DNB krijgt trekjes van beleggingsfonds

Monetair beleid Hogere risico’s , hoger verwacht rendement. De Nederlandsche Bank gaat lijken op een beleggingsfonds.

Het euroteken wordt geprojecteerd op de Europese Centrale Bank in Frankfurt (ECB). Foto Daniel Roland/AFP

De bankwereld zal het met enige ironie aanzien. Commerciële banken zijn sinds de Lehman-crisis verplicht tot het aanhouden van steeds meer eigen vermogen in verhouding tot hun balanstotaal. Dat maakt ze beter bestand tegen calamiteiten, mocht er een volgende financiële crisis komen. Want dat de staat de banken moet redden, en de gemeenschap opdraait voor roekeloos beleid, was éénmaal maar nooit weer.

Maar hun toezichthouder, in Nederland De Nederlandsche Bank (DNB), kampt juist met steeds precairder balansverhoudingen. Dat komt vooral door de vorig jaar begonnen massale aankoop van staatsleningen door de Europese Centrale Bank (ECB) geleid door Mario Draghi.

In 2006, voordat de financiële crisis zich openbaarde, bedroegen het kapitaal en de reserves van DNB 9,6 procent van het balanstotaal van toen 67 miljard euro. In 2014, na een reeks van steunoperaties in verband met de financiële crisis en de eurocrisis, was het balanstotaal al toegenomen tot 140 miljard euro – een ruime verdubbeling. Het kapitaal en de reserves maakten daar nog maar 5,6 procent van uit.

En toen begon de ECB, zeer tegen de zin van DNB-president Klaas Knot, met de opkoopoperatie van staatsobligaties en andere leningen. Zo moest de Europese economie, en de inflatie, weer worden aangejaagd. Het ging vorig jaar om 60 miljard euro aan aankopen per jaar, waarvan de ECB 8 procent doet, en de nationale centrale banken de rest. Van die rest neemt DNB 5,7 procent voor haar rekening. Het resultaat daarvan is te zien in het donderdag gepubliceerde jaarverslag. Vooral door al die aankopen is het balanstotaal gestegen naar 210 miljard euro. Daardoor daalde het aandeel van het kapitaal en de reserves in 2015 tot nog maar 4 procent van het balanstotaal. De centrale bank krijgt zo een steeds grotere hefboom op haar eigen vermogen. Daardoor doen zich tegelijkertijd twee fenomenen voor.

Enerzijds worden de risico’s op verlies steeds groter. DNB nam dan ook het besluit om jaarlijks 500 miljoen aan voorzieningen te gaan nemen, die uiteindelijk optellen tot 3,8 miljard euro. De eerste 500 miljoen tilde het percentage ‘eigen vermogen’ over 2015 al van 3,8 procent naar de genoemde 4 procent.

Kapitaal en reserves dalen fors als percentage van het balanstotaal

Die 3,8 miljard aan voorzieningen zijn een mogelijke strop voor de staat, die als enig aandeelhouder 95 procent van de winst van DNB incasseert.

Maar groter risico betekent ook hoger verwacht rendement. Minister Dijsselbloem van Financiën publiceerde woensdag, daags voor de presentatie van het jaarverslag van DNB, nieuwe ramingen voor de winst van de centrale bank. Die loopt extra op. Zodanig zelfs dat in 2021 de extra winst en alle genomen voorzieningen voor het extra risico vrijwel tegen elkaar wegvallen. Netto blijft er volgens Dijsselbloem uiteindelijk een verliespost van slechts 0,8 miljard over.

Intussen stevent DNB over 2016 af op nog slechtere vermogensverhoudingen. Er wordt in de eurozone dit jaar voor 900 miljard aan staatsleningen gekocht, waarvan DNB vermoedelijk een kleine 50 miljard euro voor zijn rekening moet nemen. En ook in 2017 gaat het, tot april, door. In beide jaren treft DNB wederom een voorziening van 500 miljoen. De vraag is of die kan voorkomen dat de vermogensverhouding van de centrale bank verder verslechtert.

Zo lijdt DNB onder een Europees beleid waar zij zelf geen voorstander van is. DNB staat niet alleen. De Nationale Bank van België en de Duitse Bundesbank treffen risicovoorzieningen. De zeer prudente Bundesbank doet dit zelfs al sinds het begin van de eurocrisis. Tegelijkertijd maakt de Bundesbank hoge winsten.

De grotere balansen en bijbehorende risico’s zijn de prijs die wordt betaald omdat centrale banken bij de crisisbestrijding de hete kastanjes uit het vuur halen. Overheden van de eurolanden doen volgens veel economen te weinig. Als regeringen nu, door grotere risico’s van centrale banken, minder winst van hen uitgekeerd krijgen, is dat niet meer dan logisch.

    • Mark Beunderman
    • Maarten Schinkel