Beurslieveling af, en toch een bonus

Arcadis De koers van Arcadis is gekelderd. De bestuurders misten hun financiële doelstellingen en krijgen twee bonussen. Hoe zit dat?

Foto ANP

Als een beurslieveling ten val komt, is iedereen de klos.

De belegger ziet de beurskoers instorten. De topmanagers zien hun bonus verdampen. De werknemers moeten maar zien dat hun arbeidsvoorwaarden niet worden versoberd.

Maar soms gaat het anders. Kijk naar ingenieurs- en adviesbureau Arcadis (26.947 werknemers 3,4 miljard euro omzet). Arcadis was een beurslieveling. Het bedrijf zette groei voorop, breidde uit naar het Verre Oosten en de VS met advies voor infrastructuurprojecten en architectenbureaus en men was ook nog eens hongerig naar extra groei door buitenlandse overnames.

Dus was Arcadis een aantrekkelijk aandeel voor langetermijnbeleggers. Tor vorig jaar. In 2015 verloor de koers, gemeten vanaf het hoogste punt, 40 procent aan waarde. Dit jaar is de koers nog eens 10 procent gedaald tot 16 euro. Dat gebeurde na een winstwaarschuwing en de erkenning dat twee in 2014 overgenomen buitenlandse bedrijven tegenvallers in hun boeken hadden. Je zal maar lange termijn belegger zijn.

En je zal maar bestuurder zijn van Arcadis. Dan krijg je na de aandeelhoudersvergadering op 25 april een langetermijnbonus. Die betaling is 100 procent van de bonus die je in 2013 in het vooruitzicht is gesteld als je in het tijdvak 2013-2015 specifieke doelstellingen zou halen. Deze bonus betaalt Arcadis in eigen aandelen. Dat levert topman Neil MacArthur bijvoorbeeld 17.500 aandelen op. Dit aandelenpakket, dat hij de komende twee jaar overigens niet mag verkopen, heeft bij de huidige koers een waarde van zo’n 280.000 euro. Dat is 44 procent van zijn vaste salaris van 630.000 euro.

De gang van zaken oogt tegenstrijdig. Arcadis zegt dat het beloningsbeleid knappe prestaties van de topmanagers moet belonen en ervoor moet zorgen dat managers en aandeelhouders dezelfde belangen hebben. Maar de koers is bijna gehalveerd en krijgen de topmanagers toch een bonus vanwege het succes van hun beleid en strategie in de afgelopen drie jaar. Loopt de beloning van het topkader dan nog parallel met de belangen van aandeelhouders? En hebben de topmanagers dan geen last van de koersval in 2015?

Eén bonus, twee kansen

Ja, ook de top heeft last van de financiële tegenvallers in 2015. Arcadis betaalt meerdere soorten bonussen, zoals de meeste grote beursgenoteerde bedrijven. Je kunt als bestuurder een bonus verdienen voor de prestaties in het afgelopen jaar én voor de prestaties in de afgelopen drie jaar. Dat moet managers stimuleren om op korte én op langere termijn te denken.

Over 2015 lopen de bonussen voor de bestuurders uiteen van 4 procent van hun vaste salaris tot 33 procent, zo blijkt uit het jaarverslag. In geld uitgedrukt: van 25.000 euro tot 139.000 euro.

De pure financiële doelstellingen (winst per aandeel, rendement op het vermogen) die met name van invloed zijn op de beurskoers, zijn niet gehaald. Dus daar krijgt niemand een beloning voor. Maar sommige bestuurders hebben hun persoonlijke doestellingen, zoals groei van de activiteiten waarvoor zij verantwoordelijk zijn, wél (deels) gehaald. En zij krijgen daar een bonus voor.

Omdat bestuurders op veel meer criteria worden beoordeeld dan alleen de puur financiële prestaties kunnen zij ook bonussen verdienen als beleggers alleen maar koersverliezen lijden. Dat is, vanuit de beleggersoptiek, de eerste zwakke stee in het beloningsbeleid.

Je kunt dat ondervangen door een aparte voorwaarde te stellen voor de uitkering van bonussen. Bijvoorbeeld: als de financiële doelstellingen worden gemist, worden gewoon helemaal geen bonussen betaald. Er is ook een andere optie: de bonus weigeren. Dat deed dit jaar Paul van Riel, bestuursvoorzitter van bodemonderzoeker Fugro, óók een voormalige beurslieveling. De koers van Fugro stortte in 2014 in. In 2015 leed het bedrijf opnieuw verlies. Over 2015 had Van Riel wel recht op een bonus, maar hij ziet ervan af.

Saillant detail is dat de president-commissaris van Fugro, Harrie Noy, vroeger bestuursvoorzitter van Arcadis was. En dat Maarten Schönfeld, ex-financieel directeur van industrieel concern Stork, commissaris is bij Fugro én bij Arcadis. Dezelfde commissaris, maar verschillende beslissingen over de bonussen.

Vierde plaats ook geld waard

De tweede zwakke stee vanuit beleggersperspectief is het criterium voor de langetermijnbonus bij Arcadis. Daarbij becijfert Arcadis het gemiddelde totale rendement voor aandeelhouders. Dat is de som van de koerswijzigingen en de uitgekeerde dividenden. Arcadis vergelijkt dat cijfer met dat van elf concurrenten. In de periode 2013-2015, die beslissend is voor deze bonus, eindigde Arcadis als vierde. Die prestatie geeft de topmanagers recht op 100 procent van de eerder toegezegde bonussen.

Maar juist dat gemiddelde totaalrendement strookt nooit met de eigen ervaring van een aandeelhouder. Het gemiddelde vlakt de pieken en dalen in de koers uit. Dat is fijn voor de bestuurders die op deze manier een buffer hebben tegen de koersdalingen die beleggers juist wél aan den lijve ondervinden, zoals de koersval in de tweede helft van 2015.