Hij deed wat in hem opkwam, op het veld en daarbuiten

Cruijff deed niet zo moeilijk. Hij deed het gewoon en liet je als medespeler voelen wat er gebeurde als je zo bewoog. Wat is die bijzondere begaafdheid die hem boven andere voetballers uittilt? „De basis van zijn talent was het bedrog.”

1974, EK-kwalificatieduel Nederland-Italië (3-1). Hij scoorde twee keer. Foto Hollandse Hoogte/Rob Mieremet

Hoe duid je genialiteit, van een voetballer nog wel? Het is bijna onmogelijk in woorden uit te drukken waartoe een voetballer in staat is die genialiteiten worden toegedicht. Wat is die bijzondere begaafdheid die hem boven andere voetballers uittilt? Het is meer dan talent, het is iets waar zintuigen geen vat op krijgen.

Zo verging het mij toen ik Pelé zag en Alfrédo Di Stéfano. En later Johan Cruijff, Diego Maradona, Zinedine Zidane, Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Voetballers die op een veld iets doen wat geen trainer je kan leren. Vergelijkbaar met basketballers als Michael Jordan en golfers als Tiger Woods, voordat zijn verstand de boventoon ging voeren. Het is niet te evenaren, laat staan te overtreffen, hoe graag je dat als voetballer ook wilt – altijd op zoek naar nieuwe bewegingen, trucs, nieuwe, nog niet uitgevoerde voorstellingen.

Intuïtie

Doe geen moeite om genoemde voetballers met elkaar te vergelijken. Ze zijn allemaal verschillend – en toch buitenaards (om maar een wanhopige poging tot duiding te doen). Laten we ons beperken tot Cruijff, een Nederlander nota bene, geboren en gevormd in een land waar elastisch, louter op gevoel en door intuïtie gestuurde lichamen vanuit mogelijk calvinistisch standpunt zeldzaam zijn. Hij deed wat in hem opkwam, op het voetbalveld en daarbuiten. Hij volgde zijn gevoel, probeerde anderen ervan te overtuigen dat ook te doen. Pas op voor je verstand, anders raak je in verwarring. Doe zoals je van nature bent en analyseer waarom je dat doet. Wat gebeurt er met je als je Cruijffiaanse dan wel Messiaanse bewegingen, of die van Jordan en Woods uitvoert?

Flow is een begrip dat aantrekkingskracht oproept in de sport. Het is een verschijnsel dat is uitgekristalliseerd door Mihaly Csikszentmihalyi, een Amerikaans-Hongaarse psycholoog. Kijk naar beelden van Cruijff en je weet wat hij bedoelt. Een activiteit waarbij je volledig opgaat in je bezigheden. Cruijff deed niet zo moeilijk. Hij deed het gewoon en liet je als medespeler, of later toen hij coach was, voelen wat er gebeurde als je zo bewoog, zo draaide of zo de bal speelde. Velen begrepen hem, velen niet. Het is lastig als genie om stervelingen te overtuigen van hun mogelijkheden. Doe zo en zo en je ziet een opening in je gedachten. „Nee, Johan, ik zie het niet.” Zo moet het veel stervelingen zijn vergaan.

Flipper, zo noemden ze Cruijff. Aldus oud-Ajacied Henk Groot in 1966, vlak nadat ‘Johan’ als tiener werd toegevoegd aan de selectie van het eerste van Ajax. „Hij is altijd aan het woord. Je kunt geen onderwerp aansnijden of Cruijff praat mee”, zegt Groot in het boek Wie is Johan Cruijff. „Hij heeft ongelooflijk veel praatjes. Onder mekaar kunnen we het best hebben, want hij is een doodgoeie jongen… Maar al dat praten is een onderdeel van zijn beweeglijkheid. Als je naar hem kijkt, is hij in beweging. Hij duikt in elk gat, hij zwaait met zijn armen, hij loopt naar links en rechts en geeft iedereen een wijze raad. Hij kaffert mij ook rustig uit, maar daar moet je niet zo zwaar aan tillen. Het gaat allemaal in het heetst van de strijd.”

In het heetst van de strijd zag Cruijff ruimtes, openingen en mogelijkheden. Hij creëerde, of wees anderen erop. Hij geloofde in zijn inzichten – door zeer weinigen liet hij zich van het tegendeel overtuigen. In hetzelfde boek zegt Cruijff: „Ik denk niet dat je leider wordt, ik denk dat het een automatische schifting is. Het is een samengaan van de verantwoordelijkheid naar je toetrekken en de verantwoordelijkheid die ze je geven. Er ontstond dan zoiets van dat ze zeggen: doe jij dat maar.” En verder: „Leider worden is een karaktertrek. Misschien meer een soort egoïsme.”

Oorspronkelijk

Het karakter van Cruijff is net zo moeilijk te doorgronden. „Relativeren? Nee, dat zit niet in mijn karakter.” En: „Rancune is de beste motivatie”. Hij genereert zelf de druk die hij nodig heeft om te kunnen presteren. Het is vaak omschreven als het conflictmodel, gehanteerd door Cruijff, dat mensen tot nieuwe uitdagingen leidt.

Je zou bijna zeggen: Cruijff doet maar wat, oorspronkelijk, niet gestoord door andere reflecties. Dat was het niet – en toch wel. Jorge Valdano, voormalig Argentijns international, technisch directeur van Real Madrid, schrijver en poëet schreef: „De basis van zijn talent was het bedrog. Hij holde hard omdat hij ging stoppen, hij stopte omdat hij ging rennen, hij deed alsof hij een pass ging geven om een schijnbeweging te maken, hij begon een schijnbeweging omdat hij een pass ging geven, hij keek naar links om een oplossing op rechts te zoeken.”

Een vriendin van zijn vrouw Danny zei eens: „Aan Johans benen kon je van achteren goed zien, aan zijn loopje, dat hij twee kanten op kon gaan.”

Ik liep eens achter Johan – hij was analist van de NOS – en zijn vrouw in Manchester. Ze liepen op een markt. Niemand reageerde, hoewel er wel gefluisterd werd. Ik zag zijn benen. Ik zag zijn armen die naar een bepaalde marktkraam wezen. Ik zag zijn benen lopen, zijn armen bewegen, zijn vrouw reageren en voegde me bij het echtpaar. Johan was allerminst verrast toen ik hem aanklampte – zo was hij, nooit verrast, altijd levend in het moment, en zei: „Zie je die mensen hun spullen verkopen. Ze geloven in wat ze aanbieden.”

Of dat iets met zijn voetbal te maken had. „Misschien, ik doe wat ik doe, de een noemt mij een balletdanser, de ander een hork. Nou ja, het is toch gewoon wie je bent. Fijn dat je hebt genoten van mij. Genieten van een ander. Kijken wat een ander kan. Dat is altijd meer dan je dacht.”