wie fotograaf Erwin Olaf jaren geleden een portret maakte dat met portretten van andere grote Nederlanders werd opgehangen in het Rijksmuseum.

Tussen die novemberdag van 1965 in de Warmoesstraat en die oktoberdag in het Rijksmuseum voltrok zich een bijzonder leven, dat op 25 april 1947 begon in Betondorp. Hendrikus Johannes Cruijff, noemden ze hem. Ontelbare verhalen werden er over hem geschreven, en de laatste verhalen over Het Fenomeen zijn nog lang niet in zicht.

Donderdag overleed hij, een half jaar nadat bekend was geworden dat hij longkanker had. Naar buiten toe was Cruijff strijdbaar en optimistisch over zijn kansen in de strijd tegen kanker. Nog niet zo lang geleden liet hij weten dat hij een 2-0 voorsprong had op zijn ziekte. Cruijff zonder beeldspraak, dat was ondenkbaar. Donderdag 24 maart verloor hij de strijd.

In deze bijlage wordt een aantal van de vele gezichten van Cruijff beschreven, een van ’s werelds beste voetballers, en de man die alles beter wist.

chef sport NRC Handelsblad/nrc.next