Die kritiek op België: terecht of al te goedkoop?

Er komt een parlementaire onderzoekscommissie die moet nagaan of er fouten zijn gemaakt in de aanloop naar de aanslagen in Brussel.

Een kussend paar bij een gedenkplaats in Brussel die is ingericht na de aanslagen deze week. Foto Christian Reuters / Reuters

Toen de broers El Bakraoui deze week geïdentificeerd werden als twee van de daders van de Brusselse aanslagen, gingen er in België allerlei belletjes rinkelen.

Ibrahim El Bakraoui was pas recentelijk in beeld gekomen in het onderzoek naar de aanslagen in Parijs: hij had een huis in Charleroi gehuurd waar de vingerafdrukken van Bilal Hadfi en Abdelhamid Abaaoud waren gevonden. En hij had het huis gehuurd in de Driesstraat in de Brusselse gemeente Vorst, waar vorige week Mohamed Belkaid werd doodgeschoten, en waar mogelijk Salah Abdeslam heeft verbleven.

Maar lokale Brusselse politici dachten ook terug aan februari 2010. Een mislukte aanslag op een wisselkantoor in het centrum van Brussel was toen geëindigd in een achtervolging waarbij de politie was beschoten met kalasjnikovs. Een klopjacht leidde tot de arrestatie van de daders, onder wie Ibrahim El Bakraoui, 29.

El Bakraoui werd veroordeeld tot negen jaar cel maar kwam in 2014 voorwaardelijk vrij. In mei 2015 meldt hij zich een laatste keer bij zijn reclasseringsambtenaar. Hij trok, zo blijkt nu, richting Syrië. Turkije deporteerde hem in juli 2015 via Nederland en verwittigde de Belgische ambassade, zo zei de Turkse president Erdogan woensdag.

Informatie stroomde niet door

Erdogans uitspraak, op een moment dat België internationaal toch al zwaar onder vuur ligt, was de klap op de vuurpijl. Justitieminister Geens gaf toe dat de gerechtelijke diensten ‘fouten’ hebben gemaakt: de informatie uit Turkije is niet doorgestroomd. Geens en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon boden hun ontslag aan maar dat werd geweigerd door premier Michel.

Tegelijk blijkt dat een buurman van het appartement in Schaarbeek waar de El Bakraouis de aanslagen voorbereidden de wijkagent had gewaarschuwd over het ‘vreemde gedrag’ van de nieuwkomers. Ook die informatie stroomde niet door.

De buitenlandse kritiek op de Belgische instellingen klinkt de voorbije dagen opnieuw heel luid. Vooral de uitspraak van een anonieme Amerikaanse inlichtingenofficier in The Daily Beast kwam hard aan. „De Belgen met wie wij contact hebben zijn net kinderen. Ze zijn niet proactief, ze weten niet wat ze doen.” De Franse onderzoeker Gilles Kepel omschreef België eerder als „een land waar de staat is ingestort, de radicalisering welig tiert en de autoriteiten er heel lang over hebben gedaan om dat te begrijpen”.

‘Misplaatste arrogantie’ van VS

Het is begrijpelijk dat België zich tegen die golf van kritiek ook verdedigt. Walter De Smedt, rechter in ruste die in de Comités P en I zetelde, de toezichthouder op respectievelijk de politie- en de inlichtingendiensten, hekelt in Knack de „misplaatste arrogantie” van de Amerikaanse inlichtingendiensten, en stipt aan dat de huidige situatie „grotendeels te wijten is aan het fundamenteel verkeerd beleid dat door die diensten werd gevoerd”.

„Veel landen die ons nu de les lezen zouden beter wat dimmen”, zegt ook Brice De Ruyver, criminoloog en veiligheidsadviseur van de regering onder premier Verhofstadt (2000-2008). „De Amerikaanse inlichtingendiensten hebben 9/11 niet voorkomen, en ook de Mossad kan met al zijn middelen niet verhinderen dat er aanslagen worden gepleegd in Israël. Tegelijk heeft België wel de Verviers-cel opgerold. Zo krakkemikkig kan ons systeem niet zijn.”

De Ruyver vindt dat de structuur, waar hij zelf aan heeft meegewerkt, goed zit. „Het probleem is de capaciteit. Die is niet mee geëvolueerd met de dreiging van IS. Dat wil zeggen dat er keuzes moeten worden gemaakt, en soms worden dan de verkeerde keuzes gemaakt.”

Stefaan Van Hecke, die voor de oppositiepartij Groen in de terrorismecommissie zetelt, is daar niet zo zeker van. „Het probleem ligt niet bij de mensen maar bij de organisatie. Onze instellingen ogen mooi op papier maar er is een probleem met de doorstroming van informatie, en er is wantrouwen tussen de verschillende diensten.”

Databank lag jaar plat

In 2013 kwam het Comité P met een vernietigend rapport over de manier waarop wordt omgesprongen met de informatie rond terrorisme. „Geen enkele instantie is in staat de veelheid aan databanken exact in kaart te brengen”, stelde het rapport.

In een tussentijds rapport van het Comité P van begin deze maand staat nog een hallucinant feit: tussen juli 2014 en augustus 2015 lag de nationale terrorismedatabank plat. Door een softwareprobleem en een gebrek aan personeel kon een jaar lang geen nieuwe informatie ingescand worden.

Na de aanslagen in Parijs heeft de Belgische regering 800 miljoen extra uitgetrokken voor terreurbestrijding. Er is tegemoet gekomen aan de kritiek van de gemeenten dat zij vaak niet op de hoogte zijn van de aanwezigheid van terreurverdachten op hun grondgebied. Om daaraan te verhelpen zijn ‘local task forces’ opgericht waarin alle betrokken diensten, ook de staatsveiligheid, samenzitten met het plaatselijke bestuur.

Al die maatregelen hebben de aanslagen in Brussel niet verhinderd. De Ruyver: „Het nodige geld is er nu maar we moeten realistisch zijn: het resultaat daarvan zie je niet van vandaag op morgen.”

‘Geen informant in Molenbeek’

Met geld alleen kom je er ook niet, zo blijkt uit een anonieme getuigenis van een ex-politiecommissaris in Le Soir. „Wij hebben geen vrienden in Molenbeek, geen enkele informant. We weten dat we blind zijn over wat er gebeurt in de wereld van de criminaliteit, de wapenhandel. Dus als we dat al niet weten, dan gaan we helemaal niet op de hoogte zijn van terroristische activiteiten.”

De Ruyver geeft toe dat er strategische fouten zijn gemaakt. „We hebben Sharia4Belgium te lang beschouwd als een rariteitenkabinet. We weten dat ons integratiebeleid mislukt is, waardoor de aantrekkingskracht van IS op een deel van losgeslagen jongeren hier groter is geweest dan elders. Maar de huidige kritiek op België is goedkoop: geen enkel land is terreurvrij.”