Familiale intimiteit als hoogste goed

Cruijff was familieman. Zijn vrouw Danny vulde zijn gebrek aan geborgenheid op.

Toon Hermans zou zijn avondvoorstelling nu begonnen zijn met de openingszin: „Het kantelende vogelkopje is dood, meneer.” Hermans en Cruijff bewonderden elkaar. Ze waren zelfs genetisch verenigd door verbeelding aan de macht. De voetbalwetenschapper Johan Cruijff praatte bij vlagen ook als een cabaretier. Van kromme taal maakte hij een canon van hem alleen. Rechters, professoren en geleerden spraken hem graag na. In televisieprogramma’s werd hij veelvuldig nagebootst. Johan Cruijff: leermeester van vele generaties.

De grootste voetballer van de lage landen was een taalwonder. Met de zwierigheid waarmee hij tegenstanders op het verkeerde been zette, zo slalomde hij ook door zijn moedertaal. Het was dezelfde suprematie.

De enige die hem kon censureren was zijn vrouw Danny. Behalve voetbal heeft zij hem alles geleerd. In de media werd ze afgeschilderd als de Maggie Thatcher van Ajax, Oranje en Barcelona. Zij zou altijd bepaald hebben wie wel en wie niet tot de intieme kring mocht toetreden. Een zwaard van willekeur.

Zo was het niet. Johan Cruijff was een onvoorwaardelijke familyman. Als voetballer bij Ajax en als coach bij Barcelona kon hij plezier maken met de groep. Met het ouder worden was er eigenlijk alleen nog Danny en de kinderen.

Het halve weeskind uit Betondorp hing graag aan de rokken van een sterke vrouw. Cruijff had een rustpunt nodig dat de splitsing tussen het ego en de wereld beheersbaar maakte. Reken maar, daar zorgde Danny voor. Ooit zei hij me dat hij moeite had met de buitenwacht die alles in contrapunt zette. Zijn vrouw, zijn kinderen, zijn vrienden… In zijn onbedaarlijke aandrang om altijd de dingen op te sommen, kwam hij tot een paternoster van namen. „Geen garantie voor kwaliteit, al die namen. Danny is dat wel.”

Er was een gevoel van schuld. Hij leed stiekem aan de machteloosheid van zijn zoon Jordi om, net zoals hij, een briljante voetbalcarrière uit te bouwen. Toen de bondscoach Hiddink Jordi toch eens selecteerde voor Oranje was hij diep ontroerd. Nooit heeft hij nog een woord van kritiek gesproken over Guus.

Tien dagen geleden nuttigde hij met zijn Limburgse vriend Jos Benders de eerste asperges. In zijn huis, Danny en zijn Spaanse arts waren ook aanwezig. De dood had zich toen al in een kleine dip aangekondigd. Maar Johan genoot, van de asperges, van de vriendschap, van de egards. Hij was nooit een culinaire zoeker geweest, leefde nog naar het adagium: eten doe je thuis. Gezellig thuis.

Johan Cruijff en gezelligheid: voor de buitenwacht leek het een onmogelijke combinatie. Toch waren familiefeesten voor hem altijd een hoogtepunt, hij was gevoelig aan eigen bloed.

Het vroege gemis van zijn vader is blijven knagen. Hij vertelde me nog steeds lichtjes aangedaan dat zijn vader begraven ligt op begraafplaats De Nieuwe Ooster, vlak bij Ajax-stadion De Meer. „Wanneer ik er vroeger langs fietste zei ik hem altijd gedag. Heel vreemd. ‘Dag pap’, zei ik dan.” Aarzelend gaf hij toe dat Danny zijn gemis aan familiale geborgenheid altijd perfect had opgevuld. „Maar ze heeft natuurlijk ook van mijn carrière mee kunnen genieten. Je moet dat zien als een vrouw die meehelpt in de winkel.”

Met dat soort ontnuchterende zinnen tackelde hij zijn gevoeligheid voor intimiteit. Hij had geen zin om van hoofdkussen naar hoofdkussen te zwerven: hij had een thuis. Amsterdammer, tenslotte. Lefgozer. Ik weet zeker dat zijn laatste blik naar Danny ging.