Blote benen, meisje van de koers

Mien van Bree won in de jaren ‘30 twee keer het WK. Vrouwen en wielrennen? „Een weerzinwekkend en onwaardig schouwspel.”

De ‘onbekende’ wereldkampioen Mien van Bree moest uitwijken naar Vlaanderen om te kunnen wielrennen. Foto uit Mien, een vergeten geschiedenis

Reden vrouwen al vóór de Tweede Wereldoorlog op een racefiets? „Daar was nog heel weinig van bekend”, zegt Marianne Vos. Ja, zelf wist de meervoudig olympisch en wereldkampioen nog net dat vrouwen toen al aan wielrennen deden. Maar een WK voor vrouwen, met zelfs een Nederlandse kampioen? „Dat is een nieuw verhaal. Een tragisch verhaal, met een tragische conclusie: er is nog niet zoveel veranderd.”

Donderdag kregen de wielerkampioenen Vos en Keetie van Oosten-Hage in Amsterdam het eerste exemplaar uitgereikt van een boeiend boek dat journalist Mariska Tjoelker schreef over hun onbekende voorganger: Mien, een vergeten geschiedenis. Mien van Bree (1915-1983) uit Loosduinen werd wereldkampioen in 1938 en 1939, in een tijd dat wielrennen voor vrouwen uit den boze was in Nederland, al was het maar vanwege de blote benen. Dus week Van Bree uit naar Vlaanderen, waar de „meisjes van de koers” tienduizenden fans trokken. Ze baatte er met haar vriendin Maria een café uit, keerde in de oorlog terug naar Nederland. En bleef zich tot haar tragische einde in 1983 ergeren aan de geringe waardering voor haar opvolgers.

Neem Keetie van Oosten-Hage, meervoudig wereldkampioen in de jaren zestig en zeventig. Vanaf haar doorbraak in 1968 is Van Bree fan van haar. Jan Janssen krijgt al aandacht ‘als hij een scheet laat’, maar voor Keetie blijft erkenning uit. „Ik weet nog dat in de jaren zeventig een oudere dame naar me toekwam bij een koers in Den Haag”, vertelt Van Oosten-Hage. „Ze vertelde dat zij al wereldkampioen was toen ik nog geboren moest worden. Achteraf moet dat Mien zijn geweest, maar daar had ik toen geen erg in.” Een gebrek aan erkenning? „Mannen riepen naar vrouwen in korte broek op een racefiets. We moesten maar gaan turnen, op ballet, mooi zijn. Maar in de tijd van Mien was het nog erger.”

Vijftien jaar jong is Mien, groot en sterk, als ze voor het eerst met wielrennen in aanraking komt. Bij de Scheveningse Veldrit ziet ze een van de weinige koersen voor dames, in rok en met hoofddoek maar ook met rugnummer en duellerend om de eerste plaats. Anderhalf jaar later richt ze met een paar vriendinnen een eigen club op. Ze gaat trainen met plaatsgenoot Piet Moeskops, vijfvoudig wereldkampioen sprint. Jakkert op haar Magneet achter bussen aan. Maar wedstrijden? Ja, in 1896 was er al een officieus WK. In Italië had je Alfonsina Strada die tussen de mannen de Giro van 1924 reed. Maar in Nederland? ‘Zottinnen’, klinkt het. Vrouwen op een racefiets zijn ‘ongezond’.

Terwijl sportbobo’s als Pim Mulier en Karel Lotsy wielrennen en voetbal als ‘onvrouwelijk’ afdoen, viert Van Bree haar eerste triomfen in wielermekka Vlaanderen. „Een onwaardig en weerzinwekkend schouwspel”, schrijft het blad Geïllustreerde Sportwereld over het WK van 1934, waar Mien derde wordt. Maar wat is ze er gelukkig met vriendin Maria en ‘concurrent’ Elvire De Bruyn, die vanaf 1937 Willy heet en verder leeft als man. Makkelijk hebben lesbiennes en transgenders het niet, maar Mien vindt haar draai en wordt geaccepteerd, zeker na twee wereldtitels. „Tragisch om te lezen dat haar carrière door de oorlog ineens voorbij was”, zegt Vos.

Terug in Loosduinen, waar ze haar ouders verzorgt, ziet pionier Van Bree dat de emancipatie maar langzaam op gang komt. Zelfs ver na haar dood, in 1983, spreekt toenmalig bondscoachPiet Hoekstra nog smalend over ‘dikke konten’ in het vrouwenpeloton. „Gek dat er tussen 1980 en 2000 nauwelijks iets verbetert”, zegt Vos. Ja, inmiddels is vrouwenwielrennen geaccepteerd. „Mien en Keetie hebben de weg geplaveid, in Nederland mogen we niet klagen. Vrouwen leveren internationaal de beste prestaties. ‘Laten we het maar omarmen’, denken mensen dan. Maar er is nog steeds groot verschil met de mannen. Het mag niet zo zijn dat er in 2016 nog een internationale vrouwendag nodig is, dat je als feministe wordt gezien als je naar gelijkheid streeft. Er is nog een wereld te winnen.”