Bommen van eigen bodem

Notitieboek van de verslaggever NRC-correspondent Tijn Sadée over de week waarin „relaxt en rommelig” België werd opgeschrikt door terreur. „Maalbeek. Hierlangs gaat mijn zoon elke ochtend en middag naar en van school.”

Foto: Vincent Kessler / Reuters

Brussel, 22 maart 2016

In een klein zijstraatje van de Wetstraat, in het hart van Europa’s hoofdstad, zit tussen twee geparkeerde auto’s een gehurkte vrouw te huilen. Buurtbewoonster Isabelle begeleidt haar naar een politiebus, in afwachting van medische hulp.

„Ik heb alles gezien, ik heb alles gezien”, blijft de vrouw in shock herhalen.

Ze is net op de vlucht geslagen vanuit metrostation Maalbeek waar een half uur eerder de Brusselse terrorist Khalid el-Bakraoui zich heeft opgeblazen. „Op het perron zag ze het lichaam van een vrouw wier hoofd deels was weggeslagen”, vertelt Isabelle later.

Ik ‘doe’ heel professioneel. De deadline nadert. Noteer Isabelle’s achternaam – „met dúbbel l?” – want zo hoort dat nu eenmaal in de krant. En maak nog wat notities: „Zeven ziekenwagens gearriveerd”, „verbijstering en vertwijfeling in de ogen van hulpverleners”.

Tegelijk dringt het tot me door: Maalbeek, dat is ook mijn station. Om de hoek is de redactie. Hierlangs gaat mijn zoon elke ochtend en middag naar en van school. Ik check mijn sms. „Succes met wiskundetoets!” schreef ik om 08.02 uur. Pas om 09.11 uur was de explosie. Ruim daarvoor had hij allang in zijn klas moeten zitten – volgens de dagelijkse routine. Toch?

Maar de onzekerheid verlamt. Zijn retour-sms’je laat op zich wachten.

Naast me belt een man in pak, werkzaam voor de Europese Commissie, met zijn partner. „Heb jij al nieuws? Zijn ze veilig op school gearriveerd?”

‘Rechts’ belooft gemeentes als Molenbeek wel eens even „op te gaan kuisen”

Tussen mijn gesprekken met de krant en NOS-radio door, komt dan toch het ‘verlossende’ sms’je binnen. „Waar zijn jullie?” vraagt mijn zoon. En: „Moeder van meisje in de tweede is dood. Kom je mij halen?”

Al maanden werd gevreesd voor wat deze dag werkelijkheid wordt: tijdens de ochtendspits laten terroristen zien hoe kwetsbaar de Belgische hoofdstad is. Bij zelfmoordaanslagen op Maalbeek en op vliegveld Zaventem vallen in totaal 32 doden en 270 gewonden.

‘La vie est belge’

Een etmaal later staat het Beursplein in het centrum volgepakt met Brusselaars die hun verdriet delen en hun woede uiten. Ze branden kaarsjes onder een spandoek met de tekst ‘Eensgezind, tegen de haat’.

La vie est belge’, krijt een jongen op een gevel.

Het leven zal Belgisch zijn – open en tolerant. Maar die boodschap wordt dan allang overstemd door kritiek vanuit het buitenland. Het Belgische leven? „Als Belgen lekker chocola blijven eten, kunnen ze de terroristen in hun land nooit bestrijden”, sneert de Israëlische minister van Veiligheid.

Amerikaanse antiterreurexperts doen er een schep bovenop. „Een stel naïeve kleine kinderen”, noemen ze hun Belgische collega’s die ze „al decennia geleden” hadden gewaarschuwd voor de gevaren van moslimradicalisering. „Maar de Belgen leven in ontkenning.”

Oordelen van ‘buitenstaanders’ – ze komen altijd extra hard aan.

Brussel, november 2014

Van de jacht op terroristen is nog amper sprake als NRC in de herfst van 2014 uitpakt met een kop boven een stuk dat ik schreef: ‘Systeemfout België’. Het is een ‘hete’ herfst. De Vlaams-nationalistische regeringspartij N-VA, dominant in de dan pas aangetreden centrum-rechtse regering, wil dat België volledig op de schop gaat. Het land is verrot, vindt de partij.

