Door één deur

Veel groter kan het contrast niet zijn. Die supermitrailleurs in het Centraal Station en de kaarsjes in de Jan Tooropstraat in Nieuw-West. Rijen agenten ter geruststelling van angstige treinreizigers aan de ene kant; honderden burgers met hun boodschap van troost en harmonie bij de dood van Temel Kobya aan de andere kant. De angst voor aanslagen maakte de samenkomst in de Jan Tooropstraat extra ontroerend. Al die mensen, die zich dinsdag rond het middaguur voor de fietsenwinkel Kobya verzamelden, waar de 49-jarige Turkse Nederlander een week eerder met messteken om het leven was gebracht, lieten zich niet van de wijs brengen. Ondanks de ellende in Brussel, eerder die dag, gloeide Nieuw-West van de compassie.

Moslimterreur in het nabije Brussel werd niet verward met de Turk of Marokkaan om de hoek. Dat ligt misschien voor de hand, maar het is bepaald wel eens anders geweest. Hoewel ook na deze moslimaanslagen weer enkele allochtonen in de tram op boze blikken of erger zijn getrakteerd, lijkt de trend zich de andere kant op te bewegen. Alsof we eraan wennen. Alsof iedereen inmiddels wel snapt dat de narigheid iedere dag kan toeslaan, en dat we juist daarom het onderscheid maken tussen het gewelddadige dáár en het alledaagse hier.

Brussel huilt, maar in Nederland kunnen we door één deur

Al die mensen in de Jan Tooropstraat hadden het nieuws uiteraard gehoord, en toch gingen ze naar Kobya Fietsen. Het moest.

Op datzelfde moment had filmmaker Abdelkarim El-Fassi een eye opener. „Ik zat gewoon in een espressobar met andere mensen van de koffie te genieten”, zei hij woensdagavond in De Wereld Draait Door. „Ik keek om me heen en dacht: ja, in feite kunnen we met zijn allen gewoon door één deur.” De documentairemaker El-Fassi was verbaasd om te zien dat er enkele uren na de aanslagen in Brussel niets aan de hand was in die espressobar. Kennelijk had hij spanningen of op zijn minst veelbetekenende blikken verwacht tussen allochtonen en autochtonen. El-Fassi geeft nogal eens blijk van argwaan en juist daarom is zijn observatie opvallend. Brussel huilt, maar in Nederland kunnen we door één deur.

Dat maakt de bijeenkomsten die vandaag worden gehouden door religieuze organisaties een tikkeltje achterhaald. Laat al die moslims, joden en christenen gerust hun vrome woorden spreken in moskee Al Kabir op de Weesperzijde: ik hoef er niet heen. Ook zal ik niet op de Dam samen met gelovigen en ongelovigen demonstreren voor verbroedering en tolerantie. Ik vind het prima dat de imams en dominees elkaar omarmen en dat koepelorganisaties hun brave slogans op spandoeken schilderen, maar veel mooier is het wanneer Amsterdammers van diverse afkomst spontaan bloemen neerleggen voor een vermoorde Turkse fietsenmaker. En veel hoopgevender is het dat een Marokkaanse filmmaker met een vlasbaardje in een espressobar zit en denkt: we kunnen door één deur. Na Parijs komt Brussel en dan misschien wel Rotterdam of Amsterdam. We zijn niet volkomen veilig en dat kan ook niet. Maar wat er ook gebeurt, we kijken er de Marokkaanse slager niet op aan. We zijn er klaar voor.

    • Auke Kok