De boswachter van Kralingen was nooit vrij

Siem Breure (77) bleef wonen in het huisje in het Kralingse Bos. Vorige week werd de markante boswachter begraven.

Plastic in het hertenkamp, uit het nest gevallen vogeltjes, het werk stopte nooit. Foto Jan van der Meijde

Met zijn volle baard, dikke buik en uniform zag Siem Breure eruit als een echte boswachter, zegt dochter Miranda. Haar vader overleed twee weken geleden aan alvleesklierkanker. Hij blies zijn laatste adem thuis uit. In bed voor het grote raam in de woonkamer met zicht op ‘zijn’ bos. Breure volgde in 1969 zijn vader op. Die verliet de boswachterswoning bij het hertenkamp pas in 1973 waardoor zijn zoon de eerst moest pendelen tussen Vlaardingen en Kralingen.

Breure was een van drie boswachters in het Kralingse Bos, maar de enige die er nog woonde. Hij ging in 2003 met pensioen maar bleef actief en kreeg de Erasmusspeld voor zijn inzet. Zijn dochter omschrijft hem als een markante persoonlijkheid die met alle rangen en standen kon omgaan. „Een geboren verteller die zweeg over zijn gevoelens en hield van het Bourgondische leven. Hij deed niets liever dan barbecueën.”

Op zijn laatste rit door het Kralingse Bos, vorige week, werd boswachter Breure begeleid door collega’s, stadswachten en politiemensen. „Vader stond altijd klaar voor de politie en zij voor hem”, zegt zoon Rob. Zo gaf Breure senior les op de politieschool over stroperij, ving of verdoofde hij reeën die op de wegen bij het bos gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaakten en werkte hij regelmatig samen met de politie. „Die mag zonder verdenkingen geen auto laten stoppen. Bij een tip over een verdacht voertuig belden ze dan mijn vader.”

Het boswachterswerk had ook minder leuke kanten. Zo werd Breure ooit bewusteloos geschopt door de eigenaar van een loslopende hond. Die kon niet verkroppen dat de boswachter het beest bij zijn nekvel greep toen het zijn kippen probeerde te doden. „Mijn vader belandde met een gebroken kaak en gescheurde oogkas in het ziekenhuis. Hij is toen wel voorzichtiger geworden maar was nooit bang.” Breure moest ook herhaaldelijk in actie komen bij zelfmoorden. „Daar had mijn vader het moeilijk mee,” herinnert zijn zoon zich.

Zijn vader wist enkele wanhoopsdaden te verhinderen maar dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Een vader van twee kindjes die hij op een bankje betrapte tijdens het afscheid nemen, schold hem jaren later bij een toevallige ontmoeting uit. Ook het beeld van kindjes die verdronken bij het strandje deed de grootvader van elf kleinkinderen pijn. „Dat kon hij niet loslaten.”

Het werk trok een zware wissel op Breures privéleven. Doordat hij in het bos woonde, was de boswachter nooit vrij. „Een plastic zak in het hertenkamp, uit het nest gevallen vogeltjes, het stopte nooit. Zelfs op zondagmiddag werd er aangebeld. Mijn vader zei nooit nee maar wilde regelmatig alleen zijn”, zegt zijn zoon. Zijn twee broers, zus en hijzelf moesten in actie komen als hun vader op pad was. „Niet leuk maar we groeiden wel op in de vrijheid van het bos. Dankzij de overuren van mijn vader hadden we ook lange zomervakanties op Texel.”

Breure is begraven op begraafplaats Oud Kralingen. Hij ging er vaak op konijnenjacht omdat de knaagdieren met hun gegraaf de grafstenen deden verzakken. Zijn weduwe blijft voorlopig in de boswachterswoning wonen.