Honderdduizenden gaan achter vakbondsvlaggen de straat op uit protest tegen aangekondigde miljardenbezuinigingen. In een reportage probeer ik de ‘verrotting’ te vatten en som enkele misstanden op. Een kleine greep: stroomtekorten door verouderde kerncentrales die stilvallen; kapotte wegen en betonschade op metrostations; dreigend bankroet bij justitie – „de toestand is hopeloos”, meldt een interne notitie.

„Wij Belgen kunnen nu eenmaal goed leven met verwaarlozing, daar schuilt een zekere schoonheid in”, zegt de Leuvense socioloog en professor Marc Hooghe die ik om uitleg vraag. „Het hoort bij onze Latijnse traditie van laat-maar-waaien.”

Na publicatie ontsteken Belgische media in woede. „Een opeenstapeling van Belgenclichés”, vindt Vlaams dagblad De Morgen dat NRC verwijt „vol op het orgel te gaan met overdrijvingen”.

Foto’s en straatinterviews door Ans Brys:

Molenbeek, november 2015

Een jaar later hoor je in België niemand meer over die ‘schone verwaarlozing’, als na de Parijs-aanslagen op 13 november 2015 het land in het vizier komt als ‘hofleverancier’ van terroristen. In Verviers, Namen en Brussel hebben ze hun safehouses waar ze hun bommen maken. Veel verantwoordelijken voor de terreur in Parijs, zoals Salah Abdeslam, blijken hun wortels te hebben in de Brusselse gemeente Molenbeek. De jacht op de terroristen wordt geopend en Brussel wordt stilgelegd; dagenlang ligt het openbare leven plat wegens terreurdreiging.

Opnieuw komt de hardste kritiek van ‘buitenstaanders’. De terreur is made in Belgium dat er als „mislukte staat” geen vat op heeft, klinkt het wereldwijd. België, met zijn complexe structuur van gewesten en taalgemeenschappen, met meerdere regeringen en parlementen, en met een hoofdstad opgedeeld in zes politiezones die nauwelijks met elkaar samenwerken – vind je het gek dat dat land „vierkant draait”, is de teneur.

In België strijden sindsdien schuld en schaamte om de voorrang. Het zijn niet langer ‘buitenstaanders’ die „vol op het orgel gaan”, maar de Belgische media zelf. Niemand wordt nog gespaard, de verwijten over en weer zijn hard, plots weet iedereen dat hij of zij „altijd al had geweten” dat het fout zou lopen.

‘Rechts’ belooft gemeenten als Molenbeek wel eens even „op te gaan kuisen”, ‘links’ waarschuwt dat de bijna honderdduizend Molenbekenaars, van wie velen moslim, niet de dupe mogen worden van stigmatisering.

Is het land rot, of gaat het om wat rotte appels? En wat is de beste strategie? Harde repressie of zacht maatschappelijk zendingswerk?

Het debat ís er, eindelijk. Maar nu? Wie heeft de regie? De federale regering? De Brusselse regering? De burgemeester van Molenbeek? En is er wel genoeg geld voor al die investeringen in meer veiligheid op straat, meer armslag voor de veiligheidsdiensten en meer deradicaliseringsprojecten op scholen in moeilijke wijken?

Maar twee maanden na de aanslagen in Parijs zijn er alweer andere zorgen: de regering stuit op een miljardengat in de begroting en in Brusselse tunnels vallen betonplaten naar beneden. #tunnelgate als populaire hashtag verdringt al snel de herinnering aan #brusselslockdown.

