Dwalen in de wereld rond het ego

Michael Varekamp als Louis. Foto Ron Jenner

In een van de vele filmpjes waarin filosoof Slavoj Zizek zijn licht laat schijnen over speelfilms, bespreekt hij Children of Men (2006) van Alfonso Cuarón. Zizeks boodschap: wie alleen focust op dat plotje in het centrum van het beeld ziet een matige film, maar wie oog heeft voor wat er allemaal op de achtergrond voorbij komt, ziet een overtuigende diagnose van onze laatkapitalistische tijd.

Het is verstandig om deze opsplitsing mee te nemen bij het lezen van Jungle, de jongste roman van Joost Vandecasteele (1979). Het loont namelijk veel minder om je te concentreren op een ‘ouderwets’ literair criterium als de ontwikkeling van het centrale personage dan op wat er schijnbaar achteloos allemaal voorbijkomt aan cultuuranalyse. Niet voor niets gaf Vandecasteele enkele jaren terug in deze krant aan dat zijn literaire helden J.G. Ballard en Chuck Palahniuk zijn; schrijvers die ook meer indruk maken als satirici van het moderne leven dan als fijntjes afgestelde zielevorsers.

Want wat komt er zoal in de kantlijn voorbij in Jungle, waarin een berooide schrijver zich door verschillende opdrachtgevers over de wereldbol laat verplaatsen om op locaties als Madrid en Kazachstan stukjes tekst te schrijven? Nou, een ‘geluidlaser’ bijvoorbeeld, een militaire uitvinding die thans wordt ingezet om nietsvermoedende burgers ‘reclameboodschappen in het oor te fluisteren’. Of iemand ‘die uit naam van dertig beroemdheden’ tweets de wereld instuurt zodat ze niet van de radar verdwijnen. De schrijver is niet dom en weet hoe het er met de wereld voor staat. Hij heeft de hoop op een betere wereld echter nog niet helemaal opgegeven, in tegenstelling tot veel van zijn leeftijdsgenoten. Maar van hun nihilisme plukt hij wel af en toe de vruchten. Over een vrouw die alles evenveel waard vindt merkt dit roofdier wrang-ironisch op: ‘Ik bleef beleefd luisteren in de veronderstelling dat een vrouw met zo weinig respect voor wat echt is hopelijk even weinig waardering zou koesteren voor haar eigen „echte” lichaam.’

Of zulk soort teksten en observaties niet door andere schrijvers geschreven kunnen worden kun je niet beweren. Maar feit is wel dat je er door Jungle van doordrongen raakt hoeveel betrokkener Vandecasteele is dan de meeste van zijn collega’s. Wat voor de ene schrijver het inwisselbare decor is, is voor Vandecasteele de hoofdzaak: de wereld rondom het ego zullen we maar zeggen. Origineel boek.