Boerenslimme ruziemaker

Om zijn vijanden te verslaan had hij vrienden nodig. Hij wist zich decennialang in de rug gedekt door de twee belangrijkste schrijvende media: VI en De Telegraaf. O wee als je niet tot het Cruijffkamp behoorde.

Johan Cruijff en Dennis Bergkamp in 2011 op parkeerdek van de Arena na een ruzieachtige ledenraadvergadering. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Naast de geniale voetballer en trainer was er ook een andere Cruijff. Zijn ruzies met spelers, trainers, scheidsrechters en bestuurders zijn bijna even legendarisch als zijn passes en passeerbewegingen acties op het veld. Zijn taalgebruik wekte op de lachspieren, maar met zijn boerenslimheid was niks mis. Hij hanteerde het conflictmodel als succesformule. O wee als je niet tot het Cruijffkamp hoorde.

Om zijn vijanden te verslaan had hij vrienden nodig. Hij wist zich decennialang in de rug gedekt door de twee belangrijkste schrijvende media in Nederland: De Telegraaf en Voetbal InternationaI. Daar steunden respectievelijk Jaap de Groot en Johan Derksen, als ghostwriters van zijn columns én als invloedrijke opiniemakers, hun voetbalvriend door dik en dun. En misschien nog wel belangrijker: VI en De Telegraaf voerden openlijk campagne tegen zijn vijanden. In willekeurige volgorde, door de decennia heen: Jan van Beveren, Willy van der Kuijlen, Louis van Gaal, Ton Harmsen, Jos Staatsen, Hennes Weisweiler, Josep Lluís Núñez.

Van Beveren en Van der Kuijlen waren de PSV’ers die middenjaren 70 in de eredivisie de macht van Ajax – waar Cruijff al weg was – hadden overgenomen. Maar in Oranje speelden ze de tweede viool. Ze stelden zijn voorkeurbehandeling ter discussie. Waarom mocht hij afzeggen, later komen, zonder drie Adidas-strepen (want Puma als sponsor) op zijn shirt spelen? Vlak voor een belangrijk duel tegen Polen zette Cruijff de boel op scherp en zei tegen bondscoach Knobel: ‘zij eruit of ik eruit’. „Ik had dus geen keus”, zei Knobel later. Zonder topspelers Van Beveren en Van der Kuijlen werd het toen ijzersterke Polen met 3-0 van het veld gespeeld.

In dezelfde periode kreeg de Duitse trainer Weisweiler, grondlegger van het sterrentram Borussia Mönchengladbach, het al snel na zijn overgang naar Barcelona aan de stok met El Salvador. Weisweiler vroeg zich openlijk af waarom Cruijff als enige speler alleen op de kamer sliep. En hij durfde zijn aanvoerder te wisselen – want laten we niet vergeten dat Cruijff bij Barcelona ook heel veel slechte (uit)wedstrijden heeft gespeeld, met veel witte kaarten – geel bestond nog niet in Spanje – wegens gemekker.

Na zijn debuutseizoen ’73-’74 onder Michels wist hij de landstitel in Spanje vier jaar lang niet te prolongeren. Ook niet onder Weisweiler. Die mocht al na een jaar vertrekken. Het Duitse blad Der Spiegel in een reactie op Cruijffs dood: Visionär, Nögler und Genie. Nörgler betekent: zeikerd, zeurpiet, mopperaar, vitter.

Zijn ruzies met spelers, trainers, bestuurders en scheidsrechters zijn legendarisch

Nog meer dan met spelers en trainers lag Cruijff met bestuurders overhoop. Na zijn glorieuze rentree bij Ajax kreeg hij het in 1983 aan de stok met clubvoorzitter Ton Harmsen die genoeg had van alle eisen. Cruijff doorbrak de patstelling en tekende een contract bij aartsrivaal Feyenoord – en hij won de titel.

In 1994 zou Cruijff de trainer dan eindelijk bondscoach worden, na een mislukte poging in 1990. Dit keer zocht en kreeg hij ruzie met bondsvoorzitter betaald voetbal Jos Staatsen. Cruijff zou zoveel eisen – en telkens weer nieuwe – op tafel hebben gelegd, dat de bestuurder te elfder ure voor de onervaren Dick Advocaat koos.

Met Barcelona-voorzitter Núñez botste Cruijff nadat hij als trainer was teruggekeerd in Camp Nou. Na twee Europa Cups en vier landstitels volgde er in 1996 na bijna negen jaar een breuk. Hij trok zoon Jordi voor, luidde het verwijt. Johan vertrok uiteindelijk, maar niet nadat hij in de bestuurskamer volgens Núñez met stoelen had gegooid. Tot aan zijn aftreden in 2000 werd Núñez door Cruijff bestookt met kritiek, gretig opgetikt in de Catalaanse pers.

Intussen was een andere vijand, Louis van Gaal, aangetreden als trainer van Barcelona. Twee geboren Amsterdammers met een uitgesproken mening, de één veel beter als voetballer, de ander zeker zo succesvol als trainer. Cruijff heeft Van Gaal het succes nooit gegund. Niet bij Ajax, niet bij Barcelona, niet bij het Nederlands elftal.

Dieptepunt in hun relatie was de rechtszaak die commissaris Cruijff in 2012 aanspande tegen de Ajax-top, die buiten medeweten van Cruijff Van Gaal had benoemd tot directeur. In hoger beroep werd Cruijff in het gelijk gesteld: als commissaris had hij van het besluit op de hoogte moeten zijn gebracht.

Cruijff kreeg het tijdens zijn ‘Fluwelen’ Revolutie voor elkaar dat het bestuur („die hebben nooit gevoetbald dus kennen het niet weten”) collectief opstapte en oud-spelers op belangrijke posities terechtkwamen. Zelf verdween de adviseur stilletjes – via de achterdeur – uit de Arena. Hij had zijn strijd gestreden, zo leek het.

    • Jaap Bloembergen