Hoe Erdogan een potentaat werd...

De nieuwe editie van een standaardwerk richt zich op de staat Turkije. Een aantal Turkse auteurs belicht de invloed van het neoliberalisme op de samenleving en de toegenomen macht van president Erdogan.

Het gaat niet goed met Turkije. Het is verstrikt geraakt in de Syrische burgeroorlog, die bijna een oorlog met Rusland veroorzaakte en tot de komst van bijna twee miljoen vluchtelingen leidde. Zijn internationale reputatie is geschaad door zijn ambivalente houding ten opzichte van IS, de onlangs opnieuw opgelaaide strijd in het Koerdische zuidoosten, en de vervolging van oppositiekranten, academici en journalisten – om maar te zwijgen van de schaamteloze koehandel met de EU over de vluchtelingen.

Alle reden dus om een nieuwe editie van Erik-Jan Zürchers standaardwerk Turkije: Een moderne geschiedenis te verwelkomen. Het verscheen voor het eerst in 1993 en is sindsdien in diverse talen, waaronder het Turks, uitgegeven. Wie de lange termijnontwikkelingen in de Turkse politiek wil begrijpen, kan niet om dit boek heen. De kern ervan is ongewijzigd, maar op veel plekken is het meer of minder ingrijpend herzien. Zo beschrijft Zürcher met meer details en minder voorbehoud dan in eerdere edities de massamoord op Ottomaanse Armeniërs in 1915 als genocide. Door deze herzieningen bevestigt het boek zijn canonieke status. Maar ook Zürchers zelfopgelegde beperkingen zijn duidelijker dan twintig jaar geleden. Zijn boek is een zuiver politieke geschiedenis, waarin sociale en economische ontwikkelingen ondergeschikt zijn aan de partijpolitieke en civiel-militaire strijd om de macht over en het karakter van de staat; cultuur- en ideeëngeschiedenis ontbreken bijna helemaal.

Hervormingen

Twee nieuwe hoofdstukken beschrijven de ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar. De meest dramatische is ongetwijfeld de regering van de AKP, aan de macht sinds 2002 en geleid door de charismatische Recep Tayyip Erdogan. Hij voerde diepgaande politieke hervormingen door die veelal reële verbeteringen waren en het land dichter bij toetreding tot de EU brachten. De macht van het leger werd teruggedrongen, burgerrechten werden beter beschermd, en er werd gewerkt aan een vreedzame oplossing van de Koerdische kwestie.

Wat is er dan misgegaan? Op dat punt verschillen de meningen. Sommigen wijzen op stagnerende onderhandelingen met de EU, anderen op de aanhoudende pogingen van tegenstanders om de AKP te verbieden, en die zouden Erdogan steeds achterdochtiger hebben gemaakt. Ook heeft de Arabische lente van 2011 geleid tot het in duigen vallen van Erdogans – aanvankelijk vreedzame – Midden-Oostenbeleid. Sceptici zeggen dat Erdogans altijd al autoritaire karakter zich nu openbaart.

Achteraf lijken de opeenvolgende hervormingen inderdaad op cynische pogingen om stelselmatig alle rivalen of onafhankelijke machten te elimineren: in 2007 het leger, in 2013 de Gülenbeweging, en nu de georganiseerde Koerdische oppositie, de resterende onafhankelijke pers en intellectuelen. Zelfs Erdogans eerdere bondgenoten binnen de AKP, zoals oud-president Abdullah Gül en parlementsvoorzitter Bülent Arinç, zijn de afgelopen jaren kaltgestellt.

Op de vraag hoe Erdogan sinds 2002 zijn machtsbasis heeft kunnen behouden en verbreden, lijkt het antwoord simpel: it’s the economy, stupid! Sinds 2002 is zijn AKP vooral gekozen en herkozen op grond van economische beloften, die in belangrijke mate ook zijn ingelost. De AKP-regering bracht snel de gierende inflatie terug, en betaalde in recordtempo een uitstaande schuld van ruim honderd miljard euro bij het IMF af.

Patronage

Deze en andere hervormingen staan centraal in de artikelen in The making of neoliberal Turkey. De stukken gaan minder over de staat en meer over de samenleving dan bij Zürcher. Neoliberalisme vatten de schrijvers niet op als een economische doctrine, maar als een manier van regeren die de verantwoordelijkheid van de staat afwentelt en de samenleving radicaal herstructureert. De Turkse hervormingen, betogen ze, hebben de – altijd al aanwezige – mogelijkheden voor patronage verder vergroot. Ze hebben een toenemende economische onzekerheid en ongelijkheid gecreëerd, die door de wereldwijde crisis van 2008 nog zijn verergerd. Daardoor gelden werk, zorg en een woning steeds minder als een recht voor alle burgers, en steeds meer als een voorrecht van AKP-stemmers. De auteurs in deze bundel beschrijven deze neoliberale transformaties in onder meer gezondheidszorg en landbouw, en in de veranderende stedelijke landschappen. Merkwaardigerwijs ontbreekt een discussie over de bouwsector, die onder Erdogan tot melkkoe en patronagemachine is verworden.

Valt deze diepgaande transformatie van de Turkse staat en samenleving nog te keren? Er is veel reden om pessimistisch te zijn. Alles, zelfs de islamistische ideologie van de AKP, is in de afgelopen jaren ondergeschikt gemaakt aan de alleenheerschappij en de zelfverrijking van Erdogan en zijn kliek. Maar juist de schijnbare stabiliteit van deze machtsconcentratie heeft Turkije dichter bij een EU-lidmaatschap gebracht dan ooit.