Vorst / Molenbeek, 15-18 maart 2016

Een doorbraak in het onderzoek naar het netwerk rond Salah Abdeslam! Bij een huiszoeking in de Brusselse gemeente Vorst raken Belgische en Franse agenten – samenwerkend in een Joint Investigation Team – in vuurgevecht met drie zwaarbewapende mannen die zich schuilhouden in het pand. Eén verdachte wordt gedood, twee slaan op de vlucht. Een van die twee is vermoedelijk Abdeslam, Europa’s meest gezochte terrorist, die drie dagen later, op vrijdag 18 maart, verderop in het Brusselse Molenbeek wordt opgepakt. Daar had hij onderdak gekregen bij de beruchte familie Aberkan. Moeder Fatima, wier drie zonen in Syrië met IS strijden, heeft als bijnaam ‘moeder jihad’. Het is uiteindelijk de bezorger van een opvallend grote pizza die de agenten die vrijdagavond naar Abdeslams laatste safehouse leidt. Hij doet nog een vluchtpoging, maar wordt in zijn been geschoten en gearresteerd.

De politiewagens en ambulance, met Abdeslam aan boord, worden bij het wegrijden uit Molenbeek door jonge Abdeslam-sympathisanten bekogeld met flessen en stenen.

„Ik word hier razend van”, zegt Bart De Wever, voorzitter van regeringspartij N-VA. „Dit zijn mensen die hier hun hele leven lang heel goed verzorgd zijn.”

Wij hebben „die jongens” alles gegeven, toch?

„Maar géén banen”, zegt socioloog Marc Hooghe. Anderhalf jaar na ons gesprek voor het ‘Systeemfout België’-stuk spreek ik de Leuvense professor weer. „Belgen kunnen goed leven met verwaarlozing, daar schuilt een zekere schoonheid in”, zei hij toen.

„Dat heeft zich tegen ons gekeerd”, zegt Hooghe nu. „België heeft het laten verwaarlozen: voor veel allochtone werkloze jongeren is een criminele ‘loopbaan’ interessant geworden. Maar als je, zoals De Wever, die maatschappelijke problematiek negeert, is het dweilen met de kraan open.” Hooghe pleit voor een harde repressieve aanpak én een softe, bindende, aanpak. „Allebei, tegelijk, zijn nodig.”

Brussel, 22 maart 2016

Khalid en Ibrahim el-Bakraoui checken in de vroege ochtend voor een laatste maal hun bommengordels. Ibrahim gaat naar vliegveld Zaventem, Khalid naar metrostation Maalbeek.

Ibrahim blaast zich als eerste op, rond 08.00 uur, in de hal van de luchthaven. Khalid moet dan nog in actie komen.

In de uren die volgen storten de in Brussel geboren en getogen El-Bakraoui-broers hun land in diepe rouw.

Om 09.02 uur neemt de jonge Brusselse advocaat Nic Reynaert op ‘zijn’ station Merode de metro richting Maalbeek.

Brussel, 23 maart 2016

Precies 24 uur later, om 09.02 uur, staat Nic Reynaert weer bij station Merode. De dag ervoor is hij aan de dood ontsnapt.

„Om 09.11 uur reden we Maalbeek binnen en boem!”

Hij had ‘geluk’ en zag kans het metrowrak te verlaten. „Niet meer omkijken, naar de trappen omhoog, blíjven doorgaan. Was ik op mijn vlucht wél gestopt, dan had ik staan kijken naar afgerukte armen en benen. Dan was ik, vrees ik, bevroren.”

La vie est belge’ schreef de jongen op het Beursplein.

Het Belgische leven betekent die avond voor professor Marc Hooghe een bezoek aan het Brusselse kunstencentrum Bozar, voor een uitvoering van de Matthäus Passion. „Het was bijna afgelast, vanwege de terreur, maar ging op het laatste nippertje toch door.”

De uitvoering was prachtig, ook de beroemde aria Es ist vollbracht, zegt hij. Over „volbracht” gesproken. Hooghe: „Als er iets ‘bereikt’ is, dan is dat helaas het einde van de onschuld van ons land.”

Met de opnieuw aanzwellende kritiek, „dat het allemaal de schuld is van ‘mislukte staat’ België”, kan hij weinig. „Wijs mij één land aan waar inlichtingendiensten wél in staat zijn om terreuraanslagen te voorkomen! Maar met het relaxte en rommelige vie belge is het echt gedaan.”